buitenland

EU: ‘We moeten Turkije niet de rug toekeren’

Door Servaas van der Laan - 10 juni 2015

Turkije moet ondubbelzinnig de democratische regels en principes respecteren. Maar ondanks het slechte gedrag is het essentieel dat de Europese Unie (EU) Turkije niet de rug toekeert.

Dat staat in het jaarlijkse Turkije-rapport dat woensdag door het Europees parlement werd aangenomen.

Grote zorgen

Dit jaar was het de beurt aan PvdA-europarlementariër Kati Piri om als Turkije-rapporteur aan de slag te gaan. In haar rapport benadrukt de politicus dat er ‘grote zorgen zijn over de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Turkije’.

Maar dat betekent niet, stelt Piri, dat er reden is om de toetredingsonderhandelingen te staken. Piri wijst op de uitslag van de verkiezingen afgelopen zondag. De Turkse kiezers hebben duidelijk gemaakt dat zij willen dat het land een andere koers vaart, stelt ze. ‘Het is daarom nu extra belangrijk dat we het signaal hebben afgegeven dat wij Turkije niet de rug toe keren.’

Niets staat de EU dus in de weg om de toetredingsonderhandelingen weer nieuw leven in te blazen. Dit stoot onder meer de christendemocraten in het Europees parlement tegen de borst. ‘We moeten Turkije niet belonen voor slecht gedrag’, zei CDA-europarlementariër Esther de Lange in een verklaring. Ze noemt het ondenkbaar om de onderhandelingen uit te breiden voordat de situatie op het gebied van mensenrechten, de vrijheid van meningsuiting en minderheden is verbeterd.

Het CDA pleit voor een ‘realistischere koers’ ten opzichte van Turkije, dus bijvoorbeeld een partnerschap in plaats van een lidmaatschap van de EU.

De stemming over het rapport werd vorige maand nog uitgesteld vanwege bovenstaande kritiek. Daarop werd het voorstel afgezwakt en nu dus in mildere vorm alsnog aangenomen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.