buitenland

In nieu­we ­onderzeese Koude Oorlog gaan honderden miljarden om

Door Menno Steketee - 16 juni 2015

Onder dreiging van Rusland en China worden overal ter wereld in hoog tempo onderzeeboten ­gebouwd, van boomers tot hunter-killers.

Voor een wapensysteem dat is bedoeld om tegenstanders heimelijk te bespieden of ongezien te overvallen, weet de onderzeeboot zich de laatste tijd opvallend in de kijker te spelen. De Koude Oorlog woedt onder water weer in alle hevigheid.

Veel Azia­tische landen staan bij onderzeebootbouwers in de rij voor de nieuwste modellen, en de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk overwegen een nieuwe generatie strategische onderzeeboten met kernraketten, zogenoemde ‘boomers’, aan te schaffen.

Jarenlang leden westerse onderzeediensten, waaronder die van Nederland, onder bezuinigingen. Dat tij lijkt spectaculair te keren.

Klopt als een bus, zegt Pat Bright, analist van het gerenommeerde Amerikaanse marine-adviesbureau AMI. ‘De onderzeeboot is mondiaal aan het oprukken.’ De belangrijke aanjagers van die doorbraak zijn volgens Bright eenvoudig aan te wijzen: ‘In Azië bestaat een specifieke dreigende factor die andere landen in die regio ertoe dwingt te reageren. En die dreiging heet China.’

In Europa, zegt Bright, is de rap gestegen interesse in onderzeeboten – in landen als Polen, Zweden en ook Nederland – onder meer ingegeven door de noodzaak om natio­nale scheepsbouwindustrieën te ondersteunen. ‘Men begrijpt dat een land profiteert van de expertise om onderzeeboten te kunnen bouwen.’ Maar een agressiever optredend Rusland speelt mee. ‘Dat kan aanjager nummer één worden.’ En snel ook.

Staalkabels

Paul Murphy, schipper van de Noord-Ierse trawler Karen, had het in 25 jaar op zee nog nooit meegemaakt, zei hij half april tegen journalisten, eenmaal veilig terug aan wal. ‘We werden ineens met 10 knopen aan het sleepnet achteruitgesleurd.’ De staalkabels knapten.

‘Ik dacht dat we er waren geweest.’ Het was de tweede keer in een maand tijd dat een trawler in de Ierse Zee naar alle waarschijnlijkheid door een onderzeeboot werd meegetrokken en ternauwernood aan fatale schipbreuk ontsnapte. De Royal Navy en de NAVO ontkenden dat hun onderzeeboten verantwoordelijk waren voor de bijna-catastrofes.

De meegesleurde Karen, en een andere visboot die iets dergelijks iets eerder had meegemaakt, waren niet de enige aanwijzingen dat er weer Russische onderzeeboten actief waren in Schotse en Ierse wateren. Bij vlootoefeningen zijn al sporadisch periscopen gezien, terwijl zich geen NAVO-onderzeeboten in de buurt ophielden.

Tijdens de Koude Oorlog waren dat soort confrontaties – spiegelgevechten – schering en inslag. Dat beide partijen elkaar in de gaten hielden, was onderdeel van het kat-en-muisspel. Maar nu komen de Russische onderwateractiviteiten – net als in, waarschijnlijk, Zweedse, Finse en Estse wateren – als onaangename verrassing.

Onvermogen

De Nimrod-vliegtuigen voor onderzeebootbestrijding die de Britten ooit hadden, waren jaren terug in de mottenballen geparkeerd: te duur in het gebruik en toch niet nodig. Ook de Britse ‘hunter-killers’ – atoomonderzeeboten die gelden als het beste wapen tegen andere onderzeeboten – waren niet paraat. Vijf van de zes lagen op de werf voor reparaties of onderhoud.

Het Britse onvermogen om Russische onderzeeboten op te sporen is harde realiteit – een hiaat dat ook het afstoten van de Nederlandse Orion-patrouillevliegtuigen in pijnlijke herinnering roept.

Dat ligt des te gevoeliger nu de vier Vanguard-kernonderzeeboten die met hun Trident-kernraketten de nucleaire afschrikkingsmacht van het Verenigd Koninkrijk vormen, moeten worden vervangen. De ­Trident Commission, die zich daarover boog, heeft een positief advies gegeven – zij het dat drie ‘boomers’ zouden kunnen volstaan.

Maar als de boten, die de komende decennia naar schatting 10 procent van het Britse defensiebudget zullen opslokken, makkelijke prooien zijn voor Russische ‘hunter-killers’, zoals de jongste Yasen-klasse, dan is dat geld, zogezegd, in het water gegooid.

Vlootopbouw

De markt voor nieuwe westerse ‘boomers‘ – ook de Amerikanen denken aan vervanging – loopt in de honderden miljarden euro’s.

Nergens is de vraag naar onderzeeboten zo spectaculair gestegen als rond de Stille Oceaan, wat volgens AMI dus te maken heeft met de Chinese vlootopbouw. De sluipende annexatie van de Zuid-Chinese Zee helpt daarbij ook niet.

Tien jaar geleden stond de Chinese onderzeevloot in de ogen van westerse militaire analisten niet hoog aangeschreven. De ‘boomers’ hadden kernraketten met een gering bereik en maakten meer lawaai dan hun sovjet-evenknieën van vijftien jaar daarvoor – de Federation of American Scientists (FAS) publiceerde daarover een rapport, dat uitlekte.

En met die sovjetonderzeeboten wisten de Amerikaanse ‘hunter-killers’ en het netwerk van vaste sonarposten (SOSUS) tussen Canada, Groenland, IJsland en Schotland ook wel raad: wanneer een sovjetonderzeeboot de Noordkaap rondde, dan registreerde SOSUS dat. En weet je waar een onderzeeboot zich bevindt, dan is hij gedoemd.

Ook de Chinese ‘hunter-killers’ waren niet veel soeps: onbetrouwbare voortstuwing en oefenen deden ze nauwelijks. Dat was ook de reden dat China Russische Kilo-onderzeeboten inkocht, hoewel die door hun geringe bereik voor het echte werk op de Stille Oceaan niet geschikt waren en voor operaties in de ondiepe Zuid-Chinese Zee eigenlijk nog te groot.

Maar China heeft, net als trouwens op het terrein van gevechtsvliegtuigen en raketten, een inhaalslag gemaakt. Behalve dat de aantallen onderzeeboten – nucleair én conventioneel aangedreven – zijn toegenomen, gelden ze ook niet meer als rammelkasten.

Die metamorfose van de Chinese onderzeeboottak is de regio niet ontgaan. Japan en Zuid-Korea zijn hun onderzeevloten aan het uitbreiden, evenals Australië, dat overweegt een dozijn Japanse Soryu-klasse-onderzeeboten te kopen om de bestaande zes Collins-boten te vervangen. Een trend die India, Pakistan en Indonesië volgen.

Gevaarlijke tegenstanders

Die landen staan niet alleen. Bright: ‘Je ziet ook landen, zoals Maleisië en Singapore, die pas zeer kort geleden nieuwe onderzeebootcapaciteit hebben aangeschaft.’ Een opmerkelijk voorbeeld daarvan is Vietnam, dat met de lopende levering van zes Rus­sische ‘Improved Kilo’-klasse onderzeeboten een nagelnieuwe Onderzeedienst heeft aangeschaft.

Ter vergelijking: de Koninklijke Marine heeft er al twintig jaar vier in de vaart. Thailand, Bangladesh en Birma hebben gezegd dit eveneens snel te zullen doen. AMI schat dat Azië de komende twintig jaar ongeveer 70 miljard euro aan nieuwe onderzeeboten zal uitgeven.

Dat biedt kansen aan onderzeebootbouwers uit Rusland, China, Frankrijk, Duitsland én het recent gevormde marktconsortium van Saab en Damen Schelde Naval Shipbuilding.

Het gaat hierbij om diesel-elektrische onderzeeboten die weliswaar minder lang onder water kunnen blijven dan hun nucleair aangedreven pendanten, maar dankzij technische foefjes zoals ‘luchtonafhankelijke voortstuwing’ en extreemgevoelige ‘sonar-oren’, gevaarlijke tegenstanders zijn.

AMI meent dat de mondiale groei van het onderzeebootwapen nog terrein kan winnen. Bright: ‘In het Midden-Oosten overwegen de meeste Golfstaten om voor het eerst onderzeeboten aan te schaffen.’ Die plannen zijn vooral het gevolg van de vermeende dreiging die uitgaat van Iran dat over een aanzienlijke onderzeevloot van vooral klei­­ne boten beschikt.

Geen van deze landen heeft de wil of de capaciteiten eigen onderzeeboten te ontwikkelen en te bouwen. De Verenigde Staten bouwen alleen kernonderzeeboten. ‘Dus dat zou goed nieuws zijn voor de Europese onderzeebootbouwers.’

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.