buitenland

Hoe groot is vrees in Estland en Polen voor Russische agressie?

Door Jeroen Bult - 06 maart 2015

In de Estse grensstad Narva wonen vrijwel alleen etnische Russen. Hoe groot is de kans dat Poetin hen gaat opstoken? ‘Dit is geen Donetsk.’ Plus: hoe Polen zich voorbereidt op oorlog.

De grensovergang is het ideale decor voor een koudeoorlogsthriller. Een met hoge hekken omrande weg, felle lampen op masten waar flarden mist langs trekken, overal beveiligingscamera’s, lange rijen auto’s en vrachtwagens hobbelend over een wegdek vol smeltende sneeuw: het heeft allemaal een hoog Checkpoint Charlie-gehalte.

Hier bij Narva, de derde stad van Estland, houdt de Europese Unie op. Aan de andere kant van de gelijknamige rivier, in Ivangorod, begint Rusland.

Een brug vormt de enige verbinding. Maar nu zich opnieuw een politiek-ideologische confrontatie tussen Rusland en het Westen aftekent, is volgens sommigen Narva opnieuw een frontstad aan het worden waar Oost en West tegenover elkaar staan. Ook in dit opzicht dringt de vergelijking met Berlijn zich op.

Een poort tussen Oost en West is de stad eigenlijk altijd al geweest. Stille getuigen daarvan zijn het kasteel van Narva, in de late Middeleeuwen neergezet door de Deense en Duitse overheersers van Estland, en aan de overzijde het fort van Ivangorod, genoemd naar zijn stichter, de Russische grootvorst Ivan III (1440-1505).

De vlaggen die fier op de burchten wapperen, markeren de hedendaagse scheidslijn tussen het autoritaire, zelfbewuste Rusland van Vladimir Poetin en het volledig geliberaliseerde Estland, een NAVO- en EU-lidstaat met de euro als betaalmiddel. Dat Poetin zichzelf steeds meer in de expansieve traditie van Ivan plaatst, slaan de Esten ongerust gade.

En misschien hebben zij daar wel goede redenen voor, zoals onder anderen de Britse generaal Sir Adrian Bradshaw heeft laten doorschemeren.

Jozef Stalin

Estland herbergt een grote Russische minderheid, ongeveer een kwart van de bevolking. Die bestaat vooral uit immigranten en hun nazaten, die in de Sovjet-tijd naar de kleine republiek zijn getogen om daar te werken in de (olie)industrie of de bouw – Narva is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels aan puin geschoten – of omdat zij dienden in het Rode Leger.

Narva is het symbool geworden van die door Jozef Stalin en opvolgers aangemoedigde immigratie; 96 procent van de inwoners heeft het Russisch als moedertaal. Velen van deze ‘Estse Russen’ werden na 1991, toen Estland zijn onafhankelijkheid wist te herstellen, stateloos, omdat zij de strenge naturalisatieprocedure (die een Ests taal- en een rechtsexamen omvat) niet konden of niet wilden doorlopen.

Dat leidde begin jaren negentig tot uitingen van onvrede in Narva en omgeving, en militanten organiseerden zelfs een referendum over autonomie – de regering in Tallinn erkende de volksstemming overigens niet. Maar gaandeweg daagde het besef dat de economische situatie in het Rusland van Boris Jeltsin nog veel beroerder was. Na 2004 heeft Estland bovendien de vruchten geplukt van het EU-lidmaatschap.

Narva bleef echter een vreemde eend in de bijt. Voor autochtone Esten is de stad een herinnering aan het gehate communistische verleden. Dat verleden, de Sovjet-Russische bezetting, blijft hun op de hielen zitten, zeker nu Rusland weer ouderwets naar buurlanden loert en niet aarzelt de Russische minderheden daar te gebruiken. Het is in theorie zelfs mogelijk dat Poetin ‘groene mannetjes’ de Narva-rivier laat oversteken.

Want als de inwoners van Estland ergens een herhaling vrezen van de gebeurtenissen op de Krim en in Oost-Oekraïne, dan is het hier, in Narva. Alle elementen lijken hier aanwezig: een grote Russischsprekende meerderheid in een gebied dat aan Rusland grenst en berichten over een sluimerende onvrede onder deze etnische Russen.

En als pessimisten gelijk krijgen, dan zou Narva een logische plek zijn voor Poetin om zijn tanks de grens over te laten steken, door de Baltische staten te laten rollen, om uiteindelijk een doorgang te creëren naar de Russische exclave Kaliningrad.

Doemscenario’s

De Venelased, de Russen in Estland, stemden tijdens de verkiezingen van afgelopen zondag massaal op de links-populistische Centrumpartij (Keskerakond), al meer dan twee decennia geleid door Edgar Savisaar. Hij strooit met beloftes die veel Venelased aanspreken, zoals een officiële status voor het Russisch en het verbeteren van de betrekkingen met Moskou.

Overigens stemmen ook Esten die zich aan de onderkant van de samenleving bevinden op deze partij. Maar Savisaar, die tevens burgemeester is van Tallinn, is vooral geïnteresseerd in zijn eigen machtspositie en wordt door de andere partijen gemeden als een melaatse; de kans dat hij mag meeregeren is miniem.

Zullen de Russen in Estland nu, al dan niet met hulp van Poetin, een eigen partij oprichten die militanter is dan Keskerakond? Zullen zij de Groot-Russische verlokking kunnen weerstaan? Vooral in rechtsconservatieve hoek sluimeren de twijfels over hun loyaliteit.

Vitali Sergejev (63), consultant en directeur van Narva Business Advisory Services, een stichting die ondernemers op weg helpt die plannen hebben om in Narva te investeren, wuift het allemaal zuchtend weg. ‘Dit is geen Donetsk. Het zijn domme vragen die de internationale media de laatste tijd stellen. We hebben inderdaad contacten met de mensen aan de overkant, maar dat is puur op het persoonlijke en het zakelijke vlak.’

Ook Katri Raik (47), directeur van het Narva kolledž, een filiaal van de Universiteit van Tartu, heeft weinig op met de doemscenario’s. ‘Het zijn vaak oudere mannen die de Sovjet-tijd nooit helemaal achter zich hebben kunnen laten die pro-Poetin-standpunten uitdragen. Onder mijn Russische vrienden zijn de meningen zeer verdeeld. Er was meer opwinding tijdens de Krim-crisis vorig jaar.’

Raik is één van de weinige autochtone Esten die vrijwillig in Narva zijn gaan wonen. ‘Russen hier zien Estland wel degelijk als hun thuis, alleen hebben ze moeite met de Estse overheid en de regels die die bedenkt. Maar er is vooruitgang. Dat kon je ook zien tijdens de militaire parade op Onafhankelijkheidsdag, een paar dagen geleden. Mensen waren nieuwsgierig en hadden Estse vlaggetjes in hun hand.’

Geen bedreiging

In het Narva Kesklinna Gümnaasium is de stemming bedrukt, en niet alleen door de op volle toeren draaiende verwarming. Er zijn zorgen over de toekomst. ‘De meeste mensen in Narva geloven überhaupt niet meer in politiek, niet in de Estse, niet in de Russische,’ vertelt docent Engels Jelena Žigalova (32). ‘Mijn collega’s houden zich er ook verre van, maar worden net als ik doodmoe van het taalbeleid.’

Leraren in Estland, ook die in ‘Russenstad’ Narva, moeten lesgeven in het Ests, aan strenge taaleisen voldoen en allerlei certificaten halen. Žigalova ziet er het nut niet van in. ‘Ik ben lerares Engels, maar de leerlingen spreken thuis en met elkaar Russisch.’ Volgens de docent zijn de gevolgen van het rigide taalbeleid al zichtbaar.

‘Het tekort aan specialisten is schrikbarend. Onlangs ging ik met mijn dochtertje naar het ziekenhuis. Een oogarts bleek er niet meer te zijn: “Gaat u maar ergens anders heen.” Dat zijn onze zorgen hier, maar op de komst van Poetin zit niemand te wachten, die zal al helemaal geen oplossingen bieden. Wij vormen geen bedreiging voor wie dan ook, we willen een normaal leven leiden.’

Consultant Sergejev meent dat de stad zich moet richten op industriële ontwikkeling, en de historische scharnierfunctie tussen Europa en Rusland weer op zich moet nemen. De EU-sancties tegen Rusland ziet Sergejev niet als een onoverkomelijk obstakel: ‘Russische investeerders hier gebruiken toch een Estse rechtsvorm.’

Rubberboot

De taferelen bij de geïmproviseerde grensovergang voor voetgangers in de Vestervalli-straat – er zijn bouwwerkzaamheden gaande – bewijzen dat de economische bedrijvigheid nu nog vooral van een andere orde is. Russische koopjesjagers lopen met in het winkelcentrum verderop aangeschafte doe-het-zelfartikelen en huisraad terug naar Ivangorod. Inwoners van Narva hebben de laatste tijd geprofiteerd van de vrije val van de roebel.

Sergej Filotov (41) is een Estse Rus en heeft een Russisch paspoort. Hij kan de grens passeren wanneer hij wil. ‘Inkopen doen aan de overkant is heel voordelig. Mijn buren hebben er pas een nieuwe tv gekocht, zelf tank ik vaak in Rusland.’ Maar er wonen? Liever niet. ‘Nu hebben ze oppositieleider Boris Nemtsov ook al vermoord.’

Een man in een bootje roeit vanaf de oever van Ivangorod de rivier op. Meteen komt er, schijnbaar vanuit het niets, een rubberboot van de Estse grenswacht aangevaren. De man peddelt terug en werpt een hengel uit. Het is geen ‘groen mannetje’, de zodiak kan weer omkeren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.