buitenland

Veel toeristen dood bij terreuraanval Tunesië

Door Servaas van der Laan - 18 maart 2015

Bij een aanslag op het nationale museum van Tunesië zijn woensdag zeker twintig buitenlandse toeristen en twee Tunesiërs om het leven gekomen. De gijzeling die daarop volgde, is inmiddels beëindigd.

Het dodental wordt gemeld door het Franse BFM TV, op basis van informatie van de Tunesische autoriteiten.

Volgens de Tunesische premier Habib Essid komen de gedode toeristen uit Duitsland, Italië, Polen en Spanje. De twee dode Tunesiërs zijn een veiligheidsagent en een schoonmaker van het museum. Drie aanvallers zouden nog voortvluchtig zijn, meldt CNN.

De twee terroristen zijn gedood, meldt de BBC, nadat elite-troepen van het Tunesische leger het gebouw omsingelden. Het doel van de aanslag is het Bardomuseum naast het parlementsgebouw in de hoofdstad Tunis.

Automatische wapens

Minimaal twee terroristen vielen met automatische wapens het museum binnen. Hier openden zij het vuur op de bezoekers van het museum. Zeker zeven buitenlandse toeristen vonden hierbij de dood. Ook werd een Tunesiër dodelijk geraakt. Een Fransman en een aantal beveiligers raakten gewond.

Volgens getuigen zijn de daders verkleed als militairen. Ze zouden aanvankelijk hebben geprobeerd het parlementsgebouw binnen te dringen, maar dat lukte niet. De parlementsleden waren bijeen voor een vergadering. Vervolgens zouden de aanvallers naar het museum, dat aan hetzelfde plein ligt, zijn gegaan.

Mozaïeken

Het Bardomuseum in Tunis is het nationale museum en het grootste van Tunesië. Een belangrijk onderdeel van de collectie zijn Romeinse mozaïeken die tot de belangrijkste in de wereld worden gerekend.

Het museum is gevestigd in een onderdeel van een Ottomaans paleis waarvan de bouw in de vijftiende eeuw begon en waar ook lange tijd een harem in was ondergebracht.

Nadat Tunesië in 1881 een Frans protectoraat was geworden, werden gebouwen opgeknapt. Toen werden in het complex de eerste collecties antieke voorwerpen ondergebracht.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.