buitenland

Jihad-expert: zo leven de Nederlandse jihadisten in Aleppo

Door Tom Reijner - 24 september 2014

Veel Nederlandse jihadisten zouden, tussen de gevechten door, maar een beetje rondhangen in de Syrische stad Aleppo.

De jihadstrijders hebben vaak een villa met zwembad tot hun beschikking, ze krijgen geld en voedsel en hebben soms ook nog eens de beschikking over een gratis auto, zegt de Belgische onderzoeker Montasser AlDe’emeh tegenover RTL Nieuws.

AlDe’emeh is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen en doet onderzoek naar jihadisten.

Bonte verzameling

Voor zijn studie reisde hij via Turkije af naar Aleppo in Syrië. Die stad is in handen van een bonte verzameling van jihadisten, terroristen en andere radicalen. In Aleppo trok de onderzoeker op met een groep radicale moslims. Hij had intussen zijn baard laten staan, met om zijn hals een Palestijnse sjaal.

Onder de jihadisten in Aleppo is ook de Nederlandse jihadist Muhajiri Sháám, die dinsdag in een filmpje opriep tot geweld in Nederland, nadat Amerikaanse bommenwerpers de verzamelplaats voor buitenlandse jihadisten met de grond gelijk maakten.

Het filmpje met de jihadist vergroot de kans dat er een aanslag wordt gepleegd in Nederland, zegt AlDe’emeh. Er hoeft er immers maar een bij te zitten in Nederland die de dreigende woorden serieus neemt en besluit tot actie over te gaan. Erg gevaarlijk dus.

Auto

Hoe leven die jihadisten daar? Volgens de jihadexpert geriefelijk. ‘De jongens staan ’s ochtends op, ontbijten en zien hun vrouw. Ze spelen met hun kinderen. Rond de middag vertrekken ze dan naar de kazerne, daar zoeken ze het broederschap op. Ze praten met elkaar over van alles en nog wat. Daarna gaan ze zwemmen bij hun villa daar, dat gebeurde bijna dagelijks.’

De radicaalislamitische jongeren zijn veelal aangesloten bij Jabhat Al-Nusra. De organisatie van de aan Al-Qaída gelieerde groep zorgt ervoor dat de jihadisten niets tekortkomen. Waar Jabhat Al-Nusra al dat geld vandaan haalt, is niet bekend.

Zo krijgen de jihadisten voedselpakketten en geld. Af en toe worden ze opgeroepen voor de strijd. Die duurt vaak niet langer dan drie dagen, waarna ze weer terugkeren naar hun honk, zegt AlDe’emeh.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.