Media

Ollongren bindt via campagne strijd aan met nepnieuws

Door Fleur Verbeek en Matthijs van Schie - 13 december 2018

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) kondigt donderdag een onlinecampagne tegen nepnieuws aan. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer. Vier vragen en antwoorden over de strijd die het kabinet aanbindt met ‘desinformatie’.

 Waarom lanceert Ollongren deze campagne?

In het bericht wijst de D66-minister erop dat ‘de verspreiding van desinformatie’ een reële dreiging is. In de aanloop naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten en Waterschappen en die voor het Europees Parlement, beide in 2019, ‘zet het kabinet daarom in op bewustwording en onderzoek naar desinformatie’. De online bewustwordingscampagne moet in februari 2019 van start gaan en ‘burgers meer bewust maken van het fenomeen van desinformatie en de eigen verantwoordelijkheid in het herkennen daarvan’. Eerder besloot de Europese Commissie al om daaraan meer aandacht te besteden (zie vraag 2 en 3).

Lees ook deze column van Afshin Ellian terug: D66 dreigt kampioen nepnieuws te worden

Ook komt er begin 2019 een onderzoek naar de effecten van sociale media en internetzoekmachines op verkiezingen. In de toekomst wil het kabinet jongeren met lesmateriaal gaan voorlichten op het gebied van nepnieuws.

De jacht op nepnieuws is omstreden. Nadat reportages van onder meer GeenStijl, The Post Online en De Gelderlander ten onrechte als nepnieuws waren bestempeld door nepnieuwsmeldpunt EU vs Disinfo ontstond onrust in de Tweede Kamer. Ollongren kreeg de opdracht om afschaffing van het meldpunt in Brussel aan te kaarten. Na enige weerstand ging ze daarmee in maart akkoord. Maar eenmaal in Brussel wilden andere landen hier niets van weten, zei Ollongren afgelopen zomer.

Opvallend is dat het in Nederland wel blijkt mee te vallen met de blootstelling aan nepnieuws. Uit het rapport ‘Digitalisering van het nieuws. Online nieuwsgedrag, desinformatie en personalisatie in Nederland’ van het Rathenau Instituut blijkt dat er in Nederland nog geen grote negatieve impact van nepnieuws op de samenleving is vanwege een sterk mediabestel, pluriforme nieuwsconsumptie en een hoog vertrouwen in de media. Hierdoor is het risico klein dat online ‘filter bubbels’ ontstaan waarin mensen zich eenzijdig informeren over hun omgeving.

EU vs Disinfo omschrijft zichzelf als ‘onderdeel van een campagne om desinformatie door pro-Kremlin-media te identificeren, benoemen en weerleggen’. Het nepnieuwsbureau wordt gerund door veertien vaste medewerkers en honderden vrijwilligers door heel Europa. Zij werken samen met wetenschappers en non-gouvernementele organisaties, die er niet zelden pro-Oekraïense motieven op nahouden. Volgens de NOS zijn slechts tien van de vrijwilligers echt actief.

Wat staat er in het plan van de Europese Commissie?

In april van dit jaar riep Mariya Gabriel, Europees Commissaris voor Digitale Economie, op tot een gedragscode voor techplatforms. 

Ze stelde dat de industrie ‘zelfregulerend’ moet zijn, maar vond tegelijkertijd dat bedrijven als Facebook veel sneller nepaccounts moeten sluiten.

In oktober dit jaar presenteerden Google, Facebook en Twitter en een aantal advertentiebedrijven zo’n gedragscode. Hierin beloofden zij meer duidelijkheid te geven over wie voor (politieke) advertenties betaalt en waar het nieuws vandaan komt. Ook zullen zij ‘authentieke informatie’ meer voorrang geven. Verder zouden nepaccounts sneller worden verwijderd.

De Europese Commissie juichte de maatregelen toe, maar dreigde opnieuw: ‘Should the results prove unsatisfactory, the Commission may propose further actions, including actions of a regulatory nature,’ stond in een reactie.

Hoe zit het nu met de taskforce EU vs Disinfo?

Ondanks de dubieuze reputatie van EU vs Disinfo gaat de Europese Commissie de taskforce tegen ‘desinformatie’ komend jaar fors uitbreiden. Het jaarlijkse budget wordt meer dan verdubbeld, van 2 miljoen euro in 2018 naar 5 miljoen in 2019. Ook krijgen de 15 medewerkers van het nepnieuwsbureau gezelschap van 50 tot 55 extra collega’s.

De strijd tegen nepnieuws wordt onder meer verhevigd door een zogenoemd rapid alert system, dat is bedoeld om sneller misleidende berichten te signaleren. Google en sociale media als Facebook en Twitter worden onder toezicht geplaatst om te controleren of die de bovengenoemde gedragscode naleven en of die, samen met fact checkers, wel transparant zijn over politieke advertenties op de platforms.

De EU produceert zelf nepnieuws, schreef Jelte Wiersma eerder dit jaar

Brussel wil vooral dat in Oost-Europa media worden ‘versterkt’ om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan, schreef de Commissie vorige week in een persbericht: ‘De taskforce (…) richt zich op het effectief communiceren van EU-beleid richting het Oosten, waaronder het steunen van persvrijheid en het versterken van onafhankelijke media.’

Ook rept het bericht over het ‘verbeteren van de EU-capaciteit voor het voorspellen, aankaarten en onder de aandacht brengen van pro-Kremlin desinformatie’. De maatregelen maken deel uit van een pakket aan maatregelen om te verzekeren dat de Europese verkiezingen in mei 2019 ‘vrij en eerlijk’ verlopen, zei Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in zijn jaarlijkse State of the European Union-toespraak.

Hoe wordt gereageerd op het plan van Ollongren?

Kamerlid Kees Verhoeven, partijgenoot van minister Ollongren, schrijft op Twitter dat hij de campagne een ‘goede zet’ vindt. Hij wijst erop dat het kabinet een wens uitvoert van D66 en CDA, die in november vorig jaar al pleitten voor actie tegen nepnieuws in aanloop naar de verkiezingen in 2019.

Opvallend is dat maar weinig oppositiepartijen zich kritisch uiten over de campagne, ondanks de vele kritiek die Kamerleden hadden op het EU-nepnieuwsbureau. PVV-Kamerlid Martin Bosma uit wel zijn weerzin, in niet mis te verstane woorden: ‘De staat (met het anti-democratische D66 overal aan de knoppen) gaat de burger vertellen wat waarheid is en wat niet. #1984′, schrijft hij op Twitter, verwijzend naar het boek 1984, een dystopische toekomstroman waarin de Britse schrijver George Orwell een totalitair regime beschrijft dat via een zogeheten ‘Gedachtenpolitie’ burgers controleert.

In een peiling die televisieprogramma EenVandaag in november hield onder zijn opiniepanel, vindt ruim driekwart (77 procent) van de ondervraagde ‘jonge mensen’ dat verplichte lessen over het herkennen van nepnieuws nodig zijn. Opmerkelijk is dat een bijna identiek percentage (74 procent) van die groep van mening is zelf prima onderscheid te kunnen maken tussen nepnieuws en echt nieuws.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.