buitenland

‘Terrorist Kopenhagen radicaliseerde in sneltreinvaart’

Door Elif Isitman - 22 april 2015

Omar Abdel Hamid El-Hussein, de terrorist die in februari in Kopenhagen aanslagen pleegde op een cultureel centrum en een synagoge, begon heel laat met radicaliseren. Daarvoor had Hussein wel een lange loopbaan in de criminaliteit.

Dit blijkt uit interviews en gesprekken die persbureau Reuters voerde met vrienden, ex-leraren, celgenoten en andere bekenden van de terrorist. Omar Abdel Hamid El-Hussein (22) zelf werd op 15 februari na de aanslag op de synagoge door de Deense politie gedood.

Motief

De terrorist richtte een bloedbad aan bij het Kopenhaagse culturele centrum Krudttonden, waar op dat moment een bijeenkomst was over de vrijheid van meningsuiting en het geloof, en een dag later in een synagoge in de Deense hoofdstad. Onder de sprekers op de bijeenkomst waren onder meer de Zweedse kunstenaar Lars Vilks, die wordt bedreigd door moslimextremisten vanwege spotprenten over de profeet Mohammed uit 2007. Bij de schietpartijen kwamen de Deense filmmaker Finn Nørgaard en een beveiliger om het leven. Ook raakten zes mensen gewond.

Het Deense parlement heeft om een onderzoek gevraagd naar de aanslagen en naar de invloed van de gevangenis op de radicalisering van de terrorist. Mensen die hem van vroeger kennen omschrijven hem als ‘gewelddadig’ en ‘gestoord’, maar niet overdreven in zijn geloof.

Eerder werd er getwijfeld over het motief achter de aanslagen: waren die wel echt van jihadistische aard? Het antwoord hierop is nu wel duidelijk: Hussein radicaliseerde in de gevangenis binnen zeer korte tijd en werd waarschijnlijk geïnspireerd door de internetpropaganda van terreurbeweging Islamitische Staat (IS).

Terminator

Hussein, een zoon van Palestijnse immigranten, werd geboren in Denemarken, en verhuisde in 2006 naar het noorden van Jordanië. Hij was toen 14 jaar oud. Volgens een van zijn voormalige docenten kwam hij over als een ‘nors, eng, Terminator-achtig type’.

De vrouw zegt verder dat hij niet goed om kon gaan met discussies over het Midden-Oosten. ‘Er kwam veel woede uit hem. Hij kropte dingen op en koesterde veel wrok. Hij was boos over de kwestie Israël-Palestina en over het onrecht dat hij in Jordanië had gezien.’

Toen hij 17 was werd hij gearresteerd voor inbraak. In de jaren die daarop volgden moest hij verschillende keren de gevangenis in, onder meer voor diefstal en illegaal wapenbezit. Begin 2013 werd hij gearresteerd voor een steekpartij.

Hussein zelf verklaarde in de rechtbank dat het een ‘ongeluk’ was: hij zou hebben gedacht dat het slachtoffer hem eerder had aangevallen. Ook zou hij hebben gesproken van ‘angstige gevoelens’ en ‘paranoia’. Er werd geen verder psychisch onderzoek naar hem uitgevoerd.

Volgens Aydin Soei, een maatschappelijk werker die in 2011 in contact was met Hussein, was de terrorist in spe ‘gefrustreerd’ omdat hij kort voor de steekpartij uit een lokale jeugdbende was gezet. Hij was lid van de ‘Brothas’, maar de bende wilde van hem af omdat hij zich niet zou gedragen en zich niet aan de interne regels hield. Volgens de maatschappelijk werker voelde Hussein zich ‘verloren’ en was hij daardoor vatbaarder voor de invloed van de radicale islam.

Katy Perry

Alexander, een voormalige celgenoot van Hussein die onder anonimiteit met het persbureau sprak, vertelt dat Hussein een gewone jongeman was: ‘hij praatte veel over drank, wiet en vrouwen,’ aldus Alexander. Volgens hem was Hussein niet ‘overdreven’ in zijn geloof: hij dronk alcohol, luisterde graag naar Katy Perry, en deed verder niet aan expliciete religieuze uitingen.

De enige keer dat de islam ter sprake kwam was tijdens een discussie over het verschil tussen soennieten en sjiieten. Volgens Hussein waren de sjiieten verantwoordelijk voor al het kwade in de wereld en waren de soennieten de enige, echte aanhangers van islam. ‘Het voelde alsof dit iets was waar we niet over konden discussiëren, hij had gewoon zijn mening,’ zei Alexander, die het onderwerp daarna nooit meer aansneed.

De voormalige celgenoot van Hussein zegt ‘gechoqueerd’ te zijn geweest toen hij hoorde van de aanslagen. ‘Hij heeft nooit iets gezegd over het doden van onschuldige mensen. Ook niet over het doden van politieagenten. We maakten er natuurlijk wel grapjes over, dat doet iedereen in de gevangenis, maar ik had me nooit kunnen voorstellen dat dit zou gebeuren.’

Propaganda

De verantwoordelijkheid voor de aanslagen door Hussein werden niet opgeëist door IS, al werd hij wel geprezen door de terreurbeweging in de laatste editie van hun Engelstalige maandblad Dabiq. De Deense inlichtingendiensten PET hebben in een onderzoek naar het dreigingsbeeld in Denemarken geconcludeerd dat de snelle radicalisering van Hussein ‘waarschijnlijk werd gemotiveerd door extremistische propaganda van IS en andere terreurorganisaties’.

Volgens Matthew Levitt, een Amerikaanse terreurexpert, komen dit soort snelle transformaties steeds vaker voor. ‘Het is geen kwestie meer van maanden of weken, maar van dagen. Ze radicaliseren in sneltreinvaart’.

In de laatste zes maanden van zijn gevangenschap zou Hussein signalen van radicalisering hebben afgegeven. Hij praatte vaak over uitreizen naar Syrië en ging om met andere gevangenen die propaganda van IS op hun telefoon hadden staan. De gevangenis zou bij zijn vrijlating al hebben gewaarschuwd dat hij risico liep op radicalisering, maar de PET had naar eigen zeggen geen aanleiding om te denken dat hij een aanslag aan het voorbereiden was.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.