buitenland

Hoe massa-immigratie leidt tot oorlogstaferelen op zee

Door Jelte Wiersma - 14 april 2015

Elseviers Jelte Wiersma voer mee met Frontex-schip Týr, dat de buitengrens van Europa probeert te bewaken. Massa-immigratie leidt tot oorlogstaferelen op de Middellandse Zee tussen Italië en Libië.

De metershoge golven van de Middellandse Zee spatten uiteen op de boeg van het IJslandse kustwachtschip Týr. Binnen, op de brug, zegt kapitein Einar Valsson (49): ‘Als immigranten in internationale wateren zijn en ons voor noodhulp inroepen, kunnen we niets anders dan ze naar Europa brengen.’

En dat proberen de bemanningen van de kustwachtschepen van de Europese grenscontroleorganisatie Frontex en Italië, waar mogelijk. In de afgelopen weken redden zij duizenden immigranten, maar tegelijk verdronken er honderden.

Dat is het resultaat van een giftige cocktail van goed en kwaad die de Middellandse Zee tot een massagraf maakt. De terreur van IS in het Midden-Oosten en nu ook Libië jaagt mensen in handen van de smokkelbendes. Die verdienen grof geld aan vluchtelingen door ze op bootjes te zetten – hoe het afloopt, maakt niet uit. Aan de andere kant staan de Italiaanse kustwacht en Frontex, waarvan het personeel zijn leven waagt om immigranten van die bootjes te redden.

Paradoxaal, weet ook kapitein Valsson: het goede en het kwade versterken elkaar. Doordat immigranten weten dat ze waar mogelijk worden gered en dan naar Europa worden gebracht, zijn zij met IS in hun nek nog meer dan voorheen bereid om enorme risico’s te nemen. En door de grote vraag naar hun ‘diensten’, wordt het voor mensensmokkelaars steeds lucratiever levensgevaarlijke boottochten over de Middellandse Zee te organiseren.

Italië, dat vanaf Lampedusa slechts 300 kilometer verwijderd is van de Libische kust en waar al honderdduizenden immigranten binnenkwamen, vindt de situatie onhoudbaar. Premier Matteo Renzi pleit voor een militaire interventie door de Verenigde Naties en wil dat de Europese Unie onmiddellijk hulp biedt. Hij wil de stroom vluchtelingen stoppen door het gezag in Libië te herstellen. Maar zo ver is het nog niet.

Mensensmokkelaars

Hoe ernstig is de situatie? Elsevier voer vanuit het Italiaanse stadje Pozzallo op Sicilië twee dagen mee met de Týr, die als opdracht heeft: de Europese buitengrens controleren. Het is donderdagmiddag half een als Valsson van de brug afdaalt en zijn bemanning brieft: ‘Ons vliegtuig heeft een schip gespot. Mogelijk zijn ze betrokken bij illegale activiteiten. De Italiaanse kustwacht stuurt ook een schip, maar is niet bewapend. Ze wachten op ons. We weten verder alleen dat het een veeschip is dat vaart onder Panamese vlag. En dat waarschijnlijk is vertrokken uit Turkije en naar Italië vaart.’

Valsson vertelt het onderkoeld, zijn bemanning neemt de noodoproep al even kalm op. Ze weten wat er kan komen: op donderdag 1 januari redde de bemanning van de Týr 360 immigranten van veeschip Ezadeen, dat door mensensmokkelaars op de automatische piloot was gezet en op de Italiaanse kust dreigde te crashen. Immigranten bleken in het ruim te verblijven, in veekooien. ‘Alles wijst erop dat dit eenzelfde zaak is,’ zegt Valsson.

Bemanningslid Birgir Björnsson (23): ‘Dit is de zesde keer dat we een noodoproep krijgen. De vorige keren was het nooit vals alarm.’ Het is alle hens aan dek. Het kanon op het voordek en de bewapende bemanning zijn nodig, want onbewapend een schip enteren is met die mensensmokkelaars levensgevaarlijk.

De in 1975 gebouwde Týrdraait de steven weg van de Siciliaanse zuidkust, de stuurman pookt de twee MAN-motoren van samen 9.000 paardenkrachten op. De Týr begint te trillen en dan gaat het op bijna volle kracht naar het verdachte schip, 110 zeemijl (zo’n 200 kilometer) verder.

Valssons vaart sinds zijn vijftiende en had nooit kunnen denken dat hij vandaag op de Middellandse Zee de Europese buitengrens zou bewaken. De Týrvoer tot en met 2010 voornamelijk rond IJsland (315.000 inwoners) om noodhulp te bieden aan vooral IJslandse vissers en om illegale activiteiten als drugshandel te beperken.

Maar IJsland is lid van Schengen, het verdrag waardoor in 1995 zeven Europese landen de onderlinge grens openden. Inmiddels zijn 27 landen lid. De grens van IJsland ligt daardoor, net als de Nederlandse, feitelijk in Griekenland, Italië en Spanje.

Stroomstootwapens

Kapitein Valsson: ‘We hebben de laatste twee maanden in totaal vijf schepen en 2.000 personen gered.’ De 360 Syriërs op de Ezadeen op de eerste dag van dit jaar werden na vier uur varen bereikt, vijf bemannigsleden van Týr stapten aan boord en namen de controle over, waarna de Ezadeen na een dag varen naar de haven in Corigliano Calabro werd gebracht. Meer spookschepen doken op en het leek de nieuwste wijze waarop smokkelaars proberen mensen voor veel geld over te zetten naar Europa. Maar de handelaren zijn dan wel hun schip kwijt.

Een nieuwe variant is immigranten met een schip buiten de territoriale wateren van Turkije of Libië varen en ze dan overzetten op kleine bootjes. De immigranten moeten dan maar hopen dat ze op tijd worden gered, de mensensmokkelaars varen terug om een nieuwe groep te halen, zo vertelt de meevarende Pools-Ghanees-Italiaanse Frontex-woordvoerder Izabella Cooper (43). ‘De smokkelaars gebruiken zelfs stroomstootwapens om immigranten te dwingen met zoveel mogelijk aan boord te gaan.’

Afgelopen weekeinde dwongen mannen met kalasjnikovs de Italiaanse kustwacht die voor de kust van Libië immigranten wilde redden, de smokkelbootjes achter te laten. Die wilden de smokkelaars opnieuw gebruiken. Volgens Italiaanse media ging het om Italiaanse maffiosi – al dan niet in samenwerking met Turkse of Libische criminele organisaties.

Intussen wordt de zee ruiger en ruiger. De bemanning sluit het luik op het achterdek en de buitendeuren, want de golven zijn metershoog. De Týrstampt onverstoorbaar door. Het is zeker acht uur varen om bij het onbekende schip te komen. Ulfasson: ‘Het wordt een lange nacht.’

Sinds 1 december 2014 is de Týrvoor het vierde jaar in de Middellandse Zee. Want weinigen voelen zich verantwoordelijk voor de Europese buitengrens. Nadat in 2013 driehonderd Somaliërs en Eritreeërs verdronken bij het Italiaanse eilandje Lampedusa, zette de Italiaanse marine een grootschalige reddingsoperatie op: Mare Nostrum (Onze Zee). Kosten: 27 miljoen euro per maand. Italië vond dat te duur, zette andere Schengenlanden onder druk om meer te doen en bracht na een jaar haar inspanningen terug naar normaal niveau. Alle immigranten die Italië binnenkomen, gaan door de open binnengrenzen toch naar Noord-Europa.

Zo heeft Italië van een nationale kwestie een Europese zaak gemaakt. Deze verkapte chantage had succes. De Europese Commissie maakte per 1 november 2014 2,9 miljoen euro per maand extra vrij voor een vervangende missie: Triton, naar de Griekse god die de zee beheerst.

Triton wordt uitgevoerd door de Europese grensbewakingsorganisatie Frontex. Budget: 114 miljoen euro per jaar. Zij heeft zelf geen boten, vliegtuigen en amper menskracht en is afhankelijk van de vrijwillige bijdrage van Schengenlanden, waaronder Nederland. In totaal participeren acht schepen, twee vliegtuigen en twee helikopters.

De meeste bootvluchtelingen komen uit Syrië en zij hebben het recht om in Europese landen te verblijven, aangezien in hun land oorlog woedt. Wie de dure en gevaarlijke reis naar Europa niet kan betalen of niet durft, heeft pech. Want de meeste Europese landen sturen natuurlijk zelf geen schepen en vliegtuigen om hen op te halen.

Duisternis

‘Er zijn geen legale mogelijkheden om buiten de Europese Unie asiel voor Europa aan te vragen, dus moeten immigranten met mensensmokkelaars werken,’ zegt Frontex-zegsvrouw Cooper. ‘Wij houden geen immigranten tegen. Operatie Triton is kustwacht, niets meer en niets minder. Wij zorgen slechts dat niemand ongeïdentificeerd Europa binnenkomt.’

Magnus Jonsson (22), navigator op de Týr, zegt: ‘De bootvluchtelingen weten dat ze worden gered. Wij zijn geen politie die ze oppakt en terugstuurt.’ Daardoor is Operatie Triton feitelijk een soort onhandige veerdienst voor immigranten. Niet vooraf te bestellen, maar pas bij nood.

Terug aan boord stijgt de spanning. Het verdachte schip komt in zicht. Kort daarna volgt een bericht van de Maltese kustwacht. Zij hebben zojuist contact kunnen leggen. Het gaat om de Zeyn, een Panamese veevervoerder. Ze hebben een kapotte motor en zijn die aan het repareren. De IJslandse bemanning hoort het bericht van kapitein Valsson onverstoorbaar aan. Na een controlerondje om de Zeyngaat de reis gaat terug naar Pozzallo – zeker acht uur varen.

Frontexwoordvoerder Cooper: ‘De Middellandse Zee is veel groter dan mensen denken en varen gaat niet zo snel. Redden met helikopters kan zelden wegens de ruige zee en de duisternis.’ De migratietragedie hier is nauwelijks te voorkomen: het is alsof je geblinddoekt een gevecht voert.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.