buitenland

Zo proberen vluchtelingen in Tsjaad wat van hun leven te maken

Door Gerbert van der Aa - 01 mei 2015

Is opvang in de regio een oplossing voor de Europese vluchtelingencrisis? In Farchana, een vluchtelingenkamp in Tsjaad, wonen 25.000 Sudanezen uit Darfur. Hoe zij proberen wat van hun leven te maken, in vier stappen.

1. Ga naar school

Basisonderwijs is gratis in Farchana. Volwassenen die een taal- of computercursus willen volgen, hoeven daar in de meeste gevallen ook niks voor te betalen.

‘Ik studeer Engels,’ vertelt Sherif Mohamed (29), een Sudanese vluchteling  die al meer dan tien jaar in Farchana woont. Grote bedrijven in Tsjaad – een voormalige Franse kolonie – hebben behoefte aan Engelssprekend personeel. Op school leren kinderen alleen Frans en Arabisch.

‘Ik hoop in Tsjaad een goede baan te vinden,’ zegt Mohamed, want de kans is klein dat hij binnenkort terugkeert naar Sudan. ‘De oorlog in Darfur is nog lang niet voorbij.’ In totaal zijn in de opstandige regio sinds 2003 meer dan twee miljoen Sudanezen gevlucht.

De meeste vluchtelingen in Farchana woonden vroeger in kleine boerendorpen. Lang niet overal was een basisschool. Vaak moesten kinderen urenlang lopen om onderwijs te kunnen volgen. In Farchana vormen afstanden geen belemmering.

Midden in het kamp staan een paar eenvoudige schoolgebouwen, gebouwd van bakstenen of leem. Hulporganisaties betalen het salaris van de leerkrachten. Ook zijn er ruimtes waar cursussen voor volwassenen worden gegeven.

‘Het is natuurlijk heel erg dat ik moest vluchten,’ zegt Mohamed. ‘Maar nu ik hier woon, besef ik dat daardoor deuren opengaan die anders gesloten zouden zijn gebleven. Die nieuwe kansen grijp ik met beide handen aan.’

In zijn dorp in Sudan werkte Mohamed op de boerderij van zijn ouders. ‘Hier in Farchana besef ik dat het leven meer te bieden heeft dan alleen werken op het land.’ Mohamed denkt dat zijn kinderen in Farchana een betere opleiding krijgen dan in zijn geboortedorp in Sudan. ‘Het is echt fantastisch hoeveel buitenlandse organisaties  hier zijn om daarbij te helpen.’

2. Word christen

Langs de weg naar Farchana maken tientallen hulporganisaties op grote borden reclame voor zichzelf. Naast bekende, zoals Unicef en USAID, zijn ook opvallend veel evangelisch-christelijke organisaties actief onder de Sudanese vluchtelingen in Tsjaad.

‘Ik ben hier in eerste instantie om mensen taalonderwijs te geven,’ zegt Ron Latulippe (64), een Canadese dominee die Engels geeft.

‘Maar ik laat de kans natuurlijk niet liggen om de vluchtelingen te vertellen over het christendom. Dat is in mijn ogen ook een manier om mensen te helpen. Geestelijke zaken zijn zeker zo belangrijk als materiële zaken.’

Bijna alle Sudanese vluchtelingen in Tsjaad zijn moslim. Sommige christelijke hulporganisaties, zoals Tearfund en World Vision, zien hen als potentiële christenen. ‘Alleen door Christus te omarmen kan een mens echt gelukkig worden,’ beweert Latulippe, die baptist is.

‘Ik zie het als mijn plicht die blijde boodschap te verkondigen aan moslims en andere niet-christenen.’ De ­afkeer van alcohol, onder evangelische christenen net zo wijdverbreid als onder moslims, is vaak een ideaal startpunt voor religieuze discussies. ‘Er zijn veel overeenkomsten tussen de islam en het christendom,’ zegt Latulippe. ‘Maar het christendom is natuurlijk superieur.’

Islamitische vluchtelingen die interesse tonen in het christendom, krijgen kansen die ze anders wellicht niet hadden gekregen. Kerken geven bekeerlingen vaak beurzen om te studeren in Europa of Amerika. Ook zijn ze bereid in medische noodgevallen extra moeite te doen, bijvoorbeeld door ernstig zieke vluchtelingen te helpen evacueren.

‘Ik eis niet van moslims dat ze zich bekeren,’ verduidelijkt Latulippe. ‘Maar ik wil wel dat ze serieus luisteren naar wat ik over het christendom heb te vertellen.’

3. Begin een bedrijf

Van een enorm tentenkamp is Farchana de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot een bijna normaal dorp. De witte Unicef-tentzeilen zijn op veel plaatsen vervangen door lemen muren en rieten matten. Er is volop handel met Tsjadische dorpen in de omgeving.

‘Ik heb mijn eigen apotheek geopend,’ zegt Sadiq Ahmad (29), een Sudanees die samen met een paar andere vluchtelingen een glas thee drinkt voor zijn winkel. Naast de apotheek is een kleine supermarkt waar onder meer batterijen en frisdrank te koop zijn.

De winkel van Ahmad is vlak bij de markt. Zittend onder een zeil dat over een paar in de grond gestoken boomtakken is gespannen, verkopen drie jonge vrouwen groenten en kruiden. Even verderop zijn mannen vee aan het verhandelen.

‘Elke gemeenschap heeft middenstanders nodig die voorzien in de dagelijks behoeften,’ zegt Ahmad. ‘Helemaal nu de hulporganisaties hun activiteiten door geldgebrek steeds meer beperken.’ De voedselpakketten, die de Verenigde Naties (VN) maandelijks uitdelen, worden steeds kleiner.

Vluchtelingen zijn daarom genoodzaakt ook zelf inkomsten te genereren. Ahmad reist regelmatig naar de Tsjadische hoofdstad Ndjamena om medicijnen in te slaan.

‘Ik ben gediplomeerd,’ zegt Ahmad, die zijn eerste medicijnenkennis opdeed toen hij in 2007 en 2008 in Farchana voor Artsen zonder Grenzen werkte. Daarna volgde hij een apothekersopleiding. ‘Mijn zaak draait uitstekend,’ zegt Ahmad. ‘Ik verdien genoeg geld om af en toe luxeproducten te kunnen kopen.’

De tent waarin hij aanvankelijk met zijn gezin bivakkeerde, is vervangen door een comfortabel lemen huisje. In de tuin zorgt een grote boom voor schaduw, binnen staat een televisie. Op het dak heeft Ahmad een schotelantenne.

4. Pleeg fraude

Net als in vluchtelingenkampen elders ter wereld wordt er in Farchana op grote schaal gefraudeerd. Door zichzelf verschillende malen te laten registreren bij de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, lukt het vluchtelingen om extra hulpgoederen te bemachtigen.

Door die spullen vervolgens op de markt te verkopen, hebben ze extra geld te besteden. ‘Ik hoor vluchtelingen in Farchana vaak grappen maken over dit soort fraude,’ zegt Hugo Reichenberger (28), een Braziliaanse UNHCR-functionaris in Tsjaad. ‘Dus ik neem aan dat het behoorlijk wijdverbreid is. Maar precieze cijfers zijn er niet.’

Reichenberger woont in een container op een ommuurde compound even buiten Farchana. Om de fraude aan te pakken, zijn de VN volgens hem van plan om biometrische gegevens (gezichtsscan en vinger­afdrukken) van de Sudanese vluchtelingen in Tsjaad te gaan verzamelen.

Elders ter wereld waar biometrische gegevens zijn afgenomen, zoals onder Malinese vluchtelingen in Mauretanië en Burkina Faso, bleek het aantal vluchtelingen maar de helft van het aantal dat in de boeken stond. ‘Dat was een groot schandaal,’ reageert Reichenberger. ‘Ik vrees dat het hier in Tsjaad niet veel anders is.’

Vluchtelingen in Farchana ontkennen dat er veel dubbele registraties zijn. Maar de lach waarmee ze dat zeggen, doet vermoeden dat de werkelijkheid anders is. Feit is dat de meeste vluchtelingen, ondanks de teruggelopen voedselrantsoenen, nog steeds prima lijken rond te komen. Kinderen met hongerbuikjes zijn vrijwel nergens in Farchana te zien.

Kwade tongen beweren dat de fraude de hulpindustrie helemaal niet slecht uitkomt. Hoe hoger de aantallen vluchtelingen waarmee ze kunnen schermen, hoe meer geld ze ophalen.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.