buitenland

CIA-rapport: meedogenloze marteltactiek had nauwelijks effect

Door Servaas van der Laan - 09 december 2014

De meedogenloze martelpraktijken die de CIA sinds 2001 op terrorisme-verdachten toepaste, hebben nauwelijks resultaten opgeleverd. De Amerikaanse geheime dienst heeft de politiek en het publiek bovendien misleid door onterecht successen te claimen.

Dat zijn twee van de vele conclusies in het omvangrijke rapport over de ondervragingstechnieken van de CIA, dat een speciale onderzoekscommissie dinsdag presenteerde.

Bruut en meedogenloos

In de vijfhonderd bladzijden tellende samenvatting van het rapport doet de commissie uit de doeken op welke manier terrorismeverdachten de afgelopen tien jaar door de CIA zijn ondervraagd. In totaal gaat het om 39 onderzochte gevallen. Vaak waren de ondervragingstechnieken bruut en meedogenloos.

Zo waren de gevangenen regelmatig naakt en werden ze onnodig lang met klappen in het gezicht wakker gehouden gedurende een periode van maximaal 180 uur. De uit films bekende ‘waterboarding’- tactiek resulteerde in sommige gevallen bijna tot de verdrinkingsdood van de gevangene. Vijf gevangenen kregen voedsel rectaal ingediend zonder dat hier een medische noodzaak voor was. Ook kregen gevangenen te horen dat hun kinderen iets aan zou worden gedaan, hun vrouwen zouden worden verkracht en hun moeders de keel zou worden doorgesneden.

Geen effect

De meest treurige conclusie uit het rapport is dat al deze vormen van ‘enhanced interrogation’ vrijwel geen betrouwbare informatie hebben opgeleverd. In zeven gevallen leidden de martelpraktijken tot geen enkele nieuwe informatie, in de overige gevallen ging het om ‘gefabriceerde’ en ‘foutieve’ informatie.

Volgens de commissie schrijft de CIA onterecht enkele successen toe aan de verhoortechnieken. De dienst heeft hiermee het Witte Huis, de Nationale Veiligheidsraad, het ministerie van Justitie, de inspectie, het parlement en het publiek misleid, zo oordeelt het rapport. Daarnaast meldt het rapport dat de martelpraktijken werden uitgevoerd door teams van twee psychologen die nauwelijks ervaring hadden met ondervragingen of kennis hadden van Al-Qa’ida. Sinds 2005 werd vrijwel al het werk door de bedrijven van deze psychologen verricht.

Fouten toegeven

Dianne Feinstein, voorzitter van de onderzoekscommissie, zei dat de acties van de CIA een ‘vlek op onze waarden en onze geschiedenis’ hebben achtergelaten.

‘Maar dit rapport zegt ook tegen ons volk en de rest van de wereld dat Amerika groot genoeg is om fouten toe te geven en genoeg zelfvertrouwen heeft om te leren van onze fouten,’ zei Feinstein. De Republikeinse senator John McCain zei dat de waarheid ‘soms een bittere pil kan zijn’.

Antwoord CIA

De CIA kan zich niet in alle conclusies van het rapport vinden. Voormalige bestuurders van de dienst zeggen dat de informatievergaring wel degelijk tot successen heeft geleid. Zij noemen het rapport een ‘gemiste kans’ om een goed beeld te scheppen voor een ‘belangrijk openbaar debat’.

In een officiële reactie laat de CIA weten dat de ondervragingstechnieken ‘tekortkomingen’ hadden en dat er ‘fouten zijn gemaakt’. Omdat er in het begin nauwelijks ervaring was met zo’n groot, wereldwijd ondervragingsprogramma kon de dienst niet altijd ‘aan de hoge standaarden voldoen’.

Toch blijft de CIA volhouden dat de praktijken wel veel cruciale informatie hebben opgeleverd. De dienst zegt de geconstateerde fouten te zullen meenemen en met de blik vooruit naar de toekomst te kijken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.