Hongarije

Orbán gaat stapje verder, wil asielactivisten strafbaar stellen

Door Elif Isitman - 29 mei 2018

De Hongaarse premier Viktor Orbán bindt nu ook de strijd aan met asielactivisten en mensensmokkelaars. In het Centraal-Europese land zijn nieuwe wetten in de maak waarmee mensen die immigranten helpen bij het verkrijgen van asiel strafbaar worden gesteld.

In de wet staan onder meer passages die het uitprinten van pamfletten met informatie voor asielzoekers en het bieden van eten of juridisch advies aan immigranten verbieden op straffe van enkele dagen tot een aantal jaar in de cel.

Het maakt onderdeel uit van het ‘Stop Soros’-voorstel van Orbáns partij Fidesz, waar eerder over werd bericht. Daarmee zouden de regels met betrekking tot non-gouvernementele organisaties, waaronder die van de Joodse Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, moeten worden verscherpt.

Bestrijden Soros is speerpunt van Orbán

Orbán beschuldigt Soros er consequent van dat hij de oorspronkelijke bevolking van Hongarije wil vervangen door islamitische migranten. Het bestrijden van Soros was dan ook een speerpunt van zijn verkiezingscampagne.

Lees ook dit portret van Viktor Orbán, beschermengel van het christendom

‘We hebben een tegenstander die anders is dan wij,’ zei Orbán begin deze maand, doelend op Soros. ‘Hij werkt niet met open vizier, maar in het geniep. Hij is niet eerlijk, maar bedriegt, hij is niet nationaal, maar een kosmopoliet. Hij gelooft niet in werken, maar speculeert met geld. Hij heeft geen vaderland, omdat hij denkt dat de hele wereld van hem is.’ Verschillende kopstukken in het Europees Parlement beschuldigden Orbán van antisemitisme naar aanleiding van deze uitspraken.

Soros hield dinsdag bij een Europese denktank in Parijs een toespraak waarin hij de aantijgingen van Orbán opnieuw ontkent: de Hongaarse premier brengt de kernwaarden van de Europese Unie (EU) in gevaar, zegt hij.

Naast de Stop Soros-wet wil Orbán een grondwettelijke aanpassing doorvoeren om ervoor te zorgen dat de EU Hongarije niet kan dwingen om (islamitische) immigranten op te nemen. Órban diende het amendement al in 2016 in, maar het voorstel wist destijds geen tweederde meerderheid te behalen. Dat is nodig om de aanpassing door te voeren. Nu Orbáns partij een absolute meerderheid heeft behaald, heeft de partij de macht om constitutionele amendementen door te voeren.

Orbán is uitgesproken tegenstander van EU-migratieplan

Begin dit jaar trok Órban opnieuw fel van leer tegen andere lidstaten van de Europese Unie en tegen het herverdelingsplan van migranten in het bijzonder. Zijn land weigert daaraan mee te werken. ‘De oplossing is duidelijk niet om de mensen die hier illegaal zijn gekomen te verdelen over de hele EU,’ aldus Orbán. Het herverdelingsplan van de EU faalde jammerlijk, vooral omdat een aantal landen – Hongarije en drie andere Centraal-Europese landen – weigerde eraan mee te werken.

Om dit probleem op te lossen, moet Europa zich bezighouden met het ‘echte probleem’, namelijk het bewaken van de grenzen, vindt Orbán. De Hongaarse premier heeft zich in het verleden vaker opgeworpen als de beschermheer van de Europese grenzen, vooral nadat hij in 2015 had besloten om de  Hongaarse grens met Servië  te sluiten met een hek. Doordat Hongarije die grens sloot, droogde de migratiestroom via de beruchte Balkanroute voor een groot deel op.

Diverse keren wekte hij de toorn van EU-kopstukken vanwege zijn harde grensbeleid tijdens de migratiecrisis in 2015. Orbán gaf destijds als argument dat zijn grenshek de hele EU beschermt tegen immigratie, en dat zijn land daarom niet bestraft, maar juist geprezen moest worden.

Orbán tart westerse EU-lidstaten vaak met zijn uitspraken. ‘Het gevaar komt voor ons niet langer uit Moskou, maar uit Brussel, Parijs en Berlijn,’ zei hij bijvoorbeeld in februari in zijn jaarlijkse toespraak over de toestand van de natie. Orbán stelt de regering van de Russische president Vladimir Poetin graag ten voorbeeld en neemt het in de Europese Unie geregeld op voor de Russen, tot ergernis van westerse EU-landen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.