Transparantie

Geen ‘stiekeme’ wetten meer voor EU, maar hoe?

Door Elif Isitman - 22 maart 2018

Onderhandelingsdocumenten tussen het Europees Parlement, de lidstaten en de Europese Commissie over wetgeving moeten openbaar worden gemaakt als daarom wordt gevraagd, oordeelt het Europees Hof van Justitie donderdag. Het is een grote overwinning voor europarlementariërs die strijden voor een hogere transparantie van de Europese Unie.

Volgens de rechters van het Luxemburgse Hof moeten geïnteresseerde burgers inzicht kunnen krijgen in het besluitvormingsproces van de EU, en moeten daarmee volledig toegang hebben tot alle relevantie informatie.

Italiaanse burger kreeg te laat inzicht in wetdocumenten

In 2015 weigerde het Europees Parlement een deel van de documenten met compromisteksten vrij te geven, toen een Italiaanse burger erom vroeg. De man kreeg ze pas nadat de wetgevingsprocedure een jaar later was afgerond.

Te laat, vindt het Hof, dat verwijst naar de beginselen van ‘openbaarmaking en transparantie’, die erop gericht zijn om het vertrouwen van burgers in de EU te verhogen. Volgens het Hof mag een verzoek tot openbaarmaking alleen worden afgewezen als expliciet kan worden aangetoond dat openbaarmaking het besluitvormingsproces kan ondermijnen.

D66-europarlementariër Sophie In ’t Veld vindt de uitspraak van het Hof een ‘grote doorbraak voor de Europese democratie’. Volgens haar kunnen mensen ‘het wetgevende proces beter volgen en hun politici ter verantwoording roepen’. In ’t Veld wil dat de Europese Commissie en de Europese Raad zo snel mogelijk met een transparantieplan komen, en hoe dan ook voor de Europese verkiezingen in 2019.

Een woordvoerder van tijdelijk EU-voorzitter Bulgarije liet donderdag weten dat het onderwerp vooralsnog niet is geagendeerd voor de raad van ministers voor Europese Zaken.

EU maakte meer wetten zonder presentatie aan publiek

Vorig jaar werd bekend dat de EU steeds vaker wetten doorvoert die niet aan publiek worden gepresenteerd. In 2016 werd zelfs voor geen enkele wet een ‘tweede lezing’ aangevraagd. Zonder de tweede lezing gaat een wetsvoorstel van de Europese Commissie direct door naar het Europees Parlement, zonder plenaire debatten.

In 2004 werd voor het eerst bijgehouden hoe wetsvoorstellen uiteindelijk wetten worden. Eerst werd zeker de helft van de wetsvoorstellen gecheckt door middel van twee lezingen door het parlement en de daaraan verbonden publieke debatten, maar in 2014 en 2016 was het aantal wetten dat zo’n tweede lezing kreeg, nul. Experts hekelen het ondemocratische proces van de EU-besluitvorming.

Het lange proces om van wetsvoorstellen wetten te maken, wordt verkort doordat politici achter gesloten deuren overleg voeren en beslissingen maken. In veel gevallen gebeurt dit tussen een aantal europarlementariërs en een werknemer van de Europese Commissie. Soms zijn daar ook diplomaten van EU-landen bij aanwezig.

Tijdens deze onderhandelingen worden geen aantekeningen gemaakt en het volk wordt niet geïnformeerd over de gesprekken.

‘Gebrek aan transparantie draagt bij aan populisme’

Begin februari luidde ook de Europese ombudsvrouw Emily O’Reilly de noodklok over het gebrek aan transparantie binnen de EU: ‘het ondoorzichtige gedrag’ wakkert volgens haar populisme aan. Volgens O’Reilly is het voor Europese burgers vrijwel onmogelijk om inzicht te krijgen in het stemgedrag van hun regeringsleiders. ‘Er is sprake van een “achter-gesloten-deurenbenadering”, waarvan het risico is dat burgers vervreemd raken van de EU en er negatieve sentimenten ontstaan,’ aldus O’Reilly.

Nationale parlementen hekelen al geruime tijd het gebrek aan transparantie in de EU. Vorige maand boden Nederlandse parlementariërs, onder wie Pieter Omtzigt (CDA), in Brussel namens 26-EU-parlementen aanbevelingen aan die hier verbetering in zouden moeten aanbrengen.

Parlementen moeten volgens die groep bijvoorbeeld kunnen controleren hoe een minister in Brussel heeft gestemd over een bepaalde kwestie, en alle documenten zouden zo snel mogelijk toegankelijk moeten zijn voor het publiek.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.