buitenland

Bellen met een mensensmokkelaar: ‘Ik laat ze gewoon staand slapen’

Door Servaas van der Laan - 22 april 2015

Onderschepte telefoongesprekken tussen mensensmokkelaars in Libië en Italië geven een schrijnend beeld van de manier waarop deze criminelen te werk gaan. Elsevier publiceert een vertaling van de gesprekken die door de Italiaanse politie zijn vrijgegeven.

Gesprek 1

Ermias> Hoe gaat het met je werk?

Ghermay Asghedom> Ik ben nu bezig met het ophalen van de personen die met de boten zijn aangekomen. Ik probeer je al de hele tijd te bellen, maar dat lukte niet. Kun je me het nummer geven van Wed Shambel? Want iedereen die door Abdurazak wordt gestuurd heeft zijn nummer en als ze in Sicilië aankomen, zijn ze aan ons overgeleverd. Ik wil me ook bezighouden met de mensen die jij stuurt!

Ermias> Prima! Hoe gaan de zaken daar verder bij jou, komen er nog meer boten aan?

Ghermay Asghedom> Er zijn er net twee aangekomen van Abdurazak en duizend personen van Medhanie vier dagen geleden. Vandaag is er een aangekomen met duizend personen, maar ik weet nog niet van wie ze komen!

Ermias> Zijn het allemaal landgenoten?

Ghermay Asghedom> Ja

Ermias> Ik wil weten welke rol jij hebt en wat je precies doet.

Ghermay Asghedom> Ik haal de mensen met de auto op bij de detentiecentra. Laatst hebben we mensen opgehaald in Agrigento en ze naar Catania gebracht. Vervolgens regel ik de transporten naar Rome.

Ermias> Heb je al de mensen ontmoet die ik heb gestuurd? Ik zal dit nummer geven aan alle personen die ik laat vertrekken, zo bezorg ik jou werk! Zo doen ook de andere ‘organisatoren’ het, die geven nummers aan de mensen die vertrekken van personen die ze in Italië opvangen.

Gesprek 2

Tesfit> Ik heb 164.265

Ermias> Neem jouw deel als compensatie

Tesfit> Alleen 200

Ermias> Voor Ethiopië?

Tesfit> Ja

Ermias> 163.000 is voor mij en de rest is voor de kosten van Amerika. Daar moet nog 4.000 bij voor de ‘commissies’ en dat is in totaal 167.000. Neem jij het en stuur het naar me wanneer ik het tegen je zeg. Heb je de codes?

Tesfit> Nog niet. Eén van de twee blijft maar bellen, ik ben een beetje bezorgd. Komen ze van jou?

Ermias> Nee, ze komen niet van mijn organisatie. Ik heb gesproken met een Libiër over de 37 personen die over twee dagen aan moeten komen. Je moet ze uitleggen dat ze niet zo vaak moeten bellen omdat we het risico lopen te worden onderschept. We doen illegaal werk en we hebben niet echt de overheid die iedereen kan helpen en naar iedereen kan luisteren.

Gesprek 3

Mered Medhanie> Ik laat nu de personen naar buiten die waren gearresteerd en die deel uit maakten van de groep van 150. Ik laat ze beetje bij beetje gaan, 20 per dag. Op dit moment zitten er nog 83 in de bak. Mijn werk is om de migranten uit de gevangenis te krijgen. Daarna laat ik de anderen vertrekken die op het strand zitten te wachten en ik zoek daarnaast ook naar goede boten.

Gesprek 4

Kiros> Ik heb begrepen dat de boot die enkele dagen geleden is gezonken en waarbij doden zijn gevallen er een van Abdurazak was. Ik weet dit zeker omdat verschillende Eritreeërs uit Senafe mij dit hebben bevestigd, zij zijn familieleden van de omgekomen migranten. Veel mensen uit dat gebied zoeken mij voortdurend omdat zij niet weten of hun familieleden zijn omgekomen of dat ze in de gevangenis zitten.

Onbekende vrouw> Maar heb je wel ruimte om al die personen te herbergen?

Kiros> Jahoor. Ik laat ze gewoon staand slapen. Op dit moment heb ik in het huis in Catania 117 personen. Gisteren heb ik er 40 naar Rome laten vertrekken en 11 naar Milaan. Zodra ik het geld heb ontvangen van de personen die ik bij me heb, laat ik ze onmiddellijk vertrekken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.