buitenland

Vier vragen over toetreding van Palestijnen tot Strafhof

Door Anne Vader - 01 april 2015

Vanaf woensdag is de Palestijnse Autoriteit officieel lid van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Daarmee kunnen ze mogelijk Israëlische leiders, militairen en generaals voor het hof dagen.

Riad Al-Malki, Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken, is vandaag in Den Haag om de toetreding tot het Strafhof te bekrachtigen. Ook gaat hij langs bij minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA).

Elsevier.nl zet vier vragen en antwoorden over dit omstreden lidmaatschap op een rij.

Wat willen de Palestijnen bereiken met deze stap?

Als lid van het Strafhof krijgen de Palestijnen een instrument in handen om gerechtelijke stappen tegen Israël te kunnen zetten. Door het lidmaatschap kunnen Palestijnen vanaf vandaag oorlogsmisdrijven melden bij het Hof.

De beslissing tot vervolging ligt nog altijd bij het Strafhof zelf. Overigens is het niet mogelijk om landen aan te klagen. Wel kunnen de Palestijnen het hof verzoeken om leiders, militairen en generaals van Israël voor de rechter te dagen. Aan de andere kant kan het Strafhof nu ook onderzoek doen naar oorlogsmisdaden door Palestijnen.

De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken Al-Malki zei vanmorgen dat de wereld een stap dichter bij het einde van een tijdperk van ‘straffeloosheid en onrechtvaardigheid‘ is.

Wat is de voorgeschiedenis: waarom willen de Palestijnen dit?

De Palestijnse Autoriteit deed in 2009 al een poging bij het Strafhof om vermeende oorlogsmisdaden van Israëlische zijde te onderzoeken. Die poging strandde, omdat toen niet duidelijk was of ‘Palestina’ een staat was. Alleen staten kunnen toetreden tot het Strafhof.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) verhoogde de status van de Palestijnse Autoriteit in 2012 van ‘waarnemend staat’ naar ‘niet-lid waarnemer staat’. Met die status is het nu gelukt om lid te worden van het Strafhof.

De Palestijnse leider Mahmoud Abbas probeerde eerder via de VN-Veiligheidsraad af te dwingen dat Israël de gebieden voor 2017 zou verlaten. Dat mislukte, onder meer omdat Amerika een veto uitsprak.

Washington vond dat het voorstel geen rekening hield met Israëls ‘rechtmatige streven naar veiligheid’. Uit teleurstelling in de Veiligheidsraad deed Abbas een nieuwe poging, nu via het Strafhof in Den Haag. Dat was in december vorig jaar.

Wat betekent dit voor de relatie met Israël?

Die wordt er niet beter op. Uit wraak betaalt Israël al maanden geen belastinggelden die worden geïnd op goederen en diensten voor de Palestijnse gebieden. De Palestijnse Autoriteit zou daardoor 500 miljoen dollar mislopen.

De VN, de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben Israël herhaaldelijk opgeroepen om weer geld over te maken. Vorige week beloofde premier Benjamin Netanyahu uit ‘humanitaire overwegingen‘ de geldstroom weer op gang brengen.

Israël noemde het besluit in januari ‘schandalig‘.

Volgens de Israëlisch minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman handelt het Strafhof enkel uit ‘anti-Israëlische’ motieven. Het land kwam met een tegenactie: een onderzoek naar mogelijkheden om Palestijnse leiders in onder meer de Verenigde Staten aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid.

Hoe reageert Amerika op deze ontwikkeling?

De Verenigde Staten vrezen dat de aansluiting van de Palestijnen bij het Strafhof het vredesproces schaadt. Vrede kan volgens de Amerikanen alleen het resultaat zijn van besprekingen tussen beide landen.

Amerika is, net als Israël, niet aangesloten bij het instituut in Den Haag.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.