buitenland

Assad en anti-IS-coalitie: contact, maar geen samenwerking

Door Laura van Dijk - 10 februari 2015

De regering in Syrië wordt grotendeels op de hoogte gehouden over locatie van de aanvallen die de internationale coalitie tegen Islamitische Staat (IS) uitvoert. Van directe samenwerking is echter geen sprake: de meeste landen weigeren te onderhandelen.

Dat vertelde de Syrische president Bashar al-Assad in een interview met BBC. Assad was bereid om de Verenigde Staten te helpen in hun strijd tegen IS, maar de Verenigde Staten weigeren te onderhandelen met het huidige Syrische regime dat onder meer chemische wapens tegen de eigen bevolking zou hebben ingezet.

Mosterdgas

‘Daarmee heeft Assad internationale normen en waarden overschreden,’ vond het Witte Huis. Het naar schatting 1.300 ton grote arsenaal aan chemische wapens – met onder meer mosterdgas en sarin – is met veel vertraging sinds oktober 2013 uit het land weggehaald en vernietigd door de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens.

Het conflict in Syrië heeft tot gevolg gehad dat bijna alle leden van de anti-IS-coalitie het huidige regime van Syrië niet erkennen. Directe samenwerking tussen Syrische strijdkrachten en de coalitie is daarom niet mogelijk in de strijd tegen IS.

Syrië krijgt de berichten over de strijd onder meer via buurland Irak te horen. ‘Er is geen sprake van een dialoog of tactisch overleg, maar we krijgen wel informatie,’ zegt Assad.

Afkeer

Over een eventuele samenwerking met de anti-IS-coalitie op dit moment is Syrië heel duidelijk. ‘Nee, dat kunnen we niet en dat willen we niet. We willen geen verbond met landen die terroristen (red. de Syrische oppositie) ondersteunen.’ Ook buurland Turkije steunt de gematigde rebellen al jaren in hun strijd tegen Assad.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan wil – naast de bestrijding van IS – het Syrische regime uiteindelijk omverwerpen. Dat is dus én IS verslaan én Assad wegjagen. Een middenweg bestaat er in de ogen van Erdogan niet.

Onder vuur

De strijd tegen IS vordert langzaam, maar gestaag. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry vertelde dit weekend dat de terreurgroep ‘significant’ is teruggedrongen in een interview met de Amerikaanse tv-zender NBC. Het zou gaan om 22 procent van het totale bewoonde gebied dat de anti-IS-coalitie heeft heroverd.

Afgelopen zaterdag is Mosul – de grote Noord-Iraakse stad die IS in handen heeft – door gevechtsvliegtuigen van de internationale coalitie zeker twaalf keer onder vuur genomen. Eind januari heroverden de Koerden al de Syrische grensstad Kobani, in tegenstelling tot de terreurorganisatie die ‘chaotische en ongeorganiseerde signalen’ schijnt af te geven. Ook zou IS kampen met een gebrek aan mankracht. Ze zouden inmiddels 2.000 strijders armer zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.