buitenland

Het Europees stimuleringsfonds van Juncker: vier vragen

Door Elif Isitman - 26 november 2014

Juncker presenteert woensdag zijn plannen voor de opzet van een Europees stimuleringsfonds. Het fonds zou Europa meer dan 300 miljard euro aan investeringsgeld moeten opleveren.

Jean-Claude Juncker is nu een drietal weken voorzitter van de Europese Commissie en het investeringsplan is zijn eerste grote onderneming.

1. Wat wil Juncker met het fonds?

Europa kampt met een investeringsgat: volgens Juncker is dit te wijten aan een gebrek aan zelfvertrouwen en geloofwaardigheid van Europa. Het gebrek aan vertrouwen zou doorwerken naar potentiële geldschieters. De Europese Commissie wil het stimuleringsfonds opzetten om dat investeringsgat te dichten en investeerders te stimuleren hun geld in Europa te stoppen.

Diplomatieke bronnen in Brussel zeggen tegen Het Financieele Dagblad dat het investeringsplan van Juncker in de Europese economie in de periode van 2015-2017 een extra boost gaat geven van 2 tot 3 procent. Dit komt neer op zo’n 330-410 miljard euro.

2. Waar komt het geld vandaan?

Er wordt 21 miljard euro in het fonds geïnvesteerd. De Europese Commissie haalt het grootste gedeelte van het geld uit de  bestaande EU-begroting. De rest van het geld komt van de Europese Investeringsbank (EIB).

3. Waar moet het geld heen?

Juncker heeft er zelf alle vertrouwen in dat het stimuleringsfonds investeerders zal trekken. Die zouden van die 21 miljard 300 miljard euro moeten maken. En wanneer er eenmaal vanuit dat fonds kan worden geïnvesteerd in een project, volgen andere geldschieters vanzelf, denkt de voorzitter. Hij noemt zijn investeringsplan zelf ‘ambitieus maar realistisch’.

Hij wil het geld in grote infrastructurele projecten investeren, bijvoorbeeld ict-projecten, energieprojecten en digitale diensten. Op het gebied van internet loopt Europa bijvoorbeeld mijlenver achter: 30 procent van de Europese bevolking is nog nooit op internet geweest.

4. Hoe wordt erop gereageerd?

De Europese Commissie ziet het fonds als een risicodekking. Critici vinden echter dat het plan te smal is en dat er veel meer geld nodig is om het echt te laten slagen.

Ook experts reageren koeltjes op het voorstel. Volgens Charles Wyplosz, hoogleraar Internationale Economie aan de universiteit van Genève, doet het plan niets voor de Europese economie: ‘Het is een wassen neus. Het zal te lang duren voordat het plan gaat werken en er zullen conflicten tussen Europese landen ontstaan omdat iedereen een deel van het geld zal willen opeisen,’ zegt hij in de Britse krant The Telegraph.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.