buitenland

Hongersnood neemt wereldwijd af, maar niet in Venezuela

Door Stagiair - 24 februari 2017

Venezuela vertoont steeds meer kenmerken van een mislukte staat. De economie staat op instorten, er heerst politieke instabiliteit,  misdaadbendes teisteren het land. En: er is hongersnood.

De economische crisis in Venezuela is er één met ernstige gevolgen. Volgens het Cato Institute in Washington neemt hongersnood wereldwijd af, maar niet in Venezuela. Ongeveer eenderde van de bevolking – bijna tien miljoen mensen – eet niet meer dan twee maaltijden per dag. Driekwart van de bevolking viel gemiddeld 9 kilo af. De supermarkten zijn leeg of worden geplunderd. Ook is er een tekort aan medicijnen.

Protegé van Chávez

Volgens John Hanke, hoogleraar toegepaste economie aan de Johns Hopkins University, heeft Venezuela een andere regering nodig die een nieuwe ideologische weg inslaat. President Nicholas Maduro – protegé van ex-president Hugo Chávez – zag zijn populariteitscijfer kelderen naar 20 procent. Demonstraties tegen de regering zijn aan de orde van de dag en worden vaak met geweld neergeslagen.

Ook de persvrijheid neemt af. Zo verdween de Amerikaanse nieuwszender CNN van de kabel. Het tv-netwerk besteedde aandacht aan het verstrekken van Venezolaanse paspoorten aan individuen die banden hebben met de Libanese terreurorganisatie Hezbollah. Volgens de Venezolaanse overheid bedreigt CNN de ‘stabiliteit’ van het land.

Eén moord per twintig minuten

De misdaad neemt schrikbarend toe. De door corruptie geteisterde politiemacht moet het opnemen tegen bendes die hen beschieten met oorlogswapens. De misdaad is zo sterk toegenomen dat de Venezolaanse overheid niet langer misdaadstatistieken publiceert. Met uitzondering van oorlogsgebieden is Venezuela het op één na gewelddadigste land op aarde. In 2016 werden er 28.479 mensen vermoord, wat neerkomt op ongeveer één moord per twintig minuten.

De instabiliteit in Venezuela is de nalatenschap van oud-president Hugo Chávez (1954-2013). Een van zijn eerste daden als president was het verder nationaliseren van de olie-industrie. Venezuela, met een van de grootste oliereserves op aarde, is sterk afhankelijk van de olie-export: 95 procent van de exportinkomsten is te danken aan olie.

Sociale voorzieningen

In de eerste jaren na de eeuwwisseling waren de olieprijzen hoog en ging het Venezuela economisch voor de wind. Met de olieopbrengsten hielp Chávez de armen. Onder het mom van ‘missies’ kreeg de onderlaag van de bevolking gratis voedsel, onderwijs en gezondheidszorg. Chávez’ populariteit nam onder de armen sterk toe.

Zijn beleid was afhankelijk van de olieprijs. De olie-export hield het land draaiende, maar de oud-president nam te weinig initiatieven om de economie diverser te maken. Daarnaast was een groot deel van de bevolking sterk afhankelijk van sociale voorzieningen, die werden gefinancierd met de olieopbrengsten.

Dutch disease

Chávez overleed in 2013 aan kanker. Direct na zijn dood werden de eerste gevolgen van de Dutch disease (Hollandse ziekte) merkbaar. Bij Dutch disease worden grote hoeveelheden grondstoffen geëxporteerd, wat leidt tot een sterke munt. Dit gaat ten koste van de concurrentiepositie van een land. Op de lange duur daalt de economische productie en stijgt de werkloosheid.

Vanaf 2014 begon de wereldolieprijs spectaculair te dalen, met catastrofale gevolgen voor de Venezolaanse economie. In 2016 steeg de inflatie naar 800 procent en slonk de economie met 19 procent. Bijna één op de vijf Venezolanen is werkloos. Ook heeft Venezuela geen financiële buffer opgebouwd – in tegenstelling tot landen als Saudi-Arabië – toen de olieprijs hoger was.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.