buitenland

Tunesische jihadronselaar opgepakt bij grootschalige Duitse terreuractie

Door Elif Isitman - 01 februari 2017

De Duitse politie heeft woensdagochtend een grootschalige terreuractie uitgevoerd. Op 54 plaatsen in de deelstaat Hessen heeft de politie huiszoekingen gedaan.

Volgens justitie in Frankfurt was de actie gericht tegen zestien verdachten van tussen de 16 en 46 jaar, meldt Die Welt.

Terreurcel voor aanslag

Bij de operatie werd een 36-jarige Tunesiër gearresteerd, die actief zou zijn geweest als ronselaar voor terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Ook wordt hij ervan verdacht een terreurcel in Duitsland te hebben willen stichten om een aanslag te plegen. Volgens Justitie had hij nog geen concreet doel voor ogen.

In zijn vaderland wordt hij bovendien verdacht van betrokkenheid bij de bloedige aanslag op het Bardo Museum in de hoofdstad Tunis in maart 2015, waarbij meer dan 20 toeristen werden gedood. De terroristen werden ook gedood, maar de terreurverdachte zou hebben geholpen bij de voorbereiding en uitvoering van de aanslag.

Bij de acties waren zo’n 1100 politieagenten betrokken, en werden huizen, bedrijfsruimten en moskeeën doorgelicht. ‘We hebben jullie gemeenschap scherp op het oog,’ is de boodschap die Peter Beuth, minister van Binnenlandse Zaken van Hessen, de ‘islamisten in Hessen’.

Aangescherpte maatregelen

Een dag eerder, op dinsdag, werden in Berlijn drie terreurverdachten opgepakt. Hierbij waren aanwijzingen van een ‘zware en staatsgevaarlijke geweldsdaad’, aldus het Openbaar Ministerie.

Sinds de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn in december, hebben de Duitse autoriteiten de anti-terreurmaatregelen aangescherpt. Naast het frequenter uitvoeren van terreuracties, krijgt de Duitse federale politie het recht de gang van een verdachte te volgen met behulp van een elektronische enkelband. Daarnaast is een ‘residentieplicht’ ingevoerd voor asielzoekers die mogelijk hun identiteit verhullen, zodat hun woon- en verblijfplaats bij de Duitse autoriteiten bekend is.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.