buitenland

Cameron gaat zware verkiezingen tegemoet, ondanks goede cijfers

Door Lia van Bekhoven - 13 april 2015

Ondanks bloeiende economie zal premier David Cameron (49) het moeilijk krijgen bij de komende verkiezingen. Want de kiezers willen wat anders.

Als het bij de komende Britse verkiezingen om de economie ging, dan zou de campagne voor de Conservatieven een gelopen race zijn. Nergens in de Europese Unie (EU) trekt de economie zo hard aan als op de Britse eilanden. De werkloosheid is laag, het consumentenvertrouwen hoog en de inflatie bedwongen.

Bovendien – klap op de patriottische vuurpijl – is het Verenigd Koninkrijk in de economische eredivisie eindelijk eeuwige rivaal Frankrijk voorbijgespurt en bezet het nu de vijfde plaats op de wereldranglijst van grootste economieën.

En toch slaagt premier David Cameron er niet in om dat goede nieuws om te zetten in een voorsprong in de peilingen. Zijn Tories en het linkse Labour blijven elkaar op de hielen zitten. Die nek-aan-nekrace is het enige wat een weinig inspirerende verkiezingscampagne spannend maakt.

Oneerlijk

Aan David Cameron, een ef­fi­ciënte, kiezersvriendelijke bestuurder, ligt het niet. Niet alleen is hij populairder dan zijn partij, de kiezers slaan hem als leider aanmerkelijk hoger aan dan opponent Ed Miliband, die niet met de economie wordt vertrouwd.

Er spelen dus andere zaken mee. Zoals de perceptie dat de economische buit oneerlijk is verdeeld en dat de Conservatieve Partij slechts bestaat voor de maatschappelijke bovenlaag.

Toen Cameron, de ‘Conservatief met compassie’, in 2005 partijleider werd, waren de verwachtingen hoog, maar niet onrealistisch. De One Nation Tory-van-het-midden zou de partij moderniseren en aantrekkelijk maken voor een bredere groep kiezers.

Big Passion

‘David Cameron,’ schreef columnist Bruce Anderson van het opinieblad The Spectator, ‘zal een van de belangrijkste politici van de vroege 21ste eeuw worden.’ Hij zou niet lang oppositieleider blijven. Met zijn leiderschapskwaliteiten en inzicht zou Cameron, voorspelde ook oud-Labourminister John Reid, ‘een betere premier zijn dan oppositieleider’.

Het pakte anders uit. Wat gebeurde met de Big Society – een initiatief om de staat terug te dringen door zelfredzaamheid aan te moedigen – zou Camerons leiderschap typeren. De Big Society, ‘mijn Big Passion‘ zoals Cameron zei, kwam nooit van de grond.

Het plan verdronk in de golven van de economische crisis, evenals de rest van zijn progressieve agenda, als die al niet afketste op bezwaren uit de reactionaire hoek.
Alleen de introductie van het homohuwelijk overleefde Camerons oorspronkelijke hervormingsprogramma. Onder Camerons premierschap hebben de Tories zich volgens critici gemanifesteerd als de partij van bezuinigingen, maatschappelijke ongelijkheid, internationaal isolement en afkeer van de EU. En dat was nooit Camerons bedoeling.

Heersende wind

Cameron heeft geen ideologische bagage of diepe overtuigingen, zeggen zijn biografen Francis  Elliott en James Hanning. Hij waaide zijn hele leven met de heersende wind mee. Als voorstander van blijvend lidmaatschap van de EU zit hij een partij voor waarvan de helft van de leden een toekomst buiten de Unie prefereert.

Zes kabinetsleden zijn voor uittreding, onder wie de minister van Buitenlandse Zaken. Onder druk van eurosceptici beloofde Cameron een referendum over een ‘brexit‘ in 2017.

De Britse regeringsleider heeft geen grote ambities voor Groot-Brittannië, constateerde columnist Andrew Rawnsley van The Observer eens. Hij gelooft niet dat er veel mis is met een wereld waarin mannen zoals hij, uit de upper class-wereld van kostscholen en dure universiteiten, in bijna alle sectoren van de Britse samenleving de dienst uitmaken.

‘Kiezers vonden hem charismatisch,’ zegt politicoloog John Curtice van de Universiteit van Starthclyde, ‘maar hij is maar een heel gemiddelde premier. Hij is zeker geen Thatcher of Blair. Hij is niet dominant.’ Niemand is echt bang voor Cameron.

Chaos

Cameron heeft van de economie het onderwerp van zijn verkiezingscampagne gemaakt, maar het is geen grote zorg van de kiezers. Vijf jaar geleden vond ruim 80 procent de Britse economie het allerbelangrijkst. Dat percentage ligt nu tegen de 40.

Waar de Britse verkiezingen wel over gaan, zijn zaken die de grote partijen mijden. Kwesties als: immigratie, bezuinigingen, de omvang van de staat en de toekomst van het Verenigd Koninkrijk. Wie zijn de Britten en wat is hun plek in Europa?

Een referendum over ‘brexit‘ betekent economische chaos. Bedrijven en banken zullen hun heil elders zoeken. De Schotten zullen een nieuw referendum eisen als Londen de Europese deur achter zich dichttrekt. Geen wonder dat Cameron zich in een onbewaakt moment liet ontvallen dat dit zijn laatste campagne is.

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.