buitenland

Verdreven vicepresident Bahah wil geen grondtroepen in Jemen

Door Elif Isitman - 16 april 2015

De Arabische coalitie geleid door Saudi-Arabië moet zich onthouden van het inzetten van grondtroepen tegen de Houthi-rebellen in Jemen. Er moeten eerst andere initiatieven komen, zoals een wapenstilstand.

Hiervoor pleit de Jemenitische vicepresident Khaled Bahah donderdag, volgens persbureau Reuters. Bahah zit samen met de president Abd-Rabbu Mansour Hadi in ballingschap in de Saudi-Arabische hoofdstad Riyad. Hij zat eerder onder huisarrest, en werd vervolgens net als de rest van de regering verdreven, nadat de Houthi-rebellen de macht in Jemen grepen.

Staakt-het-vuren

Militaire oefeningen van de Arabische coalitie zouden de suggestie wekken dat het leger zich voorbereidt op de inzet van grondtroepen. Bahah benadrukt dat de verdreven Jemenitische regering hier fel tegen is: ‘we willen geen grondtroepen, alleen luchtaanvallen.’ Hij roept de coalitie op te handelen in lijn met wat de ‘legitieme Jemenitische regering’ wil. Elk nieuw initiatief moet beginnen met een staakt-het-vuren, vindt hij.

Verder zei hij ook geen enkel vredesinitiatief in acht te nemen, totdat de gevluchte president Hadi en zijn regering weer terug kunnen naar de zuidelijke stad Aden. De sjiitische Houthi-rebellen zijn er de afgelopen tijd in geslaagd om vanuit het noorden op te stomen naar de hoofdstad Sana’a – en verder richting de strategische havenstad Aden.

Landverrader

Saudi-Arabië, en de andere landen die deelnemen aan de coalitie (waaronder Egypte), steunen de verdreven president Hadi, door de Houthi’s met luchtbombardementen te bestoken. De Verenigde Staten en Saudi-Arabië verdenken Iran er op hun beurt weer van de Houthi’s te steunen.

Mohammed al-Bukhaiti, een rebellenleider van de Houthi’s, noemde Hadi donderdag een ‘landverrader’ en zei dat hij niet moest denken binnenkort terug te keren naar Jemen. Ook riep hij de coalitie op de bombardementen op de Houthi’s te ‘onmiddellijk en onvoorwaardelijk’ te stoppen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.