buitenland

Waarom zoveel Eritreeërs naar Europa willen

Door Luc van Kemenade - 26 juni 2015

Tienduizenden jonge Eritreeërs kiezen voor een lange, onzekere tocht naar Europa. Wat is er aan de hand in dit gesloten land in Oost-Afrika?

De cijfers zijn overweldigend: volgens de Verenigde Naties (VN) staken vorig jaar 34.561 Eritreeërs de Middellandse Zee over op zoek naar asiel in Europa. Alleen Syrië, een land verscheurd door burgeroorlog, levert meer migranten.

In Eritrea, een voormalige Italiaanse kolonie aan de Rode Zee met 6,3 miljoen inwoners, woedt geen burgeroorlog. Maar de bevolking leeft in angst voor dwang­arbeid en politieke vervolging. Dat concludeert een VN-commissie in een recent verschenen rapport.

Informatie uit Eritrea is moeilijk te verifiëren: het land heeft de vrije pers afgeschaft en vrijwel alle ngo’s het land uitgeschopt. Het regime van oud-rebellenleider Isaias Afwerki ontkent de aantijgingen en zegt dat ‘imperialisten’ zich niet met Afrikaanse zaken moeten bemoeien.

‘Het leven in Eritrea wordt gedomineerd door de nationale dienstplicht,’ zegt Abraham Tesfalul, een 32-jarige voormalige docent uit de hoofdstad Asmara, die nu in de Verenigde Staten woont en daar de Eritrese tak van de Internationale PEN-club (een organisatie voor vrijheid van meningsuiting) heeft opgezet. ‘Het begint al op de middelbare school.’

Volgens Abraham moeten scholieren die hoger onderwijs willen volgen, hun laatste schooljaar doorbrengen in een opleidingscentrum in de stad Sawa. Ze volgen er militaire training en een politiek indoctrinatieprogramma. Wie weigert, is een deserteur en wordt gezien als een tegenstander van het regime.

Leger

In een in mei verschenen rapport concludeert het Europees Ondersteuningsbureau voor asiel­zaken (EASO) hetzelfde en schrijft dat dienstweigering en het illegaal verlaten van het land worden bestraft met gevangenisstraffen en boetes. De VN schatten dat Eritrea rond de tienduizend politieke gevangenen heeft die onder erbarmelijke omstandigheden (denk aan zeecontainers in de woestijn) worden vastgehouden en soms worden gemarteld.

De militaire dienstplicht, die volgens het EASO gemiddeld 5,8 jaar duurt, is het begin van een lange ‘overheidscarrière’. Wie wordt ontslagen uit het leger, wordt automatisch lid van het reserveleger en moet zich regel­matig melden voor het bewaken van overheidsgebouwen of voor training.

Daarnaast is er de civiele dienstplicht waarbij Eritreeërs een maatschappelijke functie krijgen toegewezen, variërend van ambtenaar tot mijnwerker. Alles in het landsbelang – gratis – óf tegen een schamele vergoeding.

Er zijn nauwelijks banen buiten het overheidsapparaat, omdat de regeringspartij, het Volksfront voor Democratie en Gerechtigheid, de economie domineert. ‘Er valt weinig te dromen voor jongeren in Eritrea,’ zegt Abraham.

Oorlog

Begin jaren negentig zag de toekomst er rooskleuriger uit. Bijna veertig jaar lang was Eritrea een provincie van Ethiopië. Na een lange bevrijdingsstrijd werd het Ethiopische regime ten val gebracht door een verbond van het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksfront van Meles Zenawi en het Eritrese Volksbevrijdingsfront van Isaias.

In ruil voor deze steun kreeg Eri­trea in 1993 haar onafhankelijkheid. De vrede was van korte duur. De grens tussen Eritrea en Ethiopië werd nooit definitief vastgesteld en in 1998 brak een oorlog uit, die zeker 80.000 levens eiste.

Na de grensoorlog is het alleen maar bergafwaarts gegaan met Eritrea. Isaias heeft alle democratische aspiraties overboord gezet en gebruikt de impasse van ‘geen vrede, geen oorlog’ met Ethiopië om elke vorm van kritiek de kop in te drukken.

Eritreeërs beschrijven een achterdochtige samenleving waarin iedereen informant kan zijn en niemand – familie incluis – is te vertrouwen. Abraham: ‘Je kunt eigenlijk alleen veilig over voetbal praten.’

Verder werd het land een pa­riastaat door buurlanden Ethiopië en Djibouti aan te vallen en terroristen in Somalië te steunen. De VN legden zware sancties op, en een wapenembargo. Het leverde Eritrea de bijnaam ‘het Noord-Korea van Afrika’ op.

Mensenrechten

De Britse Oost-Afrika-specialist Michela Wrong (54) wijst erop dat Eritrea complimenten oogstte van de VN voor het halen van de ‘millenniumdoelstellingen’ op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Ook in Brussel, wanhopig op zoek naar een oplossing voor de toestroom van Eritreeërs, wordt dit als voorbeeld van verbetering aangehaald.

Desondanks kunnen Eritreeërs bijna altijd rekenen op een succesvolle asielprocedure in Europese landen. Wrong: ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt de dienstplicht voor onbepaalde tijd nu als schending van de mensenrechten gezien, en de Eritreeërs als politieke in plaats van economische vluchtelingen, maar het is een grijs gebied.’

Elsevier nummer 29, 18 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.