buitenland

In Marokko: ’Ach, ze willen hier ook gewoon vooruit’

Door Robbert de Witt - 30 maart 2015

Robbert de Witt, chef buitenland van Elsevier, was van 12 tot en met 14 maart in Dakhla, op uitnodiging van het Crans Montana Forum.

‘Iedereen in Marokko die wat voorstelt, is hier aanwezig,’ zegt Rahman el Idrissi (54), terwijl hij met zijn bord langs het rijke buffet schuifelt. Voor en achter hem ministers, zakenmannen en andere prominenten uit Afrika, het Midden-Oosten en Europa.

Het doek van de galatent klappert in de warme wind, er is uitzicht op de Atlantische Oceaan. ‘De mensen in Dakhla zijn blij. Als er hier meer conferenties komen, is dat een goede zaak,’ beweert El Idrissi, eigenaar van een grote bouwonderneming in de ­Marokkaanse hoofdstad Rabat.

‘Dialoog’

Drie dagen lang is het stoffige stadje Dakhla, op een landtong tussen de oceaan en de uitgestrekte woestijn van de Westelijke Sahara, het decor van een conferentie om de samenwerking en veiligheid in de regio te verbeteren. Gastheren zijn de in Monaco gevestigde ngo Crans Montana Forum en koning Mohammed VI van Marokko.

In de conferentiehal klinkt om de paar minuten het woord ‘dialoog’, steevast gevolgd door applaus. Een goede zaak, in deze regio die siddert onder religieus geweld van IS en Boko Haram.

Maar geen woord over de omstreden locatie zelf: volgens de Verenigde Naties is de Westelijke Sahara bezet gebied, sinds Marokko het grotendeels annexeerde na een oorlog die eindigde in 1991. Het nog vrije deel strijdt voor internationale erkenning.

Ingevlogen

‘Ach, ze willen hier ook gewoon vooruit, dit levert banen op,’ zegt een beveiliger die de traditionele tenten bewaakt. Hij zegt er niet bij dat alle beveiligers, schoonmakers en obers worden ingevlogen vanuit Casablanca, Fez, Rabat.

Als de Spaanse oud-premier José Zapatero in een toespraak over extremisme roept dat de Arabische onvrede vooral komt door de bezetting van Palestina – ‘alle Europese landen moeten Palestina ­erkennen!’– klappen allen. In Dakhla is de ene ‘bezetting’ de andere niet.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.