buitenland

Nigeria zet buitenlandse huurlingen in tegen Boko Haram

Door Fred de Vries - 26 maart 2015

Zuid-Afrikaanse oud-militairen die nog onder het apartheidsregime vochten, doen nu mee in de strijd tegen de islamitische terreurgroep.

Het eerste Zuid-Afrikaanse slachtoffer in de strijd tegen terreurbeweging Boko Haram viel op 9 maart: de militair Leon Lotz overleed door eigen vuur toen een Nigeriaanse tank in het noordoosten van het land op het konvooi schoot waarin Lotz reed.

Hij was een van de ongeveer honderd Zuid-Afrikanen die deel uitmaken van een buitenlands team dat Nigeriaanse militairen helpt in hun offensief tegen de islamistische Boko Haram, die in Nigeria, Tsjaad en Kameroen al duizenden burgers doodde.

‘Huurlingen’

Lotz maakte tijdens de apartheid deel uit van de beruchte Koevoeteenheid, die in de jaren tachtig in Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië, actief was in contra-terrorisme. Er zouden ook oud-piloten uit de Zuid-Afrikaanse luchtmacht actief zijn in Nigeria. De aanwezigheid van de oud-militairen is opmerkelijk: Pretoria heeft geen toestemming gegeven.

De Zuid-Afrikaanse minister van Defensie Nosiviwe Mapisa-Nqakula bestempelde hen onlangs als ‘huurlingen’ en zei dat ze bij terugkomst moeten worden gearresteerd, omdat het voor Zuid-Afrikanen verboden is om zonder regeringsfiat in het buitenland
militaire diensten te verlenen.

Hoop

De Zuid-Afrikaanse regering heeft haar hoop in de strijd tegen Boko Haram gevestigd op de Multinational Joint Task Force (MNJTF), die in de jaren negentig werd opgezet om het banditisme rond het Tsjaadmeer in te dammen. In 2012 kreeg de MNJTF ook mandaat om terrorisme te bestrijden. Begin dit jaar gaf de Afrikaanse Unie toestemming de troepenmacht uit te breiden tot 8.700 man, met niet alleen militairen uit Nigeria, Niger en Tsjaad, maar ook uit Benin en Kameroen.

Pas in maart kwam de Afrikaanse Unie met een plan voor de strijd tegen Boko Haram. De MNJTF moet voornamelijk aan de Nigeriaanse

kant van het Tsjaadmeer opereren.

Nigeria is niet geporteerd van zo’n buitenlandse troepenmacht op zijn grondgebied. Het land hecht aan zijn soevereiniteit en ziet het als een ongewenste illustratie van de eigen onmacht als het zijn grenzen moet openstellen voor Afrikaanse interventietroepen.

Snel en flexibel

De Nigeriaanse president Goodluck Jonathan ziet meer heil in die buitenlandse ‘huurlingen’, en moet verheugd zijn geweest toen onderzoekers van de Zuid-Afrikaanse denktank Institute of Security Studies (ISS) de recente successen in de strijd tegen Boko Haram voor een groot deel toeschreven aan de Zuid-Afrikaanse oud-militairen, en de ervaring die zij meebrengen uit de Grensoorlog tussen Angola en het huidige Namibië.

De Zuid-Afrikanen blinken volgens de denktank uit in ‘snelle, flexibele missies door kleine eenheden, met veel vuurkracht en beveiligde wagens’. ISS denkt verder dat de oud-militairen beschikken over goede inlichtingen, en dat ze worden gesteund door een luchtmacht.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.