buitenland

Nooit eerder was Europa zo populair onder illegale immigranten

Door Servaas van der Laan - 04 maart 2015

Nooit eerder probeerden zo veel illegale immigranten voet aan de grond te krijgen in een lidstaat van de Europese Unie als in 2014. De recente migratiecijfers breken alle records.

Dat blijkt uit cijfers van het Europees grensbewakingsagentschap Frontex.

Alle records gebroken

Ongeveer 278.000 personen probeerden het afgelopen jaar illegaal EU-grondgebied binnen te komen. Dat is ruim twee en een half keer zoveel als de 107.000 personen het jaar ervoor. Zelfs in 2011, toen door de ‘Arabische Lente’ de migratiestroom enorm toenam, reisden ‘slechts’ 141.000 illegale migranten naar de EU.

Sinds Frontex in 2007 begon met tellen zag het agentschap nooit zo veel illegalen de EU binnenkomen als afgelopen jaar. Vooral de Centraal Mediterrane Route – de bootjes over zee naar Italië of Malta – was het afgelopen jaar ongekend populair.

Volgens Frontex breken de migratiecijfers in de maanden april, juni, juli, augustus en september alle records. In september probeerden 26.000 personen via de Middellandse zeeroute de EU te bereiken. Dat is een getal zonder precedenten. In totaal bereikten vorig jaar 170.000 migranten de Italiaanse en 50.000 de Griekse kust.

Het grootste deel van de migranten zijn Syriërs die vanwege het voortdurende conflict betere oorden proberen te bereiken. Maar ook mensen uit onder meer Eritrea, Zuid-Sudan en de Democratische Republiek Congo zien voor zichzelf een betere toekomst in de EU.

Dat juist de zeemigratie weer is toegenomen komt volgens Frontex onder meer door de instabiele situatie in Libië.

Maar ook Turkije, waar veel Syriërs worden opgevangen in vluchtelingenkampen, is steeds vaker de springplank voor een illegale reis naar de EU.

Gelukszoekers betalen mensensmokkelaars grote bedragen van ongeveer 7.000 euro voor een plekje op een relatief groot schip naar Europa. Frontex verwacht dat deze vorm van illegale migratie in de toekomst verder toe zal nemen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.