buitenland

Waarom Frankrijk de EU in een nieuwe politieke crisis dreigt te storten

Door Jelte Wiersma - 28 oktober 2014

Het instabiele Frankrijk dreigt de Europese Unie in een nieuwe politieke crisis te storten. Naast Parijs neemt ook de druk op Berlijn toe.

Het leek wel een reeks oorlogsverklaringen. Eerst leverde de Franse regering van president François Hollande op 15 oktober bij de Europese Commissie een begroting voor komend jaar in met een tekort van 4,3 procent van het nationaal inkomen, ruim boven het afgesproken maximum van 3 procent. Het was een niet mis te verstaan signaal uit Parijs: wij bepalen zelf hoeveel geld we uitgeven, daar hebben andere eurolanden en de Europese Commissie niets mee te maken. De Franse premier Manuel Valls zei dat ‘Frankrijk respect verdient’.

Irritatie

De Italiaanse premier Matteo Renzi had ook een nieuwtje: hij laat zijn tekort oplopen van 2,2 tot 2,9 procent. Het leidde tot irritatie bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel, die een dag later in de Bondsdag nog maar eens herhaalde dat ‘alle landen in de eurozone zich aan de begrotingsafspraken moeten houden’.

En zo bestookten de regeringsleiders van de drie grootste landen in de eurozone elkaar verbaal vanuit eigen land.

Deels gebeurde dat om de eigen achterban te bedienen, deels waren het inleidende beschietingen voor de Europese Raad van Regeringsleiders in Brussel van vorige week. Een Raad die officieel moest gaan over het klimaatbeleid, maar in de praktijk vooral ging over de euro en de begrotingsdiscipline.

Dat spel is na ruim twee jaar stilte namelijk weer begonnen. En dat is terug te voeren op het Franse onvermogen om te hervormen.

Instabieler dan het lijkt

Frankrijk is vaak veel instabieler dan het lijkt. De macht is meer dan in andere grote landen gecentreerd bij een ontoegankelijke politieke elite in de hoofdstad. Die elite wil grandeur uitstralen en probeert het volk tevreden te houden met cadeautjes. Zo bouwde Parijs een hogesnelheidsnetwerk voor treinen, subsidieert het grote Franse bedrijven, en zijn onderwijs, kinderopvang en zorg goedkoop. De arbeidsvoorwaarden behoren tot de beste ter wereld. Tot begin jaren tachtig drukte de Franse centrale bank – aangestuurd door de regering in Parijs – geld bij om alles te financieren.

De Fransen hoopten dat de euro een Franse munt zou worden, met de Europese Centrale Bank in Frankfurt die – onder Parijs’ bestuur – geld zou bijdrukken wanneer dat nodig was. De Duitsers wisten dat te voorkomen: de euro lijkt meer op de Duitse mark dan op de Franse frank. Die Duitse euro, met de daaraan gekoppelde strenge begrotingsregels voor deelnemende landen, dreigt nu in het Franse gezicht te ontploffen – zoals dat in 2008 gebeurde bij onder meer Griekenland.

Dankzij daaropvolgende ‘gratisgeldpolitiek’ van Europese noodfondsen en centrale banken ontsnapte het met eeuwige tekorten kampende Frankrijk de afgelopen jaren aan stevige bezuinigingen en hervormingen. Sterker, de in 2012 gekozen Hollande dacht met het massaal stromende geld door te kunnen op de vertrouwde weg – de weg van cadeautjes uitdelen. Tot ergernis van Merkel verlaagde hij de pensioenleeftijd.

Onrustige markt

Ook Zuid-Europese landen en Ierland vinden dat de Fransen moeten hervormen. Door de Franse onwil worden financiële markten onrustig. De Fransen ondermijnen het broze vertrouwen in de eurozone, en dat heeft zijn weerslag op de Zuid-Europese landen. Die hebben onder Duitse druk moeten bezuinigen en hervormen. Zij moeten toezien hoe hun inspanningen worden tenietgedaan als de rente op staatsleningen weer oploopt, zoals vorige week door het Franse tekort.

Wie wel financiële ruimte heeft, is de Italiaanse premier Renzi. Door een nieuwe Europese rekenmethode moeten alle landen voortaan ook criminele activiteiten meerekenen als nationaal inkomen. In Italië is het op papier dankzij de maffia flink gegroeid en het overheidstekort gedaald.

Met dat geld voert hij vanaf volgend jaar een beleid dat veel landen aanspreekt, van belastingverlaging, hervormingen én een hoger tekort. Investeren en hervormen: Merkel en de financiële markten kunnen ermee leven, zolang hij maar hervormt.

Renzi’s leermeester is Merkels voorganger, de socialist Gerhard Schröder. Hij blies in 2005 het Stabiliteitspact voor de euro op en liet, in strijd met de regels, het Duitse tekort oplopen tot meer dan 3 procent. Schröder vond dat Europa zich niet had te bemoeien met het begrotingsbeleid van landen. Zeker niet als landen hervormen en investeren.

Steuntje in de rug

In 2011 is de 3-procentsnorm door alle eurolanden herbevestigd, met de Europese Commissie als toezichthouder. Maar Frankrijk laat zich, net als Duitsland in 2005, de wet niet voorschrijven. Hollande heeft geen zin in een confrontatie met de eigen bevolking. Maar zolang de euro onder Duitse invloed staat, is dat onvermijdelijk.

Of de euro zo Duits blijft, is twijfelachtig. Het Internationaal Monetair Fonds en achter de schermen ook veel landen willen dat Duitsland zelf meer geld uitgeeft en het tekort laat oplopen. Zo zouden de afkoelende Duitse economie en de rest van de eurozone moeten worden aangejaagd. Dat is waarop de Fransen hopen. Zo krijgen ze een steuntje in de rug en kunnen ze hervormingen vermijden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.