buitenland

Prins Hassan (Jordanië): ‘Mijn god, laat het niet weer een moslim zijn’

23 maart 2015

Het Midden-Oosten valt uiteen en Jordanië ligt plots in het brandpunt, zeker sinds IS piloot al-Kasasbeh vermoordde. Prins El Hassan bin Talal (68) kende hem persoonlijk. ‘Hij heeft me nog naar Parijs gevlogen.’

Prins El Hassan bin Talal draagt de zeldzame titel ‘voormalig toekomstig koning’. Tot 1999 regeerde zijn oudere broer Hussein over Jordanië en was prins Hassan de troonopvolger. Maar enkele dagen voordat koning Hussein overleed, wees hij zijn eigen zoon, tegenwoordig koning Abdullah II, aan als troonopvolger.

Tijdens een recente, drukbezochte lezing   bij de Haagse denktank The Hague Institute for Global Justice, oogt de prins bepaald niet gefrustreerd over zijn bijrol. Op eigen verdienste reist hij al jaren de wereld rond om te spreken over de toestand in het Midden-Oosten.

Rustig, glimlachend, en met zijn wat brommerige, zangerige stem geeft hij zijn visie op de centrale rol die zijn land Jordanië plotseling in de regio heeft gekregen. Een klein koninkrijk, en een baken van rust te midden van landen die worstelen met geweld – maar niet onkwetsbaar.

Toorn

Jordanië wordt overspoeld door vluchtelingen uit buurland Syrië. En nadat de Jordaniërs zich aansloten bij de coalitie tegen IS, hebben ook zij de toorn van deze fanatici gevoeld. In januari werd de Jordaanse piloot Muath al-Kasasbeh door IS vermoord. De beelden van hem in een kooi, vermoedelijk gedrogeerd en vervolgens verbrand, shockeerden het land.

‘Ik kende de piloot, deze jongeman. Hij heeft me nog naar Parijs gevlogen. Op de condoleancesite van zijn familie staat een foto van hem en mij samen. De achteloosheid waarmee iemand op zo’n barbaarse wijze wordt gedood, heeft mensen van allerlei overtuigingen samengebracht in het besef dat we allemaal worden bedreigd. Je kunt zulke horror niet begrijpen.

Drie fronten

‘Ik denk dat de internationale inspanning om het extremisme in te dammen drie fronten kent. Ten eerste moeten we erkennen dat door het uiteenvallen van het Midden-Oosten het bijzonder lastig is om vast te stellen wie precies tegen wie vecht. Grenzen worden zomaar overgestoken, mensen vechten in Syrië en dan weer in Irak. In deze regio vechten twintigduizend buitenlanders.

Het probleem is dat landen simpelweg niet in staat blijken om jongeren onder controle te houden die, om welke reden dan ook, naar het bloedvergieten afreizen.

‘Daarnaast moet het extremisme finan­cieel worden aangepakt. We zien de vernietiging van de schatten van Mesopotamië, de waardevolle erfstukken van de beschaving worden verkocht. Het is een tragedie. Geld witwassen, drugshandel, wapensmokkel – het komt allemaal samen.

‘Ten derde is het heel zorgwekkend dat 25 procent van alle moslims is geradicaliseerd. Ze voelen zich verwant met een radicale politieke stroming, of met een gewapende groepering. Op 1,2 miljard moslims wereldwijd betekent dat zo’n 250 tot 300 miljoen radicale moslims. We moeten een gezamenlijke inspanning leveren om de culturele oorzaken ervan uit te roeien. De echte strijd in deze regio gaat daarom tussen goed bestuur en corruptie.’

Religieuze staat

Lang kon zo’n roep om een gezamenlijke inspanning in het Midden-Oosten alleen van een roepende in de woestijn komen. De regio is immers diep verdeeld tussen verschillende geloofsrichtingen, etnische groepen, sjeiks en ayatollahs, economische machten. Maar dankzij een gezamenlijke vijand – IS – groeit de bereidheid om samen te werken. Stemt dat optimistisch?

‘Nou, ik zou wat optimistischer zijn als wij Arabieren niet alleen samen tégen iets zouden vechten, maar ook vóór iets zouden strijden: beter onderwijs, een beter politiek systeem, betere universiteiten, een betere verhouding tot de burgers. Mijn zorg is het theocratisch extremisme, waarbij geweld op grote schaal wordt ingezet ten dienste van een religieuze staat.

‘Dat is het grote probleem, er komt geen einde aan. Je zet ’s avonds de televisie aan en je ziet dat er weer een gruwelmoord is begaan en je denkt bij jezelf: “Mijn god, laat het niet weer een moslim zijn.” Toch denk ik dat het gevoel dat terrorisme uitsluitend bij moslims hoort, ook weer overdreven is.’

Geen visie

Door extremisme en aanslagen in Libië, Tunesië, Irak en Syrië en de groeiende vluchtelingenstromen wordt Europa ook steeds meer betrokken bij de chaos. Is er iets wat Europa kan doen om meer stabiliteit te creëren, of kunnen Europese landen zich er maar beter niet meer mee bemoeien?

‘De Middellandse Zee moet worden bekeken als een gemeenschappelijk gebied. Maar Europa heeft geen visie: het ene moment gaat het over water, dan over energie, dan over immigratie en dan weer over antiterreurbeleid. Vijf procent van de wereldhandel gaat via de oostelijke Middellandse Zee. Maar de mensen die naast de oliepijpleidingen wonen, profiteren er amper van.

‘Er moeten betere arbeidsvoorwaarden voor de bevolking komen, zoals ook in het voormalige Oost-Europa is gebeurd. Maar aan onze kant van de Middellandse Zee is dat moeilijk: kijk naar Libië, dat is een totaal onregeerbare staat. Bovendien kennen we ook allemaal de problemen die ontstaan als je een oorlog begint zonder na te denken over hoe het verder moet.’

Vrede in de regio vergt ‘een bredere visie’, zegt prins Hassan, die vanwege zijn beschouwende aard ook wel de ‘filosoof-prins’ wordt genoemd. Er zou een regionaal overleg moeten komen, met alle betrokkenen.

‘Of zo’n topoverleg over het Midden-Oosten in Parijs, Washington of Moskou wordt gehouden, dat maakt me niet uit. Maar nu betalen wij de prijs voor het feit dat de Verenigde Staten en Rusland niet met elkaar praten.’

Wakker

Zijn pleidooi voor waardigheid, burgerschap en vooral dialoog richt zich in het bijzonder op gelovigen. Hij sprak in het
Vaticaan met de paus om begrip tussen geloofsovertuigingen te bevorderen.

Gezien zijn achtergrond lijkt de prins de aangewezen persoon om met de vertegenwoordiger van Christus op aarde te spreken: leden van de Jordaanse koninklijke dynastie zouden directe afstammelingen zijn van de profeet Mohammed. Bovendien schreef prins Hassan een boek over het christendom in het Midden-Oosten. Juist daar is de positie van christenen penibel.

‘Het is eigenlijk triest dat Europa nu pas wakker wordt en zich de toestand van de oostelijke kerkgemeenschappen realiseert. Maar christenen in de Arabische wereld zijn ook weer geen bedreigde diersoorten. Ze willen in de eerste plaats Arabier worden genoemd, en dan pas christen.’

De prins ziet niets in de oplossing van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die Joden zoals uit Jemen oproept naar Israël te verhuizen. ‘Als we doorgaan de beste mensen overal weg te halen, betalen we vanzelf de prijs voor de achterblijvers.’

En dan is er nog de mogelijkheid van een Iraanse kernbom, waarvoor de vrees in de regio blijft bestaan. ‘Vergeet niet dat als er iets gebeurt tussen Iran en Israël, Jordanië er precies tussenin ligt. Het zal ons vernietigen! En wij hebben geen nucleaire schuilkelders – we hebben helemaal geen schuilkelders. Wij leven niet onder een nucleaire paraplu die ons beschermt.

‘Uiteindelijk ben ik het eens met president Barack Obama om ten minste te beginnen met verzoening en normalisering van de relaties. Er is geen alternatief.’

Elsevier nummer 13, 28 maart 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.