buitenland

Syrië spreekt schande van peshmerga die Kobani binnengaan

Door Tom Reijner - 30 oktober 2014

Een eerste groep van Iraaks-Koerdische strijders is donderdag in Kobani aangekomen. De peshmerga gaan hun broeders en zusters helpen bij de langslepende strijd tegen Islamitische Staat (IS).

Met zware wapens staken tien peshmerga de grens met Turkije over, meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

Turkije

Het is de bedoeling dat de komende dagen nog eens honderdveertig strijders naar de Noord-Syrische stad trekken. De operatie verloopt via Turkije. Ankara maakt het mogelijk dat de peshmerga vanuit de Koerdische Autonome Regio in Irak naar Syrië kunnen vertrekken.

De strijders kunnen hun borst nat maken: vannacht is opnieuw hevige strijd geleverd. IS probeerde, tevergeefs, de enige grensovergang tussen Kobani en Turkije te veroveren. Dat zou de intrede van de peshmerga zo goed als onmogelijk hebben gemaakt.

Schending

De actie is tegen het zere been van de Syrische regering. Het bewind van president Bashar al-Assad sprak van een ‘schaamteloze schending’ van de Syrische soevereiniteit. Dat de peshmerga het Syrische grondgebied zonder toestemming van Damascus betreden, wordt als een ‘schandelijke handeling‘ gezien.

Dat heeft niet alleen te maken met de ontwikkelingen van vandaag, maar ook met de overtocht van zo’n vijftig Syrische rebellen vanuit Turkije gisteren.

Het gaat om rebellen van het Vrije Syrische Leger, een los verbond van verschillende anti-Assad-krachten. Turkije heeft lak aan de klachten vanuit Syrië. Recep Tayyip Erdogan (eerst premier, nu president) is al jaren een verklaard tegenstander van Assad, zonder dat hij overigens direct ingrijpt in het Arabische land.

Massagraven

Intussen zou in het westen van Irak, dat grotendeels onder controle staat van de IS-terroristen, een massagraf met de lichamen van zeker honderdvijftig leden van een soennitische stam zijn ontdekt, melden Iraakse overheidsfunctionarissen.

De slachtoffers maken deel uit van de Albu Nimr-stam, die geldt als een tegenstander van eveneens soennitische extremisten. De extremisten sleurden de stamleden mee uit hun dorpen naar de stad Ramadi, de hoofdstad van de provincie al-Anbar, en doodden hen volgens de functionarissen in het holst van de nacht. Ook bij de stad Hit zijn zeventig lichamen van leden van de stam gevonden, melden ooggetuigen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.