buitenland

Trump: ‘VN presteert ondermaats, maar heeft enorme potentie’

Door Elif Isitman - 25 april 2017

De Amerikaanse president Donald Trump is niet onder de indruk van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN). Hij verwijt de Veiligheidsraad dat het al ‘decennialang geblinddoekt’ is wat betreft dreigingen uit landen als Noord-Korea.

Ook hekelt hij het gebrek aan actie vanuit de Veiligheidsraad na de vermeende gifgasaanval van de Syrische president Bashar al-Assad, iets wat hij ‘het falen’ van de VN noemt.

‘Leuk clubje’

Het was een initiatief van de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley, die deze maand als voorzitter van de Veiligheidsraad fungeert. ‘De VN houden er niet van om problemen op te lossen,’ aldus Trump tijdens een lunchbijeenkomst in het Witte Huis voor de vijftien ambassadeurs van de Veiligheidsraad.

Het is niet de eerste keer dat Trump kritiek uit op de Veiligheidsraad. Tijdens zijn campagne noemde hij het al ‘een clubje voor mensen om samen te komen, te praten en het leuk te hebben’.

De Veiligheidsraad praat al tijden over zowel Syrië als Noord-Korea, maar de interne verdeeldheid zorgt ervoor dat resoluties vrijwel altijd worden geblokkeerd door permanente leden van de Veiligheidsraad, die vetorecht hebben. Het Syrië van Assad wordt altijd de hand boven het hoofd gehouden door bondgenoot Rusland, terwijl China lange tijd Noord-Korea beschermde uit angst de regio te destabiliseren.

Financiële lasten

Trump heeft er ook moeite mee dat de Amerikanen veel van de financiële lasten dragen in de Veiligheidsraad, een argument dat hij eerder ook gebruikte bij kritiek op de NAVO. De Amerikanen betalen grofweg 22 procent van het gehele budget van de VN-Veiligheidsraad, en 28 procent van het budget voor vredesmissies.

Maar, zegt Trump, dat zou hem minder dwarszitten als de ‘VN het goed zou doen’. Hij sloot af met een quasi-positieve noot. ‘De Veiligheidsraad presteert ondermaats, maar heeft enorme potentie,’ aldus de Amerikaanse president. ‘Ik zie fantastische dingen in de toekomst van de VN.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.