buitenland

Rechts of heel rechts, dat zijn de opties bij Poolse verkiezingen

Door Michiel van Blommestein - 30 april 2015

Conservatieve partijen zijn er zo goed in om linkse kiezers te trekken, dat links bij de presidentsverkiezingen geen rol meer speelt.

Veel conservatiever dan de zittend president van Polen, Bronislaw Komorowski (62) van regeringspartij Burgerplatform, lijkt amper voorstelbaar.

De favoriet voor de presidentsverkiezingen op 10 mei is een defensieman in hart en nieren. Als typische voorvechter van katholieke waarden is hij voorstander van het Poolse abortusbeleid, dat hij  ‘een goed compromis’ noemt, ondanks dat het nergens in Europa strenger is.

De meest logische tegenkandidaat zou een linkse politicus zijn. Maar Komorowski’s belangrijkste tegenstrever, Andrzej Duda (42) van de sociaal-conservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), is nog rechtser dan Konowski en zit in het Europees Parlement in de fractie met onder meer de SGP.

Als Komorowski op 10 mei minder dan 50 procent van de stemmen haalt, volgt wellicht een strijd met Duda.

Tegenspoed

Geloofwaardige progressieve kandidaten zijn er niet. De eni­ge linkse kandidaat die boven de 5 procent kwam in de peilingen,  Magdalena Ogorek (36), is eind april opzijgezet door haar sociaaldemocratische Alliantie van Democratisch Links (SLD).

Tien jaar geleden waren Poolse verkiezingen nog een klassieke strijd tussen links en rechts. In 2001 haalde de SLD 41 procent van de stemmen. ‘We hebben in Polen wel degelijk een links electoraat,’ zegt Bartlomiej Michalak (35), politicoloog bij de Copernicus-universiteit in Torun en gespecialiseerd in de Poolse partijpolitiek.

Maar na vier jaar van schandalen en economische tegenspoed hield de SLD nog maar 11 procent over. Het is de vraag of de partij bij de parlementsverkiezingen dit najaar wel de kiesdrempel haalt.

Onderdak

Dat rechts er zo goed in slaagt om linkse kiezers te trekken, speelt een grote rol in de afwezigheid van links. Michalak wijst erop dat beide rechtse partijen hun oorsprong hebben in de vakbond Solidariteit die destijds het communisme omverwierp, ‘en dat is in de kern een linkse beweging’. Ze zijn daardoor erg bedreven geworden in het trekken van linkse kiezers.

‘Het probleem voor linkse politici is dat linkse kiezers onderdak hebben kunnen vinden bij de rechtse partijen,’ aldus Michalak.

Burgerplatform van Komorowski trekt hoogopgeleide jongeren door af en toe de teugels te laten vieren. PiS krijgt juist steun van de kiezer die een sterke overheid wil.

Probleem voor links

De vakbonden steunen Jaroslaw Kaczynski (65), die zich als rasnationalist afzet tegen buitenlandse bedrijven. ‘Het is niet zoals in Nederland, waar rechtse partijen redelijk consequent rechts zijn, en linkse partijen links.’

De enige hoop voor links is de lage opkomst bij verkiezingen, die erop kan duiden dat veel linkse en liberale kiezers zich toch niet vertegenwoordigd voelen. Maar daar zit nog een probleem voor links. ‘Het linkse electoraat is extreem versplinterd, en de oude socialistische achterban sterft uit.’

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.