buitenland

7 ton subsidie uit Brussel voor een Schotse distilleerderij

Door Jelte Wiersma - 16 april 2015

Whisky is Schotlands belangrijkste exportproduct – in tien jaar tijd groeide de verscheping met 87 procent naar bijna 60 miljard euro. Waarom die populariteit niet ook in het fameuze universiteits- en golfoord St Andrews benutten?

Het universiteitsstadje St Andrews is met 18.000 inwoners bescheiden, maar geniet wereldwijd grote bekendheid. De universiteit is de oudste van Schotland en na Cambridge en Oxford nummer drie in het Verenigd Koninkrijk, de Britse kroonprins William leerde er als student zijn latere vrouw Kate Middleton kennen en het is de geboorteplaats van de golfsport.

Aan de kust ligt de oudste golfbaan ter wereld. Liefhebbers uit de hele wereld komen er spelen. ‘Maar Schotland is ook bekend om zijn whisky-distilleerderijen,’ zegt Douglas Clement.

Hij werkte als caddy op de golfbaan en kreeg vaak de vraag van toeristen of hij wist waar de dichtstbijzijnde distilleerderij is. ‘Maar die zitten vooral ver weg, in het Hoogland.’ St Andrews ligt in het laagland aan de oostkust.

Vervallen boerderij

Clement zag een kans. Whisky is Schotlands belangrijkste exportproduct – in tien jaar tijd groeide de verscheping met 87 procent naar bijna 6 miljard euro. Waarom die populariteit niet ook in St Andrews benutten?

Dus maakte hij in 2009 een plan om een eigen distilleerderij op te zetten – in een vervallen boerderij vlak buiten het stadje. Hij had ­alleen geen geld en geen toegang tot krediet.

Hij verkocht zijn plan in 2013 aan de Wemyss-familie, een van de oudste Schotse clans die rijk is geworden met onder meer het bottelen van whisky. Zij namen Clement in dienst en verbouwden de Kings Barn (Koningsboerderij) voor zo’n 5,7 miljoen euro tot distilleerderij.

In november was de opening. Omdat Schotland relatief arm is, krijgt het land veel Europese subsidie voor ‘plattelandsontwikkeling’. De Wemyss’ incasseerden voor de distilleerderij 700.000 euro uit Brussel.

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.