buitenland

Hoe vleermuizen de ebola-ziekte kunnen overbrengen

Door Simon Rozendaal - 22 augustus 2014

Ebola is vermoedelijk begonnen met vleermuissoep. Het is dus niet voor niets dat de vleermuis, de vaste metgezel van Dracula, zo’n slechte naam heeft.

De Amerikaanse overheid (Centers for Disease Control, CDC) geeft op haar website tips hoe een woning batproof (vleermuisbestendig) kan worden gemaakt. Het kleinste gaatje moet worden dichtgeplamuurd.

Mocht er op zolder een kolonie zitten, verwijder die dan niet zelf, maar bel de gemeentelijke reiniging. Zelfs het schoonmaken van de desbetreffende zolder kan beter worden overgelaten aan specialisten, meldt CDC.

En ga onder geen beding een grot in waar vleermuizen hun domicilie kunnen hebben gekozen. En o ja, zeg tegen uw kinderen dat ze nooit een levende dan wel dode vleermuis mogen aanraken!

Gruwelverhalen

Dankzij allerlei moderne DNA-analysetechnieken zijn onderzoekers aanbeland waar onze voorouders al enkele eeuwen geleden waren toen ze met gruwelverhalen de burger angst voor de vleermuis probeerden in te boezemen. Dat was niet zonder reden.

In een artikel in het blad Clinical Microbiology Reviews (te vinden via Google: bats and viral diseases) werd in 2006 gesteld dat vleermuizen ‘uitzonderlijk geschikt’ zijn als virusbron.

Ze herbergen niet minder dan 66 virussen die op de mens en andere zoogdieren kunnen worden overgedragen. Lang niet alle zijn in staat een mens te doden, maar het rijtje dat overblijft, leest als het script van een griezelfilm: hondsdolheid, SARS, MERS, nipah, marburg. En niet te vergeten: ebola.

Smoking gun

De smoking gun (een vleermuis in het wild met een ebolavirus) ontbreekt nog, maar de meeste deskundigen menen dat de recente epidemie in West-Afrika, met inmiddels meer dan duizend doden, is begonnen bij vleermuizen.

Wellicht door het consumeren van vleermuizensoep of van vlees van een door een vleermuis besmet dier. In het laboratorium is aangetoond dat vleermuizen kunnen worden besmet en het virus vervolgens uitscheiden.

Dat vleermuizen vliegende virusvaten zijn, heeft verscheidene redenen. Ze bestaan al tientallen miljoenen jaren en hebben dus de tijd gehad om resistent te worden tegen virusziekten.

Verder zijn het, met mensen en knaagdieren, de zoogdieren die zich het meest over de wereld hebben verspreid. Viroloog Ab Osterhaus (66): ‘Diverse vleermuissoorten hebben bovendien al lang geleden gekozen voor een strategie die wij pas sinds een paar honderd jaar toepassen: het leven in groepen van honderdduizenden of meer.’

Miljoenensteden

Toen de mens in miljoenensteden ging wonen, braken er aanvankelijk ook aan de lopende band epidemieën uit (pest, cholera, enzovoort). Vleermuizen, die niet zelden met honderdduizenden of miljoenen in een grot huizen, hebben die fase al lang achter de rug.

Van de vele virussen beschouwt Osterhaus het nipah-virus en vooral MERS-corona als de gevaarlijkste, meer dan hondsdolheid en ebola. Nipah (met mogelijk een fatale hersenvliesontsteking tot gevolg) heeft in Maleisië in 1998 ruim honderd doden veroorzaakt en houdt zich al enkele jaren op in Bangladesh, waar het in staat lijkt om van mens naar mens over te springen.

Het Middle East Respiratory Syndrome heeft honderden mensen ziek gemaakt, van wie 20 procent overleed.

‘Alle aandacht gaat nu uit naar ebola, maar in potentie kan MERS meer slachtoffers maken. Het virus verspreidt zich via dromedarissen en daarvan zijn er veel in de wereld.’ Osterhaus ziet MERS zelfs als zo’n gevaar dat hij ervoor pleit om voor dromedarissen een MERS-vaccin te ontwikkelen.

Tot stilstand

Het aanpakken van de bron ofwel het massaal vernietigen van vleermuizen heeft weinig zin, los van het feit dat ze in veel landen (waaronder Nederland) beschermd zijn. Het eerdergenoemde Clinical Microbiology Reviews wees erop dat sommige landen dit hebben geprobeerd om hondsdolheid tot stilstand te brengen.

Maar vleermuizen besmetten in vergelijking met wilde vossen en honden zo weinig mensen (1 procent van het jaarlijkse aantal gemelde gevallen van rabiës – zo’n 55.000 wereldwijd) dat dit geen enkel effect had.

Osterhaus: ‘Je moet ze niet doden, maar juist bestuderen. Het zijn succesvolle zoogdieren. We moeten begrijpen hoe hun afweer werkt. Wat hebben zij dat wij niet hebben? Het antwoord kan wellicht geneesmiddelen of vaccins opleveren.’

Bestuderen in gevangenschap is geen sinecure. Er is een uitgebreide en beveiligde huisvesting nodig opdat ze kunnen vliegen. Het schoonmaken en verzorgen is, juist gezien de virussen in hun poep en urine, iets wat alleen door gespecialiseerde medewerkers in beschermende kleding mag gebeuren.

Grotten

Overigens hoeven de strenge Amerikaanse regels voor de omgang met vleermuizen niet door Nederland te worden overgenomen. In de Verenigde Staten is de kans dat een vleermuis hondsdolheid verspreidt veel groter dan in Nederland, waar minder dan één op de honderd vleermuizen met het virus is besmet.

Wel raadt ook Osterhaus mensen af om tijdens hun vakantie in grotten te gaan waar vleermuizen zijn. ‘Blijf buiten staan en was je handen.’ Dode vleermuizen kunnen hier wel worden opgepakt, mits met beschermende handschoenen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.