Noord-Korea

‘Knop van kernwapens staat klaar op bureau’

Door Fleur Verbeek - 01 januari 2018

De Verenigde Staten kunnen nooit meer een oorlog beginnen tegen Noord-Korea, nu Noord-Korea Amerika kan bereiken met kernwapens. Dat heeft de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un maandag gezegd in zijn nieuwjaarstoespraak op de staatstelevisie.

De dreigende woorden staan haaks op een bericht dat de regering in Pyongyang gisteren naar buiten bracht. Daarin gaf zij aan dat zij zichzelf ziet als ‘een verantwoordelijke nucleaire macht’.

‘De gehele Verenigde Staten liggen binnen bereik van onze nucleaire wapens en de knop staat klaar op mijn bureau. Dat is geen dreiging, maar een feit,’ zei Kim Jong-un maandag. ‘We zullen de wapens alleen inzetten als onze veiligheid in het geding is.’

Lees hier een van de meest spraakmakende uit Elsevier Weekblad van het afgelopen jaar:Het geheime leven van Kim Jong-un 

Focus op kernkoppen en raketten ‘voor inzetbaarheid’

Hoewel de Noord-Koreaanse leider benadrukte dat het van belang is om de spanningen in de regio te verminderen, kondigde hij aan dat het land zich dit jaar zal richten op de productie van kernkoppen en ballistische raketten, ‘voor inzetbaarheid’.

Kim vindt dat zowel Noord- als Zuid-Korea zijn best moet doen om een vreedzame omgeving te scheppen op het Koreaanse schiereiland. Hij overweegt om een delegatie naar de Olympische Spelen in februari in Pyeongchang in Zuid-Korea te sturen.

Deelname goed voor veiligheid Spelen Pyeongchang

‘De deelname van Noord-Korea aan de Winterspelen is een goede mogelijkheid om de eenheid van onze mensen te laten zien, en we hopen dat de Spelen een succes worden,’ zei hij. ‘Diplomaten van beide landen moeten snel over die mogelijkheid praten.’

De Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in had al gezegd dat deelname van Noord-Korea zal bijdragen aan de veiligheid van de Spelen van Pyeongchang. Hij had vorige maand voorgesteld dat de regeringen in Seoul en Washington grootscheepse militaire oefeningen uitstellen tot na de Spelen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.