buitenland

Porosjenko: ‘We bereiden ons voor op een Russische invasie’

Door Elif Isitman - 04 juni 2015

Volgens de Oekraïense president Petro Porosjenko moet zijn land zich voorbereiden op een Russische aanval. Porosjenko verdedigt het inzetten van zwaar geschut door zijn regeringsleger vlakbij Donetsk.

Het zware geschut mag daar volgens de afspraken in het Minsk-akkoord niet staan. Volgens Porosjenko vechten er meer dan 9000 Russische militairen in de pro-Russische regio Donbass, een aantal dat anderhalf keer zo groot is als een jaar geleden.

Tijdens een jaarlijkse toespraak voor het Oekraïense parlement op dinsdag sprak hij van de ‘kolossale dreiging’ van een ‘full-scale Russische invasie’ over de gehele Oekraïens-Russische grens, die ruim 2.200 kilometer lang is. Het is de eerste keer dat Porosjenko het woord ‘invasie’ in de mond neemt sinds het begin van de pro-Russische opstand in Oost-Oekraïne.

Sfeer

Het Kremlin weerspreekt dat er zulke grote aantallen militairen zouden strijden. Volgens een Russische regeringswoordvoerder gooit Porosjenko olie op het vuur, en zorgt hij voor een ‘anti-Russische sfeer’ in aanloop naar een G7-conferentie (economische top van industriële landen) in Beieren.

De Oekraïense president zou volgens de Russen willen aansturen op nieuwe gevechten, waarmee hij de Europese landen onder druk zou kunnen zetten om de sancties tegen Rusland te verlengen.

Intens

Beide partijen spreken van veel doden in de strijd, die woensdag opnieuw oplaaide bij het plaatsje Maryinka, maar exacte aantallen kunnen niet genoemd worden. Volgens schattingen van de Verenigde Naties vonden in het conflict tot nu toe 6.400 mensen de dood. De beschietingen in Maryinka, die bijna 12 uur duurden, gelden als het meest intense gevecht sinds het Minsk-akkoord, dat een staakt-het-vuren voorschrijft, in februari van kracht ging.

Volgens Oekraïne  kwamen bij de gevechten in Maryinka vijf militairen om het leven en raakten er 39 gewond. De pro-Russische separatisten spreken van 21 doden aan hun zijde, onder wie zestien militairen en vijf burgers.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.