buitenland

In beeld: paus bezoekt maffiawijk Napels

Door Servaas van der Laan - 21 maart 2015

Paus Franciscus heeft zaterdag iets gedaan dat lang niet alle politieagenten durven: de Napolitaanse maffiawijk Scampia bezoeken. Bekijk hier de beelden.

De Napolitaanse wijk Scampia zal in weinig toeristische boekjes worden aangeraden. Sterker nog: het wordt ten strengste afgeraden om er te komen als je er niets te zoeken hebt.

In de suburb, die jaren lang werd gedomineerd door de maffiaclan van Di Lauro, brak in 2004 een bloedige drugsoorlog uit. Sindsdien kan het op straat ook voor gewone burgers en toeristen erg onveilig zijn. Het bekende maffiaboek van Roberto Saviano en de gelijknamige film Gomorrah, een verwijzing naar het maffiasyndicaat Camorra, speelt zich voor een groot deel af in Scampia.

Werkloosheid en drugs

Het is niet voor niets dat paus Franciscus, die zich profileert als kerkvader voor de armen, juist naar deze wijk is gegaan. De werkloosheid is er hoog, drugsgebruik net zo. Toch vroeg hij de inwoners van Scampia de hoop vooral niet op te geven.

‘Lieve Napolitanen, laat je de hoop niet afpakken, geef niet toe aan de verleidingen van makkelijke of oneervolle inkomsten,’ zei de paus.

Oorlog met de maffia

De Argentijnse geestelijke heeft, veel meer dan zijn voorgangers, de oorlog verklaard aan de georganiseerde misdaad. Hij riep de bevolking dan ook op hard op te treden tegen de maffia: ‘treed met harde hand op tegen de organisaties die jullie jongeren, armen en zwakken misbruiken en omkopen met de cynische handel in drugs en andere misdaden.’

Franciscus zei de toevlucht naar de misdaad wel te begrijpen. ‘Gebrek aan werk berooft ons van onze waardigheid. Zonder werk kan ieder van ons afglijden naar de misdaad’. Toen de paus aan het einde van zijn toespraak een zegening uitsprak in Napolitaans dialect (A Maronna v’accumpagna = Maria is met jullie) brak er een explosie van gejuich uit.

Franciscus blijft in totaal tien uur in Napels. Eerder op de dag bracht hij ook een bezoek aan Pompeii.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.