buitenland

Hoe een Jezidische tiener op het nippertje ontsnapte aan IS

Door Tom Reijner - 20 september 2014

Dit is een van die zeldzame ooggetuigenverslagen over wat zich precies heeft afgespeeld bij de massaslachting rond Kocho in augustus, toen IS-terroristen het Noord-Iraakse dorp bestormden.

‘Maak je geen zorgen, we zullen jullie brengen naar het Sinjar-gebergte,’ zeiden IS-terroristen tegen Khidir, een 17 jarige jongen bij de bestorming van het dorp Kocho.

Vele duizenden Jezidi’s hadden al een heenkomen gezocht in de bergen in Noord-Irak, uit angst voor de bebaarde mannen met zwarte vlaggen. Maar de toezegging bleek op leugens gebaseerd, want in werkelijkheid werd Khidir, samen met tientallen mannen naar een andere plek gebracht. In het midden van een open veld, waar twee IS-terroristen hen opwachtten met machinegeweren, schrijft Foreign Policy.

Blinddoek

‘We dachten nog, zo kwaad zijn ze misschien niet,’ zegt Khidir. Maar even later, bij het zien van de zwaarbewapende mannen, realiseerde hij zich wat hem te wachten stond. Ze werden geblinddoekt en moesten knielen.

Toen zei een van de terroristen: ‘Hier houdt het op,’ waarna er schoten klonken. Khidir hoorde mannen huilen, en voelde plots hoe de loop van een geweer tegen zijn nek werd gezet. De kogel miste hem maar net.

De jongen deed daarop net alsof hij dood was. Later, toen de terroristen wegreden met hun trucks, stond hij op. Niet ver van hem lag zijn dode neef en een gewonde buurman, die de executie ook wonderwel wist te overleven.

Samen met hem kon hij, na een lange wandeltocht, Syrië bereiken. Momenteel verblijft hij in een vluchtelingenkamp in Koerdisch Irak. Veel van zijn familieleden, waaronder zijn vier broers, hebben de gruweldaden waarschijnlijk niet overleefd.

Grenzen

Het is een van de zeldzame ooggetuigenverslagen wat zich precies heeft afgespeeld bij de massaslachting van Jezidi’s uit Kocho. De moord op tientallen mannen is een van de vele misdaden die IS de afgelopen tijd heeft gepleegd.

De laatste dagen hebben de terroristen ervoor gezorgd dat duizenden Koerden hun dorpen en steden in het noorden van Syrië zijn ontvlucht. Velen verzamelden zich langs de grens met Turkije, dat, na een eerdere weigering, de grenzen opende.

De president van Iraaks Koerdistan, Masoud Barzani, deed vrijdag een emotionele oproep aan de wereld om de stad Kobani te beschermen tegen de IS-terroristen. Die moeten worden vernietigd, waar ze zich ook bevinden, zei hij. Zo’n 45.000 Syrische Koerden zijn naar Turkije gevlucht, zei de Turkse vicepremier Numan Kurtulmus tegenover CNN Türk.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.