Verhaal van de dag

Go Johnson, haal Verenigd Koninkrijk uit EU en maak het tot een succes

Door Jelte Wiersma - 23 juli 2019

Boris Johnson wordt de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk. Een meerderheid van 92.000 van de circa 160.000 leden van de Britse Conservatieve Partij koos Johnson dinsdag tot nieuwe partijleider. Europa heeft er baat bij als de Britten laten zien dat een (economisch) succesvol bestaan buiten de Europese Unie mogelijk is, schrijft Jelte Wiersma.

D66-voorman Rob Jetten wil het Nederlandse lidmaatschap van de Europese Unie (EU) in de Grondwet laten opnemen. Daarmee laat Jetten zien dat hij de EU als doel op zich beschouwt. Jetten staat niet alleen. Velen op het Europese continent gunnen zichzelf en anderen geen zuurstof om serieus na te denken over de EU.

Het is ook lastig om je een bestaan buiten de EU in te beelden. Afgezien van Zwitserland en Noorwegen zijn er geen (economisch) succesvolle Europese landen van enige betekenis buiten de EU. Waarbij Zwitserland als bank van de wereld een verdienmodel heeft dat slechts een paar landen kunnen nadoen. Niet elk land kan de bank zijn, geld wordt uiteindelijk altijd verdiend met de productie van goederen. En Noorwegen is rijk geworden door olie- en gasbronnen. Beide landen zijn overigens grotendeels satellieten van de EU en nemen bijna alle EU-wetten over in ruil voor toegang tot de EU-markt.

Land of Hope (and Glory)

Er gloort evenwel hoop (en glorie) dat een (economisch) succesvol land de Europese Unie verlaat, buiten de EU nog succesvoller wordt, en daarmee de aard en beperkingen van de EU blootlegt: het Verenigd Koninkrijk. De afgelopen drie jaar, sinds het Brexit-referendum in 2016, waren niet bemoedigend. Onder remainer-premier Theresa May (Conservatieven) probeerde nagenoeg het hele Britse establishment de Brexit te saboteren en het Verenigd Koninkrijk tot een satelliet van de EU te maken.

Dat verandert mogelijk nu Boris Johnson May opvolgt als leider van de Conservatieve Partij en morgen tevens als premier van het Verenigd Koninkrijk. Of Johnson er wel in slaagt Brexit door te zetten, is overigens voorlopig twijfelachtig. Hij wil een zogenoemde harde Brexit, maar is vaag over zijn plannen. En in het Lagerhuis is geen meerderheid voor welke nieuwe relatie met de EU ook. Nieuwe verkiezingen, schorsing van het Lagerhuis – er zijn verschillende scenario’s mogelijk en er zal nog heel wat spektakel uit Westminster tot ons komen.

Lees ook de column van Jelte Wiersma: Duitsland en Frankrijk geven toe: EU is Duits-Frans imperium

Hoe het ook zij, voor Nederland en Europa in brede zin is het van groot belang dat het Verenigd Koninkrijk geen satelliet wordt van de EU en buiten de EU (economisch) succesvoller wordt dan het land nu al is. De EU heeft namelijk in Europa geen uitdager die conventies in twijfel trekt. En dat schaadt Europa.

Door competitie sterk

De opmars van Europa vanaf zo’n beetje de veertiende eeuw kwam door het uiteenvallen van grote rijken en de opkomst van de natiestaten die in onderlinge competitie elkaar tot grote hoogten dreven. Het gigantische China bijvoorbeeld centraliseerde en bureaucratiseerde in die periode steeds meer, schakelde zo competitie uit en werd overvleugeld door de kleine Europese landjes. Door de almaar verder integrerende EU gaat Europa het vroegere China achterna. Competitie tussen landen wordt uitgeschakeld en almaar meer EU-bureaucratie verstikt ondernemerschap en innovatie.

Zo heeft Europa (nog) het beste fundamenteel onderzoek ter wereld, maar vermarkten van die kennis lukt nauwelijks. Dat komt mede door de interne markt van de EU die is gebaseerd op het Romeinse recht. Dit recht leidt er in de EU-praktijk toe dat niets mag tenzij staat opgeschreven dat het wel mag. In de Verenigde Staten, dat gewoonterecht kent, mag alles tenzij staat opgeschreven dat het niet mag. Dit maakt het veel makkelijker voor ondernemers om op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten producten en diensten op de markt te brengen.

Romeinse wurggreep

Buiten de EU is het Verenigd Koninkrijk verlost van het ‘Romeinse’ EU-Hof van Justitie in Luxemburg en kan het het eigen gewoonterecht weer volledig voeren. Let wel, er zijn al Nederlandse bedrijven die na de Brexit hun onderzoeksafdelingen naar het Verenigd Koninkrijk willen verhuizen. Bijvoorbeeld genetische modificatie van gewassen – waarin Europa voorop liep qua onderzoek – is in de EU niet toegestaan waardoor Nederlandse zaadveredelaars hun leidende positie dreigen te verliezen aan Amerikanen, Afrikanen en Aziaten.

Ook geldt dat de interne markt van de EU vooral is ontworpen voor producten en niet voor (digitale) diensten. Duitsland en Frankrijk willen dat hun industriële concerns hun producten eenvoudig in heel Europa kunnen afzetten, maar blokkeren het openstellen van de interne markt voor (digitale) diensten. Dit tot frustratie van het Verenigd Koninkrijk en ook van Nederland. Het Verenigd Koninkrijk, dat sterk is in diensten, heeft mede daardoor een handelstekort met de EU-landen op het continent en een handelsoverschot met de rest van de wereld. Sterker nog, met de Verenigde Staten drijft het Verenigd Koninkrijk de meeste handel, meer dan met Duitsland en Frankrijk. Dit is opmerkelijk aangezien het Verenigd Koninkrijk nog steeds een EU-land is, de EU geen speciaal handelsverdrag met Amerika heeft en de geografische afstand veel groter is. Minder dan de helft van de Britse handel is handel met de EU, en dit volume daalt jaarlijks. De kansen liggen overzee, maar de EU houdt door protectionisme allerlei producten duur of helemaal van de markt.

EU faalt sinds Maastricht

De EU mist hierdoor economische kansen. Dit wordt het best verbeeld door het verschil in economische groei tussen de Verenigde Staten en de grootste EU-landen sinds begin jaren negentig. Tot die tijd groeiden beide ongeveer even snel. Daarna, na verdieping van de interne markt en het besluit tot invoering van de euro bij het Verdrag van Maastricht, spoot de Verenigde Staten weg. Meer EU-integratie ging gelijk op met vertraging van de economische groei in Europa. En landen buiten de euro, zoals het Verenigde Koninkrijk en Zweden, hebben het de laatste tien jaar beter gedaan dan de eurolanden.

Al deze feiten overtuigen desondanks niet in het publieke debat over de EU, noch elite noch burgerij. De Europese elites hebben zoveel politiek kapitaal geïnvesteerd in EU en euro, dat een alternatief niet meer denkbaar is. Zie Jetten. En burgers aarzelen. EU-scepsis is overal, maar burgers schrikken begrijpelijkerwijs terug om daar de ultieme consequentie aan te verbinden. Italië laat dat zien. De kiezers stemden daar het pro-EU-establishment weg, maar willen wel in de EU en de euro blijven.

Elsevier Weekblad maakte een uitgebreid portret: De twaalf gezichten van Boris Johnson

Ook de sabotage door May van de Brexit en de eindeloze stroom doemverhalen van politici en media over de toekomst van het Verenigd Koninkrijk buiten de EU hebben hun sporen bij burgers op het continent nagelaten. De steun voor het EU-lidmaatschap is in de meeste EU-landen gegroeid. Dit is enigszins eigenaardig, want het Verenigd Koninkrijk heeft het sinds het Brexit-referendum in 2016 economisch beter gedaan dan de andere grote EU-landen en alle doemscenario’s van experts bleken onzin. De werkloosheid is met 3,7 procent extreem laag, het aantal mensen dat werkt is hoger dat ooit, net als het gemiddelde salaris (in 2018). Van de grote landen kan alleen Duitsland daarmee wedijveren.

Redt Johnson Europa?

Maar deze feiten blijven vaak onderbelicht en zijn niet geheel overtuigend want het Verenigd Koninkrijk is immers nog EU-lid. Wat gebeurt er na een Brexit? Dat weet niemand. Het is aan premier Johnson, als een van de aanvoerders van het Leave-kamp, om zijn land uit de EU te leiden en te laten zien welke kansen dat geeft.

Hij en zijn mede-politici kunnen het geweldig verknallen. Dat zou een catastrofe zijn want dat zal elk debat over, op zijn minst, hervorming van de EU doodslaan en vrij baan betekenen voor Duitsland en Frankrijk om hun zin door te drijven. Dan winnen de Jettens van deze wereld die altijd erg voor diversiteit zijn, maar als het op Europese nationale diversiteit aankomt even niet. Maar als Johnson en zijn collega’s van de Brexit een (economisch) succes maken, zullen Duitsland en Frankrijk onder druk komen van andere EU-landen om een eind te maken aan de almaar centraliserende, bureaucratiserende en economisch beperkende EU. Zodat Europa’s kracht van diversiteit en onderlinge concurrentie, die dit kleine hoekje aarde tot grote hoogte stuwde, in ere kan worden hersteld.

Op Johnsons schouders rust een enorme verantwoordelijkheid – voor heel Europa.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.