buitenland

Hoe immigranten Israël steeds rechtser maken

Door Jan Franke - 10 maart 2015

Lang werden zij verdrukt, maar bij komende verkiezingen vechten politici om stem van de Mizrachim, de uit Arabische landen gevluchte Joden.

Op een lentedag in 1971 was de Israëliër Saadia Marciano het helemaal zat. Samen met duizenden andere Mizrachim ging hij in Jeruzalem de straat op om te demonstreren tegen de voortdurende discriminatie door de ‘Asjkenazim’, Joden uit Europa en de Sovjet-Unie.

Saadia Marciano noemde zijn protestbeweging HaPanterim HaShhorim – Hebreeuws voor de Zwarte Panters – naar de bekende militanten die in de Verenigde Staten streden tegen discriminatie van zwarten.

Deze Israëlische Zwarte Panters waren een gevolg van het zware lot van de ruim 650.000 Joden uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika die tot 1971 naar de in 1948 opgerichte Joodse staat waren geëmigreerd. Neem de geschiedenis van de Marciano’s.

Tentenkampen

Hij werd geboren in 1950 in een groot, traditioneel Joods gezin in Marokko waar zijn familie al generaties woonde. Onder druk van pogroms en antisemitisme in de Arabische wereld en een zeer actief immigratiebeleid van de nieuwe staat Israël, emigreerde zijn familie nog voor zijn eerste verjaardag.

Eenmaal in Israël troffen de familie Marciano en de honderdduizenden andere nieuwelingen uit Irak, Jemen, Tunesië, Syrië en andere landen bepaald geen land van melk en honing.

Na aankomst belandden ze in provisorische tentenkampen. Voedsel was op de bon. Stromend water ontbrak, de hygiëne was erbarmelijk.

De plaatselijke elite, die zich al voor de oprichting van de staat in Israël had gevestigd, was vrijwel uitsluitend Asjkenazisch. In het seculiere, socialistische Israël van destijds werd neergekeken op de traditioneel-Joodse, Arabisch-sprekende nieuwkomers.

Vechten om hun stem

Mizrachim, dat ‘uit het oosten’ betekent, deden het vuile werk, maar hadden nauwelijks een stem in de Arbeidspartij, een Asjke­na­zisch bolwerk dat de Israëlische politiek tot in de jaren zeventig volledig domineerde.

De demografie heeft het tij voor de Mizrachim gekeerd. Tegenwoordig is meer dan de helft van de ruim zes miljoen Joodse Israëliërs oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Dat betekent dat in de aanloop naar de verkiezingen op 17 maart alle politici vechten om hun stem.

‘De religieuze Shas-partij, die staat voor de variant van het orthodoxe jodendom die in de Arabische wereld werd gepraktiseerd, hengelt in de campagne openlijk naar de stem van de Mizrachim,’ zegt professor Gideon Rahat, politicoloog aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

‘Andere partijen zijn subtieler. Zij zetten bijvoorbeeld een Mizrachi-politicus op een prominente plek op de lijst, maar spelen niet openlijk de etnische kaart.’

Etniciteit en discriminatie binnen de Joodse bevolking van Israël zijn dan ook gevoelige kwesties waarover publiekelijk liefst in bedekte termen wordt gesproken.

Onderbuik

Maar de cijfers liegen niet. Adva, een Israëlische organisatie voor sociaal-economisch onderzoek, toonde in 2012 aan dat Mizrachim voor hetzelfde werk fors minder betaald krijgen dan Asjkenazim. Ook blijkt de groep zwaar oververtegenwoordigd in de misdaad- en armoedecijfers.

Dit resoneert in de onderbuik van de samenleving. Met ars, Hebreeuwse straattaal voor ‘onbehouwen proleet’, wordt impliciet een Mizrachi-man bedoeld. Binnenskamers wordt de discriminatie ook nog uitgesplitst naar land van herkomst. Marokkanen staan bekend als ‘messentrekkers’, Iraniërs zijn ‘gierige ritselaars’.

Oud-premier Menachem Begin wist in 1977 met zijn rechtse Likud-partij voor het eerst de politieke hegemonie van de linkse Arbeidspartij te doorbreken door in te spelen op de frustraties en de trots van de Mizrachim.

‘Tot diep in de jaren tachtig stemden zij bijna allemaal rechts, en was de Asjkenazische stem links,’ zegt Rahat.

‘Sindsdien is er een verschuiving: hoe religieuzer de kiezer, hoe rechtser hij stemt. Maar de sterke correlatie tussen Mizrachim en rechts bestaat nog steeds, omdat zij religieuzer zijn dan andere groepen in Israël.’

Paradox

Het groeiende politieke gewicht van de Mizrachim loopt synchroon met de verrechtsing van de Israëlische politiek sinds de mislukking van de Oslo-akkoorden in de jaren negentig.

Mizrachi-kiezers zijn doorgaans honkvast. Vaak stemmen ze hun levenlang Likud, de partij van de huidige premier Benjamin Netanyahu, die zich profileert als de man die Israël beschermt tegen de vijandige Arabische wereld.

Rahat: ‘Dat is een paradox. De economische liberaliseringen en forse bestedingen aan het leger waarvoor Netanyahu staat, komen niet ten goede aan de Mizrachim die nog steeds een sociale achterstandspositie hebben. Maar Israëliërs stemmen in de eerste plaats via hun identiteit.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.