buitenland

‘Nederlandse boten helpen mensensmokkelaars’

Door Berend Sommer - 11 april 2017

Hulporganisaties die migranten uit de Middellandse Zee plukken, worden misbruikt door mensensmokkelaars. Het steekt het Siciliaanse Openbaar Ministerie dat hulporganisaties vlak buiten de territoriale wateren wachten op rubberbootjes met migranten. Dat zou mensensmokkel extra lucratief maken.

Meer nieuws, elke dag in je inbox? Meld je aan voor Elseviers nieuwsbrief >>

Dit meldt De TelegraafDe krant sprak een Siciliaanse officier van justitie over mensensmokkelaars. Het Siciliaanse Openbaar Ministerie is een onderzoek begonnen naar de Duitse hulporganisatie Sea Watch, waarvoor twee Nederlandse boten varen. Sea Watch vaart alleen tussen Italië en Libië. De organisatie wordt er mogelijk van verdacht hulp te bieden aan mensensmokkelaars.

De schepen van reddingswerkers wachten voor de Libische kust op de komst van rubberbootjes, waar vaak meer dan honderd migranten in zitten. Wanneer de bootjes de territoriale wateren van Libië hebben verlaten, kunnen de hulporganisaties aan het werk. Deze migranten krijgen reddingsvesten, en worden vervolgens aan boord gebracht. Daarna bellen de organisaties de Italiaanse kustwacht, om de migranten aan de overkant veilig aan land te brengen.

Verdienmodel voor criminelen

De mensensmokkelaars rekenen op de welwillendheid van hulporganisaties. Daarmee worden de goede bedoelingen van vrijwilligers deel van het verdienmodel van criminelen. De migranten zouden vlak voor vertrek lijsten met telefoonnummers van hulporganisaties krijgen. Als de kustlijn uit zicht is, krijgen hulporganisaties een seintje dat het tijd is voor een reddingsactie.

Vluchtelingen betalen omgerekend vaak duizenden euro’s om aan boord te mogen van de gammele bootjes. In 2016 stierven meer dan 5.000 vluchtelingen op de Middellandse Zee, een recordaantal. In 2017 werden al 30.000 migranten geregistreerd in Italiaanse kampen. Nu het weer zachter wordt, is de verwachting dat dit aantal verder zal stijgen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.