Midden-Oosten

Turkije: Rusland en Iran moeten Assads bommenregen stoppen

23 februari 2018

Rusland en Iran moeten de bommenregen door Assads leger op de rebellen-enclave Oost-Ghouta een halt toeroepen, vindt Turkije. Intussen blijven de Turkse troepen de Koerden in Afrin beschieten.

‘Rusland en Iran moeten de Syrische overheid stoppen,’ zei de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu vrijdag. Dat meldt persbureau Reuters. De bombardementen door het leger van de Syrische president Bashar al-Assad op rebellenenclave Oost-Ghouta hebben sinds vorige week al meer dan vierhonderd mensen het leven gekost, onder wie veel vrouwen en kinderen.

Oproep tot wapenstilstand in ‘hel op aarde’

In Oost-Ghouta, vlakbij hoofdstad Damascus in het zuidwesten van Syrië, verschansen zich rebellen van het Vrije Syrische Leger, dat tegen Assad strijdt en een bondgenoot is van Turkije. Assads troepen bombarderen er veel woonwijken, onder meer met Russische bommenwerpers. Zweden en Kuweit dienden deze week bij de VN-Veiligheidsraad een voorstel in voor een staakt-het-vuren van dertig dagen, zodat hulpverleners zieken en gewonden kunnen helpen en de bewoners van Oost-Ghouta van levensmiddelen kunnen voorzien.

Syrië dwingt Trump tot samenwerking met Rusland, schreef Arend Jan Boekestijn eerder

Het is in Oost-Ghouta een ‘hel op aarde’, zei secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties (VN) donderdag. Ook de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley riep het ‘barbaarse’ regime van Assad op te stoppen met bombarderen.

Rusland noemde het voorstel ‘onrealistisch’, omdat het Syrische regeringsleger met steun van Moskou en Iran vecht tegen de aan terreurgroep Al-Qa’ida gelieerde rebellen. Volgens de VN-Veiligheidsraad is praten of onderhandelen met terroristen van Al-Qa’ida en Islamitische Staat (IS) onwenselijk.

Turkije beschiet Koerdische YPG-strijders

In Noord-Syrië, ten zuiden van de grens met Turkije, gaat het leger van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan intussen verder met het bestrijden van de Koerden in de Syrische regio Afrin. Vrijdag beschoot het Turkse leger naar eigen zeggen een groep Koerdische YPG-strijders – volgens de Turken een verlengstuk van terreurgroep PKK. Maar volgens de YPG ging het om een hulpkonvooi met burgers, die voedsel en medicijnen vervoerden.

Erdogan moet zich schamen voor barbarij in Afrin, schrijft Afshin Ellian

In Afrin voert Turkije ‘Operatie Olijftak’ uit, waarmee het wil voorkomen dat de Koerden aan de Turkse zuidgrens een staat stichten. Eerder deze week stuurde de Syrische president Assad troepen naar Afrin om de YPG-strijders – die eerder succesvol samen met het regeringsleider tegen IS vochten – te helpen. Erdogan reageerde daar furieus op, en zei dinsdag Afrin te gaan ‘omsingelen’. ‘Niemand kan dan Turkije en Turkse soldaten tegenhouden,’ zei minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu toen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.