Noord-Korea

Komt er toch een ontmoeting tussen Kim en Trump?

Door Fleur Verbeek - 27 mei 2018

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is vastberaden om de ontmoeting met Amerikaanse president Donald Trump alsnog door te laten gaan op 12 juni.

Dat heeft hij duidelijk gemaakt aan de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in, met wie hij zaterdag een onverwachte ontmoeting had, meldt het Noord-Koreaanse staatspersbureau KCNA.

Een woordvoerder van Moon bevestigt dat beide Koreaanse leiders hebben gesproken over de mogelijke ontmoeting tussen Kim en Trump. De twee leiders hebben ideeën uitgewisseld over hoe ze van de top een succes kunnen maken.

Lees ook: Vluchtelingen vertellen: zo hard is het leven in Noord-Korea

Zijn eigen onderdanen weten niet eens of hij kinderen heeft en ook voor de buitenwereld is hij een mysterie. Liesbeth Wytzes schreef dit artikel over het geheime leven van Kim Jong-un

Amerika vindt gesprekken ‘zeer productief’

Het was de tweede ontmoeting tussen Kim en Moon in twee maanden. Ze spraken elkaar noordelijk van Panmunjom, een dorp in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea. Medewerkers van Moon gaven een foto vrij van een omhelzing van de leiders van de twee Korea’s. Volgens hen is Moon  gesproken over het uitwerken van de vredesafspraken waarover de leiders het twee maanden geleden eens werden.

Moon werd vergezeld door het hoofd van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst Suh-hoon. Kim was in het gezelschap van Kim Yong-chol, die belast is met relaties tussen de twee Korea’s. De twee landen spraken af om op 1 juni opnieuw op ‘hoog niveau’ het gesprek aan te gaan en dat de leiders elkaar in de toekomst geregeld zullen ontmoeten.

De vrijgegeven foto van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-In op 26 mei 2018. – EPA

Zaterdag twitterde Trump over ‘zeer productieve gesprekken’ met Noord-Korea over het toch laten doorgaan van de ontmoeting met Kim.

Lees ook deze column van Arend Jan Boekestijn: Bom Noord-Korea? Wen er maar aan

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.