buitenland

Waarom de Schotten zich niet meer spiegelen aan de Britten

Door Lia van Bekhoven - 18 september 2014

De Schotten spreken zich donderdag uit over onafhankelijkheid. De voorstanders snakken ernaar zich los te maken van Groot-Brittannië: ‘Wij zijn meer Scandinavisch, meer Europees dan de Engelsen.’

Politiek leeft weer, zegt Paul Craig. ‘Als dit referendum één ding heeft gedaan, dan is het politiek relevant maken.’ Overdag doceert hij Engels, ’s avonds klopt hij op deuren om zwevende kiezers te overtuigen dat Schotland onafhankelijk moet worden. Craig had de afgelopen dagen haast: het uur U, donderdag 18 september, naderde.

Rustpauzes

Helaas moet hij in Glasgows groene, voorname wijk West End voortdurend rustpauzes inlassen. De vier verdiepingen tellende appartementen mogen dan unieke glas-in-loodramen en jugendstiltegels hebben, er is geen lift. Het is een klein offer voor een grote zaak. En groter dan afsplitsing van het Verenigd Koninkrijk bestaat niet. ‘Dit is groter dan politiek.’

Duizenden Schotten gingen is september weer aan het werk zonder met vakantie te zijn geweest. Ze deden dingen die ze nooit eerder hadden gedaan. Ze organiseerden campagnes, namen deel aan debatten en spraken wildvreemden aan over de toekomst van hun land. ‘Dit is de belangrijkste beslissing die je ooit zult nemen.’

Tranen

Van de grensgebieden aan de rivier de Tweed tot aan de ruige Hooglanden, van elegant Edinburgh tot aan olierijk Aberdeen is er gediscussieerd met een ernst en betrokkenheid waarvan politici elders in Europa tranen in hun ogen zouden krijgen. ‘Iedereen gelooft dat de opkomst weleens 85 procent kan zijn,’ zegt Craig, ‘en dat is al een prestatie op zich.’

De Slag om Schotland zal worden beslecht in Glasgow. En dan vooral in de wijk East End, waar de bewoners de Europese statistieken domineren waar het slechte gezondheid, misdaad, alcohol- en drugsmisbruik betreft. Rond Duke Street ligt de gemiddelde levensverwachting voor mannen op 68,1 jaar, vijf jaar onder het Schotse gemiddelde. Zwaarlijvige vrouwen helpen je eraan herinneren dat dit het land is waar de gefrituurde Mars, ‘een Schotse legende’, werd uitgevonden.

Versleten

De winkelstraat heeft wat elke versleten Britse wijk kenmerkt: tweedehandskledingzaakjes, een gokwinkel en een goedkope Gregg-bakkerij: ‘warme ui- en kaaspastei met thee of koffie 2 pond’. ‘Het mooie van Glasgow,’ zei de komiek Billy Connolly eens over zijn geboortestad, ‘is dat als er een kernbom op wordt gegooid, het er daarna precies hetzelfde uitziet.’

Generaties lang was dit het onbetwiste grondgebied van de linkse Labourpartij. Een stem voor Labour was er zo vanzelfsprekend dat volgens een populair gezegde na verkiezingen de stembiljetten voor de sociaal-democraten niet werden geteld, maar gewogen. Als de gang naar het stemlokaal tenminste was gemaakt.

Op de stoep buiten de gokwinkel zegt een groepje bouwvakkers zich altijd buitengesloten te hebben gevoeld van het democratische proces. Maar komende week gaan ze stemmen, voor het eerst. ‘Want dit is voor altijd.’

Oprisping

De Labourpartij zal echter niet profiteren van de oprisping in politieke interesse. Susan Gardiner, een verpleegkundige met een ‘I love London’-boodschappentas, is 52 jaar.

Oud genoeg om diep teleurgesteld te zijn in Labourregeringen die de weg insloegen van een vrijemarkteconomie en harde bezuinigingen. ‘Mijn vader en grootvader waren actief in de vakbond. Mijn hele familie heeft altijd Labour gestemd. Maar ik zie geen verschil meer tussen de Conservatieven en Labour. Het is tijd dat wij, Schotten, voor onszelf kiezen.’

Hope Street

Op het hoofdkwartier van de Schotse Yes-campagne, in Glasgows toepasselijk geheten Hope Street, hoor je van activisten geen kwaad woord over de Engelsen. Maar de behoefte is sterk om zich van de zuiderburen te onderscheiden.

De opening van een eigen parlement in de hoofdstad Edinburgh in 1999 en de gestage opmars van de Schotse Nationalisten (SNP) waren het startschot van een nieuwe zoektocht naar Schotse eigenschappen en de Schotse identiteit.

‘Ik zie met geen mogelijkheid hoe het parlement in Londen tegemoet kan komen aan wat wij willen,’ zegt Claire. Ze is 17 en komt een stapel pamfletten ophalen om bij het station uit te delen aan forensen. ‘Belangrijk voor ons zijn zaken als gelijkheid, onderwijs, welzijn. De Engelsen hechten daaraan veel minder waarde.’

Kliek

Ze noemt de privatiseringswoede ten zuiden van de Schots-Engelse grens, de maatschappelijke ongelijkheid, dezelfde soort geprivilegieerde kliek ‘als twee eeuwen geleden’ die het land vanuit Londen bestuurt. Als de Engelsen daaraan de voorkeur geven: fijn, zegt Claire. ‘Maar dit is gewoon niet wat de Schotten willen.’

In 2011 won de leider van de Nationalisten, Alex Salmond, onverwacht een meerderheid in het Schotse parlement. Sindsdien luidt zijn pleidooi tegenover de kiezers die hem aan zijn onwaarschijnlijk geachte overwinning hielpen: geef ons de volmacht om van Schotland een sociale democratie te maken. Help ons een basis te leggen voor een moderne verzorgingsstaat.

De Nationalisten spreken over gelijkheid en democratie alsof het typisch Schotse obsessies zijn. Voor veel Schotten zijn dit hun kernwaarden. ‘Ze geloven dat ze meer hechten aan gelijkheid en de traditionele verzorgingsstaat dan de zogenoemde neo-liberale Engelsen,’ schrijft historicus Tom Devine in het boek Being Scottish.

Panda’s

In het Schotse politieke klimaat hebben de Conservatieven het nakijken. Ze vormen in alle bestuurslagen een minderheid. Schotten wijzen er graag op dat hun land twee keer zoveel panda’s heeft als Conservatieve parlementariërs – de dierentuin in Edinburgh bezit precies twee van die zwart-witte beren. ‘Wij zijn al een voorbeeld,’ zegt Roddy Simmonds van de SNP.

Hij noemt gratis thuiszorg voor ouderen, gratis doktersrecepten (in tegenstelling tot de rest van het Verenigd Koninkrijk) en gratis onderwijs aan Schotse universiteiten. ‘We hebben Londen laten zien hoe het anders kan. Maar hoeveel beter kan het worden als we helemaal zelfstandig zijn?’

Saamhorigheid

Schotland mag zich graag spiegelen aan Noorwegen, Denemarken, Zweden en Finland. Over Ierland hoor je de Schotten sinds de val van de Keltische Tijger minder vaak.

‘Wij zijn meer Scandinavisch, meer Europees dan de Engelsen,’ zegt de Schotse schrijfster A.L. Kennedy. ‘We hechten meer aan saamhorigheid en gelijkheid, terwijl de Engelsen individualisme veel belangrijker vinden. Zij zijn meer georiënteerd op de Verenigde Staten, wij op Europa.’ Overal in Engeland worden gemeenschapscentra gesloten, zegt Kennedy. ‘In Glasgow is er sinds de recessie juist een bibliotheek bijgekomen.’

Hardnekkig

Een populaire perceptie is dat Schotland daadwerkelijk een genivelleerder land is, dat het een beter opgeleide bevolking en een levendiger gemeenschapszin heeft dan de zuiderburen. Maar dat is, op zijn best, wishful thinking. Ook in Schotland nemen de inkomensverschillen toe, is de werkloosheid hardnekkig en blijft de gemiddelde levensverwachting laag. Schoolprestaties schommelen rond het Britse gemiddelde en in de internationale onderwijslijstjes zakken de Schotten steeds verder weg.

De manier waarop Schotten zich afzetten tegen hun dominante zuiderburen, bepaalde lange tijd de nationale identiteit. Zelfbewustzijn werd gevormd in de veldslagen voordat de twee landen in 1707 samengingen na aanname van de Act of Union, en in de eeuwen daarna.

Anarchie

Auteur Sir Walter Scott en zijn versie van een roemrucht verleden ten spijt, blinkt de Schotse geschiedenis juist uit in anarchie en armoede, slechts af en toe onderbroken door Braveheart-achtige opstanden tegen Engelse overheersers.

In de buurt van de universiteit van Glasgow staat een groepje Yes-activisten bij de bushalte. Waar denken ze aan bij het horen van het woord ‘Engeland’? Een van hen noemt een familielid dat in Newcastle woont. Een tweede zegt Chelsea FC en een derde noemt een bedrijf waar ze wil werken.

Hun gezichten staan op neutraal. Niemand die vloekt of op de grond spuugt. De Engelsen worden niet meer geassocieerd met grootgrondbezitters die de Schotse boer en zijn gehavende, ongeschoeide nageslacht uit hun pachtwoning joegen. Als in Schotse kroegen naar een wedstrijd met Engeland wordt gekeken, ligt de sympathie niet meer vanzelfsprekend bij Engelands opponent.

De activisten in hun blauwe Yes-shirts zijn opgewekt en hoopvol. Ze ademen nationaal zelfvertrouwen uit. Ze weten, veel beter dan de Engelsen, wie ze zijn. Ze voelen zich in geen enkel opzicht ondergeschikt aan hun zuiderburen. Soms voelen ze zich zelfs superieur.

Angel

Gedeeltelijk zelfbestuur haalde de angel uit het anti-Engelse sentiment. De Schotten begonnen zichzelf anders te zien – minder Brits, meer Schots. Die verschuiving uitte zich het sterkst bij het laatste volksonderzoek in 2011 toen 62 procent zich bestempelde als ‘Schots en niks anders’ en maar 26 procent zich identificeerde als ‘Brits’.

Schots-zijn is niet meer met Brits-zijn te rijmen, zeggen ze in het Keltische muziekcafé Òran Mór. Als centrum-linkse natie kun je alleen buiten het Verenigd Koninkrijk bestaan. Schotland heeft al een eigen rechtssysteem en plaatselijk bestuur. Het land regelt zijn eigen gezondheidszorg en onderwijs, ‘en nu willen we zeggenschap over de rest’.

De rokers buiten het café kennen de risico’s. Ze hebben de waarschuwingen gehoord over een breuk met het pond sterling, uitzetting uit de Europese Unie en opdrogende olie-inkomsten. Maar afgezet tegen een breuk met het neoliberale politieke beleid in Londen zijn dat risico’s die ze bereid zijn te nemen.

Beste kansen

Volgens peilingen hebben de No-zeggers de beste kansen. Maar de energie en het optimisme zitten bij de Yes-groep. De No-groep is een haastig in elkaar getimmerde gelegenheidsmachine. De Yes-groep is een beweging.

Er is meer voor nodig dan een overwinning van de tegenstanders van afscheiding om Schots nationalisme te doen sterven. Tien jaar geleden bewoog de SNP zich in de marge, nu is ze een volksbeweging met een eigen, enthousiasmerende dynamiek.

‘Wij zijn,’ zegt campagnevoerder Craig, ‘meer open, minder navelstaarderig dan de Engelsen. We weten welke kant we opgaan. Als we de onafhankelijkheid deze keer niet winnen, dan over vijf jaar. Wij hebben de geschiedenis mee.’ En dat is het allerergste, verzucht een zwevende kiezer. ‘Dat het nooit ophoudt. Dat het referendum een neverendum wordt.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.