buitenland

‘Palestijnen hebben bewondering voor hoe wij ons land vormgeven’

Door Servaas van der Laan - 28 januari 2015

Alle ambassadeurs en andere leiders van Nederlandse diplomatieke posten in het buitenland zijn een weekje in Nederland voor de ambassadeursconferentie. Elsevier sprak met het hoofd van de Nederlandse vertegenwoordiging bij de Palestijnse Autoriteit: Peter Mollema (53).

Het was even wennen toen Peter Mollema afgelopen najaar de ambassade in Washington inruilde voor de diplomatieke post in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. ‘Washington is het centrum van de diplomatie, daar gebeurt het. Als diplomaat is er niets leuker dan dat. Maar ik voelde mij vereerd toen ik werd gevraagd voor Ramallah. Het Midden-Oosten Vredesproces is voor diplomaten hét onderwerp in het Midden-Oosten en daar zit ik nu met mijn neus bovenop.’

Mercedes

En dus laat de diplomaat zich nu iedere ochtend in zijn Mercedes van zijn woonplaats Oost-Jeruzalem naar Ramallah rijden. ‘Dat is een ritje van ongeveer 25 kilometer over keurige snelwegen. Onderweg passeer je 2 of 3 checkpoints waar je in de regel gewoon kunt doorrijden. Heel af en toe moet je uitstappen omdat de Israëli’s willen controleren of je wel bent wie je zegt dat je bent’.

De Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging werd twintig jaar geleden opgericht na de Oslo-akkoorden toen de Palestijnse Autoriteit een feit werd. Het doel van de missie is het helpen realiseren en voorbereiden van een tweestatenoplossing, in onderhandeling tussen Israël en de Palestijnen. ‘Dat gebeurt op een praktische manier via ontwikkelingshulpmiddelen, trainingen aan veiligheidsdiensten, toegang tot rechtssystemen en via politieke weg, door vooral veel te praten met verschillende partijen,’ legt Mollema uit.

Nauwelijks tegenwerking

‘Ik praat hier met iedereen. Als diplomaat beweeg je je gemakkelijk door de West Bank heen, kom je overal binnen. Ik word vrijwel nooit tegengewerkt.’ Toch hebben grote gebeurtenissen wel degelijk invloed op het werk van de diplomaat. ‘Als de Palestijnen naar het Internationaal Strafhof gaan, vinden de Israëli’s dat natuurlijk niet leuk. En wanneer er een Palestijnse minister wordt doodgeschoten, merk je dat wel. Al is het alleen maar omdat dan veel straten zijn afgesloten’.

Ook wordt er wel eens druk uitgeoefend rond politieke gebeurtenissen. ‘Als er een resolutie in de Veiligheidsraad zit aan te komen, proberen ze je natuurlijk te bewerken. Je krijgt wel eens een telefoontje of sms’je ’s avonds . Of we niet nog even met die Amerikanen kunnen praten. Mijn antwoord is dan afhankelijk van onze koers “nee” of “ja”. En dat heeft dan weer consequenties. Maar dat hoort erbij. Dat is niet veel anders in andere landen.’

Van A naar B

Over het dagelijkse leven in de Palestijnse gebieden is Mollema gematigd positief. ‘Het grootste probleem voor de meeste Palestijnen is de vraag “hoe kom ik van plek a naar plek b”. De vele controles en opstoppingen, dat vinden ze erg vervelend. Verder zijn de meeste Palestijnen, net als ieder ander, ook gewoon bezig met hun eigen leven, het vinden van een baan of een goede opleiding voor hun kinderen. Dat ze leven in bezet gebied maakt dat er natuurlijk niet makkelijker op.’
Een andere grote structurele zorg is het wegtrekken van kennis uit het gebied. ‘De “brain drain” is absoluut een groot probleem. De Palestijnen zijn over het algemeen goed opgeleid en ze zijn relatief jong. De helft is jonger dan 28 jaar. Die jongeren kunnen hier lang niet altijd een baan vinden. Dus ik snap heel goed dat die ergens anders gaan kijken.’

Economische uitdagingen

Mede door het vertrek van kennis hebben de Palestijnen op economisch gebied nogal wat uitdagingen voor de boeg. ‘Bijna iedereen hier heeft een mobieltje. En er is gewoon 3g en 4g. Men probeert buitenlandse investeringen aan te trekken. Er komt waarschijnlijk binnenkort een Ikea, en er wordt gebouwd aan de auto-industrie. Maar exporteren is lastig omdat Israël er tussen zit. En in Gaza is het gebrek aan energie weer een probleem voor de economische ontwikkeling. Er is natuurlijk honger, huizen zijn ingestort. Maar tegelijkertijd zijn de Palestijnen een innovatief volk, ze blijven werken aan ontwikkeling.’

Ondanks de problemen zijn er volgens Mollema ook aardig wat Nederlanders actief in de Palestijnse gebieden. ‘We hebben natuurlijk expertise op het gebied van de landbouw. Zo laten we aardbeien groeien in Gaza. We helpen bij het opvangen van regenwater in een bassin om het te recyclen, er zijn Nederlandse adviesbureautjes, we bouwen mee aan een ziekenhuis. Onder Palestijnen heerst zeer veel waardering voor de manier waarop wij ons land vormgeven. Tegelijkertijd vinden ze natuurlijk wel dat we iets feller zouden moeten zijn jegens Israël.’

Kom op bezoek

In Ramallah kun je waarschijnlijk binnenkort voor een nieuw bankstel terecht bij de Ikea en er is overal mobiel internet. Mollema nodigt Nederlanders dan ook uit op bezoek te komen.

‘Ik bespeur niks van vijandigheid. Ik loop hier gewoon over straat. En er is ook heel veel te zien. Dus wanneer Nederlanders aan mij vragen of ze hier op bezoek kunnen komen zeg ik: “Ja, dat kan best”.

Spannende tijden

Na een paar dagen in Nederland voor de ambassadeursconferentie vliegt Mollema volgende week weer terug naar Jeruzalem. Met de toetreding van de Palestijnen tot het Internationaal Strafhof wachten er spannende tijden voor de diplomaat.

‘Het zou een tikje te ambitieus zijn als ik zou zeggen dat ik het Midden-Oosten Vredesproces ga oplossen,’ zegt hij met de nodige ironie, ‘maar ik ga er wel alles aan doen om als Nederland zichtbaar en betrokken te blijven bij dit proces. Daarnaast blijven we Nederlandse bedrijven koppelen aan Palestijnse en ook op sportief gebied hoop ik op samenwerking. Het zou mooi zijn om het Nederlands elftal tegen een team van de Palestijnen te laten voetballen. De Palestijnen zijn dol op voetbal. En Oranje kan de uitdaging best aangaan. Ze zijn erg fanatiek, maar ik ben de Palestijnse Johan Cruijff nog niet tegengekomen’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.