buitenland

Echte doorbraak blijkt (nog) niet mogelijk na vredesoverleg Syrië

Door Tom Reijner - 24 januari 2017

Rusland, Turkije en Iran hebben, zonder dat de Verenigde Staten erbij betrokken zijn, samen afgesproken om zeker drie weken toe te zien op het staakt-het-vuren in Syrië. Ze krijgen vooral een coachende taak: de partijen moeten naar de onderhandelingstafel worden geloodst om de burgeroorlog nu eindelijk eens politiek op te lossen.

Dat kwamen de drie landen overeen in de hoofdstad van Kazachstan, Astana. Ze willen volgens Russische media dat de partijen binnenkort ook deelnemen aan het vredesoverleg dat onder de vlag van de Verenigde Naties in Genève moet worden hervat.

Bloedhekel aan elkaar

De drie vinden dat er geen militaire oplossing mogelijk is, zag de man die het overleg voorzat, de minister van Buitenlandse Zaken van Kazachstan, Kajrat Abdrachmanov. Van een echte doorbraak mag dus niet worden gesproken, Maar tot het überhaupt tot gesprekken komt, is al wonderlijk.

Immers, zij die Astana zijn gekomen, zijn zowel afgevaardigden van de diverse rebellengroeperingen gekomen, alsook vertegenwoordigers van de Syrische president Bashar al-Assad. Beide partijen hebben een bloedhekel aan elkaar, en spreken niet rechtstreeks tot elkaar. Het is volgens de BBC ook nog onduidelijk of het regime en de rebellen wel achter de afspraken staan. Eerder had een rebellenwoordvoerder nog gezegd dat er geen deal zou worden gesloten.

Niet waarschijnlijk dat Assad snel verdwijnt

Daar komt nog bij dat de drie machten die nu de afspraken maken feitelijk ook lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat geldt niet voor Rusland en Iran – zij steunen Assad – maar wel voor Turkije, dat de Syrische dictator het liefst ziet vertrekken. De Turken hebben altijd tot zijn felste tegenstanders gehoord, maar hebben hun toon de afgelopen tijd wat gematigd. Ankara kijkt er inmiddels realistischer tegenaan, want dat Assad spoedig van het toneel verdwijnt, lijkt onwaarschijnlijk.

Turkije wil dat het sjiitische Iran zijn sjiitische strijders terugtrekt. Sjiieten zijn, net als andere minderheden zoals veel christenen in de regio bang dat soennitische extremisten de macht in Syrië overnemen als Assads regime instort. De gewapende rebellen die tegen Assad vechten, worden gedomineerd door soennitische extremisten. Bijvoorbeeld de lokale afsplitsing van Al-Qa’ida, Jabhat al-Nusra.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.