buitenland

Klopjacht op Tunesiër Anis Amri vlakbij Nederlandse grens

Door Elif Isitman en Emile Kossen - 21 december 2016

De Duitse politie is nog steeds op zoek naar de dader van de aanslag op een kerstmarkt in Berlijn. De belangrijkste verdachte, een 24-jarige Tunesiër, werd al langer door de Duitse autoriteiten gevolgd en heeft een uitgebreid strafblad.

De politie jaagt al twee dagen op een Tunesische terreurverdachte die twaalf mensen doodde in Berlijn. Woensdag deed de politie invallen in Berlijn, maar ook in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, grenzend aan Nederland. Het spoor leidt naar Kleef, net over de grens bij Nijmegen. Door middel van het naar buiten brengen van foto’s van de verdachte hoopt de politie bruikbare tips te krijgen.

Media preview
Duitsland looft 100.000 euro uit voor de gouden tip over Amri.

Onder twaalf namen bekend

In de vrachtwagen waarmee de aanslag werd gepleegd, vond de politie identiteitspapieren. De man op de identiteitskaart heet Anis Amri. Hij zou ook nog bekend staan onder twaalf verschillende namen, en drie verschillende nationaliteiten. Naast de Tunesische, zou hij ook nog de Egyptische en/of Libanese nationaliteit kunnen bezitten. Er is een Europees arrestatiebevel voor hem uitgevaardigd.

De autoriteiten zouden hem al voor de aanslag op het oog hebben gehad. Hij werd ervan verdacht ‘ernstige staatsgevaarlijke activiteiten’ voor te bereiden, aldus Ralf Jäger, minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

De Tunesiër is volgens familieleden zeven jaar geleden vertrokken uit zijn thuisland, en zat vier jaar in een Italiaanse cel op verdenking van brandstichting in een school. In juni 2015 reisde hij naar Duitsland. Sinds februari verbleef hij vooral in Berlijn. Tussendoor hield Amri zich ook op in de deelstaten Baden-Württemberg en Noordrijn-Westfalen.

Uitzetting liep vertraging op

In juni hebben de Duitse autoriteiten de asielaanvraag van de Tunesiër afgewezen. Hij kon niet direct worden uitgezet omdat hij geen geldige identiteitspapieren had. De documenten, die Tunesië moest verstrekken, kwamen pas twee dagen na de aanslag in handen van de Duitse autoriteiten.

De politie zou ook nieuwe sporen hebben gevonden die in de richting van salafistische kringen wijzen. Amri zou namelijk banden hebben met een ‘extremistische organisatie’. Eerder eiste terreurbeweging Islamitische Staat (IS) de aanslag op, maar autoriteiten geven nog niet prijs of dit ook de organisatie is waar het om gaat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.