buitenland

Zitten Amerikanen te wachten op linkse weg van Hillary?

Door Diederik van Hoogstraten - 16 juni 2015

Hillary Clinton hoopt volgend jaar het presidentschap te winnen door linkser te zijn dan Barack Obama. Maar willen de Amerikaanse kiezers dat wel?

Hillary Clinton kan zo’n 225.000 dollar per lezing krijgen: bijna 200.000 euro voor een praatje in Hollywood of Las Vegas. Voor haar laatste boek ontving ze een voorschot van 12,5 miljoen euro. Met haar man Bill woont de oud-minister meer dan riant ten noorden van New York City. Clinton bevindt zich, kortom, comfortabel in de top van ‘de 1 procent’: de toplaag met de hoogste inkomens.

Vanuit dat perspectief heeft Clinton (67) deze week een nieuwe titel verdiend in de Amerikaanse media: ‘De minst geloofwaardige populist ooit.’ Met een speech in New York lanceerde Clinton afgelopen weekeinde haar campagne als Democratische presidentskandidaat. Daaruit bleek dat Clinton zich links van partijgenoot Barack Obama positioneert.

Na een mislukte gooi naar het Witte Huis in 2008 – ze verloor onverwacht van nieuwkomer Obama – hoopt Clinton alsnog als eerste vrouw in het voetspoor te treden van haar man Bill, die van 1993 tot en met 2000 regeerde.

Vies woord

Nu Jeb Bush op rechts officieel heeft aangekondigd dat hij zijn vader (George, 1989-1993) en broer (George W., 2001-2009) wil opvolgen, is er een gerede kans dat de kiezers in november 2016 opnieuw tussen een Clinton en een Bush moeten kiezen. Omdat Amerikanen traditioneel niet van erfopvolging houden, geven Clinton en Bush beiden de voorkeur aan hun voornamen: hun campagneborden prijzen ‘Jeb’ en ‘Hillary’ aan.

Clinton wordt gezien als de feitelijke partijleider voor het tijdperk na Obama. En de partij die zij zal leiden, is de afgelopen jaren zozeer ‘verlinkst’ dat Clinton zich afgelopen weekeinde gedwongen voelde om een belangrijk beoogd handelsakkoord met Azië in twijfel te trekken. Terwijl haar man als president dit verdrag verwelkomde – en zij als minister van Buitenlandse Zaken.

‘Vrije handel’ is een vies woord geworden, ook in de hoogste ­Democratische kringen – even verwerpelijk als ‘inkomensongelijkheid’. Dat bleek vorige week weer eens in het Congres, waar Obama pontificaal in de steek werd gelaten door zijn eigen partij.

Zelfs Nancy Pelosi, die de Democratische minderheid in de ‘Tweede Kamer’ van het Congres aanvoert en Obama doorgaans steunt, nam publiekelijk afstand van haar president. Ondanks persoonlijke smeekbedes van Obama willen de progressieven niets weten van een handelsakkoord dat door kenners als redelijk en noodzakelijk is omschreven.

Zo niet in de ogen van kandidaat Clinton. Het Trans-Pacific Partnership-akkoord moet worden aangepast ‘voor het Amerikaanse volk’ en Obama moet met Pelosi gaan praten, suggereerde zij. Om zichzelf vervolgens aan te prijzen: ‘Geen president zal steviger onderhandelen voor de Amerikaanse arbeiders dan ik.’

Homorechten

In het zicht van de voorverkiezingen begin 2016 wordt Clinton vanaf links uitgedaagd door marginale kandidaten als Bernie Sanders en door invloedrijke Congres­leden als Senator Elizabeth Warner, een aanbeden heldin op universiteiten en in vakbonds­zalen.

Het lijkt erop dat Clinton zich aanpast aan de partij die ze wil aanvoeren. In veel opzichten is de partij linkser dan ze in decennia is geweest. De vraag is of zo opnieuw een verkiezing te winnen valt, nadat Obama dit in 2008 en 2012 had klaargespeeld.

Op het gebied van energie en klimaat, homorechten en immigratie is de partij van Obama met de stemming in het land meegegaan. Maar op andere gebieden is de bevolking níet progressiever dan het land onder president ­Ronald Reagan was, blijkt uit opiniepeilingen. Qua buitenland­beleid (een aaneenschakeling van crises onder Obama) en belastingen (gestegen onder Obama) hebben de Democraten het contact met de meerderheid verloren.

Niet voor niets verliepen de Congresverkiezingen van 2010 en 2014 voor hen desastreus: het Congres is in rechtse handen. In 31 van de 50 staten zijn de gouverneurs conservatief. Sinds 1920 hebben de Republikeinen niet zo veel zetels in de staatsparlementen bezet. Conservatief politiek analist Peter Wehner van denktank Ethics & Public Policy Center: ‘De Obama-jaren waren goed voor Obama, ze zijn rampzalig verlopen voor zijn partij.’

Clinton, die zelden met de media praat, lijkt ervan uit te gaan dat de oplossing op links ligt. Of ze is ervaren genoeg om een Amerikaanse politieke wet te volgen: verschuif rond de voorverkiezingen naar het ideologische uiterste van de partij, om richting verkiezingsdag terug te keren naar het centrum.

Ze kan onmogelijk zijn vergeten dat haar partij en het land opbloeiden in de jaren negentig, toen haar man een gematigd beleid voerde.

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.