buitenland

In Moskou: arbeidsmigranten voorgoed terug naar Tadzjikistan

Door Hans Crooijmans - 17 maart 2015

Sinds medio 2014 hebben bijna een half miljoen Oez­beken en Tadzjieken Rusland verlaten. Met dank aan de nieuwe regels die Rusland oplegt aan arbeidsmigranten.

Aziz, stratenveger en sjouwer op een markt in een goede buurt van Moskou, is plotseling verdwenen. ‘Terug naar Tadzjikistan, voorgoed,’ zegt zijn vriend Alik, die ook zijn valiezen heeft klaarstaan.

Vijf jaar lang werkten ze in Moskou en wijde omgeving. Als sjouwer, sneeuwruimer en hulp op een melkveehouderij. Van de 22.000 roebel (vorig jaar nog zo’n 500 euro) die ze per maand verdienden, stuurden ze doorgaans de helft naar hun in hun geboorteland achtergebleven familie.

Vingerafdrukken

Maar nu is het crisis. Ongeschoold werk is schaars, de beloning onveranderd laag. Bovendien is de roebel, vergeleken met vorig jaar, 40 procent minder waard: 22.000 roebel is nu nog gelijk aan 335 euro.

Voor Aziz en Alik zou het allemaal overkomelijk zijn als de Russische overheid geen nieuwe regels voor arbeidsmigranten uit de voormalige Sovjetstaten had uitgevaardigd. Sinds januari moeten Tadzjieken en Oezbeken in Moskou bijna 4.000 roebel (61 euro) per maand neertellen voor een werkvergunning.

Dat was 600 roebel, zo’n 9 euro. Ze moeten zich ook verzekeren en medische tests ondergaan, vingerafdrukken laten nemen en een examen Russische taal en geschiedenis afleggen. Alles tegen betaling, uiteraard. De autoriteiten willen zo misstanden tegengaan.

Hekel

Sinds medio 2014 hebben bijna een half miljoen Oez­beken en Tadzjieken Rusland verlaten. Het aantal nieuwe aanvragen voor werkvergunningen was afgelopen januari 70 procent minder dan vorig jaar.

Met het indammen van het aantal gastarbeiders komt de overheid bovendien tegemoet aan een vurige wens van een meerderheid van de Russen, die een hekel heeft aan Centraal-Aziaten.

Ook Alik heeft het sommetje al gemaakt. ‘Na aftrek van alle kosten en de huur van mijn kamer, blijft er geen geld over voor thuis. Dus ik ga.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.