buitenland

Servië: bezoek vicepremier Kosovo zal tot arrestatie leiden

Door Nina Bogosavac - 21 april 2015

Het bezoek van de vicepremier van Kosovo aan Servië aankomende vrijdag zou een doorbraak hebben betekend in de slechte relatie tussen de twee partijen. Maar Servië zit niet op het bezoek te wachten.

Hoewel Servië en Kosovo onder toeziend oog van de Europese Unie (EU) deelnemen aan bemiddelingsgesprekken, lijkt direct contact op Servisch grondgebied nog te vroeg te komen in de EU-bemiddeling.

Dinsdag schuiven de partijen wel aan tafel in Brussel voor een nieuw gesprek over de verbetering van de onderlinge verhoudingen.

Arrestatiebevel

In Servië staat nog steeds een arrestatiebevel tegen de Kosovaarse vicepremier Hashim Thaci open wegens vermeende oorlogsmisdaden. Thaci, voormalige commandant van de guerrillabeweging Het Kosovo Bevrijdingsleger (KLA), werd door de Servische rechter bij verstek in 1997 tot tien jaar celstraf veroordeeld voor terrorisme. Die straf weerhield hem niet om daarna premier (en later vice-premier) van Kosovo te worden.

Thaci kreeg de uitnodiging van de Servische NGO Onderwijs Jeugd Commissie om deel te nemen aan een conferentie over Europese integratie van de Balkanstaten. Inmiddels heeft de betreffende organisatie naar eigen zeggen onder druk en vanwege veiligheidsredenen de uitnodiging moeten terugtrekken.

Sceptisch

In Pristina, de hoofdstad van Kosovo, wordt gezegd dat de arrestatiewaarschuwing van Servië laat zien dat het land niet geïnteresseerd is in een goede relatie met buurland Kosovo dat door Servië niet wordt erkend.
Volgens politiek analist Vilhard Shala is het absurd dat er na de waarschuwing door de Servische president dinsdag in Brussel wordt gepraat over de verbetering van de relatie tussen de twee landen.

Anderzijds hanteert ook de EU een dubbele standaard als het gaat over de normalisatie van de verstandhouding tussen de twee landen, vindt de analist. ‘Waarom worden er wel maatregelen getroffen om Servische leiders naar Kosovo te laten komen, terwijl er niks wordt gedaan als Kosovaarse leiders Belgrado willen bezoeken?’

Nog vorige maand dronken Hashim Thaci en de Servische minister van Buitenlandse Zaken Ivica Dacic, een kop koffie in de hoofdstad van Kosovo om de vooruitgang van de bemiddelende EU-gesprekken te benadrukken.

Onmogelijk

Terwijl de Servische minister al jaren met Thaci in verschillende Europese hoofdsteden bijeenkomt, is een bezoek op eigen grondgebied nog niet mogelijk vanwege Thaci’s rol in het Kosovo-conflict eind jaren negentig. Hierover zei de Servische president Aleksandar Vucic dat de autoriteiten ‘zich zullen gedragen in overeenstemming met de wet’ als het gaat om de uitgesproken veroordeling tegen Thaci. Met andere woorden: Thaci zal gearresteerd worden, als hij Servië betreedt.

De Servische minister liet al vorige week weten geen reden te zien voor Thaci om een bezoek te brengen aan het land.

Zijn grootste bezwaar was dat de uitnodiging (door de NGO) niet wederzijds was overeengekomen maar eenzijdig was georganiseerd ‘door een aantal niet-gouvernementele kringen’.

Dacic bezocht de Kosovaarse hoofdstad voor de eerste keer in maart dit jaar. Zijn bezoek maakte onderdeel uit van een Servische officiële delegatie, die deelnam aan een regionale conferentie van ministers uit zes Balkanlanden.

Maffia-achtig

Volgens de Britse krant The Guardian is in een verslag van de Raad van Europa in 2010 te lezen dat Thaci het hoofd is van een ‘maffia-achtige’ groep die verantwoordelijk is voor het smokkelen van wapens, drugs en ​​menselijke organen door Oost-Europa. Met die ‘Mafia-achtige groep’ werd het KLA bedoeld.

De Zwitserse politicus Dick Marty, een van de namen achter het Europese onderzoek, uitte kritiek op de rol van Westerse landen in hun ‘haperende wil’ om de voormalige leiders van het KLA te vervolgen.

Afgelopen vrijdag sprak Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) nog met Thaci (Kosovo) op de Cybertop in Den Haag.

Verleden

In 1989 maakte de Joegoslavische president Slobodan Milosevíc een eind aan de autonomie van Kosovo. Daarmee begon het duisterste hoofdstuk in de recente geschiedenis van de regio. Vanwege de oorlog eind jaren negentig met Servië en de etnische zuiveringen van de Albanese gemeenschap, nam de internationale gemeenschap het bestuur in 1999 over. In 2008 verklaarde Kosovo zich onafhankelijk.

Hoewel de Serviërs een minderheid zijn in Kosovo – ongeveer 10 % van de bevolking – is de historische en emotionele betekenis van de ex-provincie voor hen enorm. Het gebied wordt door veel Serviërs gezien als de bakermat van hun cultuur, religie en nationale identiteit.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.