buitenland

Australië stuurt privé-data wereldleiders naar verkeerd adres

Door Tom Reijner - 30 maart 2015

Een menselijke fout heeft ertoe geleid dat persoonlijke gegevens van wereldleiders als de Amerikaanse president Barack Obama en de Russische president Vladimir Poetin per ongeluk terecht zijn gekomen bij de organisatie van een regionaal voetbaltoernooi.

In een mail van een medewerker van de Australische immigratiedienst stonden namen, geboortedata, paspoort- en visanummers van 31 wereldleiders, met naast Obama en Poetin ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Britse premier David Cameron en de Indiase premier Narendra Modi, schrijft de Britse krant The Guardian. De leiders woonden in november vorig jaar een G20-top bij in de Australische stad Brisbane.

Automatisch

Vermoedelijk is er bij het intypen van het e-mailadres iets misgegaan. Het adres was automatisch aangevuld, maar de ambtenaar zou niet hebben gezien dat het adres niet juist was.

‘De verzender had niet gecontroleerd of de autofillfunctie van Microsoft Outlook het juiste e-mailadres van de ontvanger had ingevuld,’ schrijft de chef van de visumdienst van de Australische immigratieafdeling aan een privacy-commissie. ‘Daardoor werd de informatie – de naam, geboortedatum, titel, nationaliteit, paspoort- en visumnummer en visumtype – naar de verkeerde persoon gestuurd.’

Map

Volgens het hoofd van de immigratiedienst is het onwaarschijnlijk dat de informatie bij meer mensen terecht is gekomen of dat het publiek toegang heeft tot de gegevens. ‘De ontvanger heeft de e-mail gewist en zijn map met verwijderde berichten leeggemaakt,’ is de reactie.

De wereldleiders zijn om die reden niet op de hoogte gesteld van het ‘lek’. De Australische immigratiedienst was in februari vorig jaar ook al verantwoordelijk voor het grootste datalek door een overheidsdienst ooit in het land, schrijft de Vlaamse krant De Morgen. Toen werden persoonlijke details van bijna duizenden gevangenen in een voor het publiek toegankelijk bestand op de website gezet.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.