buitenland

Thom Karremans niet vervolgd voor ‘Srebrenica’

Door Tom Reijner - 29 april 2015

Oud-commandant van de Nederlandse blauwhelmen (Dutchbat) in Bosnië Thom Karremans hoeft zich niet voor de rechter te verantwoorden. Nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad in Srebrenica vinden dat hij medeplichtig is aan moord, oorlogsmisdaden en genocide.

Maar de rechtbank in Arnhem bepaalde anders, meldt de advocaat van Karremans, Michael Ruperti woensdag. De oud-commandant van Dutchbat is blij met de uitspraak, nu ‘aan een jarenlange strafrechtelijke strijd een einde is gekomen’, zeggen Ruperti en Geert-Jan Knoops, de andere advocaat van Karremans.

De ex-commandant zei eind vorig jaar dat hij zich moreel verantwoordelijk voelt voor wat er in 1995 in Srebrenica gebeurde, maar dat hem in strafrechtelijke zin niets valt te verwijten.

Compound

Nabestaanden van drie slachtoffers hadden een procedure aangespannen bij het gerechtshof. Ze wilden dat het Hof alsnog opdracht aan het Openbaar Ministerie (OM) zou geven om Karremans, zijn toenmalige rechterhand Rob Franken en adjudant Berend Oosterveen in Nederland te laten berechten.

Het OM vond eerder al dat Karremans, Franken en Oosterveen geen blaam treft. Hasan Nuhanovic, in 1995 tolk voor de Nederlandse VN-troepen, is een van de nabestaanden die vervolging eiste.

Volgens hem stuurden de Nederlandse militairen hun broer en vader weg van de compound, waarna ze werden vermoord door het Bosnisch-Servische leger onder leiding van Ratko Mladic. Hetzelfde lot onderging Rizo Mustafic, elektricien van Dutchbat. Ook zijn nabestaanden wilden berechting van de Dutchbatters.

Enclave

Karremans voerde de Nederlandse militairen aan tijdens de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995. Van januari tot eind juli 1995 – de maand waarin het bloedblad plaatshad – stond de enclave Srebrenica vanwege de Bosnische oorlog (1992-1995) onder bescherming van een Nederlandse VN-eenheid.

Meer dan zevenduizend islamitische mannen en jongens werden afgevoerd en vervolgens om het leven gebracht door milities van de Bosnische Serviërs. Naar aanleiding van een rapport van de NIOD Instituut voor Oorlogs,- Holocaust- en Genocidestudies trad het tweede kabinet-Kok in 2002 af. Daarmee was de kous niet nog niet af.

Zo bepaalde de Haagse rechter vorig jaar dat Nederland aansprakelijk was voor de deportatie van ruim driehonderd moslimmannen vanaf de Dutch-compound op 13 juli 1995. Daarmee was de staat ook aansprakelijk voor de schade die de directe familieleden van de slachtoffers hadden geleden

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.