Brexit

Britten zeggen EU over precies een jaar vaarwel. Dit moet er nog gebeuren

Door Elif Isitman - 29 maart 2018

Op 29 maart 2019 treedt het Verenigd Koninkrijk officieel uit de Europese Unie (EU). Maar voordat het zover is, heeft de regering van de Britse premier Theresa May nog flink wat taken uit te voeren. Wat is de status van de onderhandelingen met de EU?

Een jaar geleden riep May Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon in. Maar de afgelopen weken stagneerden de onderhandelingen tussen de Britse regering en de EU over de Brexit opnieuw. Wat hebben de Britten het afgelopen jaar bereikt en wat moet er nog worden gedaan voordat het Verenigd Koninkrijk officieel de Unie kan verlaten? Een overzicht.

In maart kwamen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk tot een overeenkomst over hoe de Brexit-transitieperiode er in grote lijnen moet komen uit te zien, vanwege de hoogstwaarschijnlijke mogelijkheid dat ook in maart 2019 geen definitief akkoord is bereikt. Tijdens de transitiefase die op 29 maart 2019 begint, moeten de Britten zich nog altijd aan EU-regels houden. De transitieperiode duurt twintig maanden.

In het komende jaar moeten de EU en de Britten het eens worden over een aantal zaken. De grootste obstakels:

  • May wil een harde grens tussen Noord-Ierland en Ierland voorkomen.
  • De Britse regering wil een ‘douanepartnerschap’ met de EU, zonder deel uit te maken van de douane-unie.
  • De Britten willen de circa 3,7 miljoen Europese burgers in het Verenigd Koninkrijk registreren.

Waar in december een compromis werd bereikt over de Noord-Ierse grens – die zou openblijven – wil de Britse regering nu niet garanderen dat die afspraak gepaard gaat met een douane-unie. Daarmee blijft het vrij verkeer van goederen in stand. De Europese Unie verlangt dan wel dat Noord-Ierland zich aan Europese regelgeving blijft houden.

Brexit gaat alleen verliezers opleveren. Lees het commentaar van Arendo Joustra

 

 

Dat zou betekenen dat Noord-Ierland gebonden is aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg, en daarmee wordt Noord-Ierland losgeweekt van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Althans, zo redeneert May: ‘Een dergelijk voorstel brengt de eenheid van het Britse koninkrijk in gevaar.’ May is niet van plan om hieraan gehoor te geven. Sterker nog: ‘Geen enkele Britse premier zou deze concessie doen,’ zei ze eerder.

EU-top is bepalend moment

In oktober is er een belangrijke EU-top. Op dat moment hoopt zowel de EU als de Britse regering dat de overgebleven kwesties zijn opgelost. Tijdens die top wordt beoogd de uittredingsovereenkomst te tekenen. Hierin komen onder meer de afspraken te staan dat de scheidingsrekening van 44,5 miljard euro wordt betaald (de Britten hebben dat al min of meer toegezegd), dat er een oplossing komt voor de kwestie van de Ierse grens, en dat de Britten de rechten van EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk waarborgen.

Afgezien van de uittredingsovereenkomst wordt  tijdens die top ook een plan gepresenteerd voor de toekomstige relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Het gaat dan grotendeels om een vrijhandelsakkoord, maar bijvoorbeeld ook om afspraken op het gebied van terrorismebestrijding en veiligheid. Tijdens de transitieperiode van twintig maanden worden die afspraken  verder geconcretiseerd.

De regering van May aasde eigenlijk op een blijvend lidmaatschap van de interne vrije markt van de EU, maar Brussel heeft dat afgekapt. De EU weigert de Britten toegang te geven tot die interne markt als ze zich niet houden aan de fundamentele principes van onder meer het vrije verkeer van personen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.